'Pretfabriek' Endemol gaat van beursgang geen show maken

Endemol, het entertain- ment-bedrijf dat met succes-formules als Goede Tijden Slechte Tijden en de Soundmixshow dagelijks miljoenen aan de buis gekluisterd weet, wordt binnenkort beursfonds. Maar geen gewoon beursfonds: het personeel is grotendeels onder de 30, vaker vrouw dan man en een ondernemingsraad heeft Endemol niet. Niet iedereen is gerust op het succes van de beursgang. Critici vrezen dat de 'pretfabriek' niet volwassen genoeg is om de beursgang aan te kunnen. Die angst is niet terecht, vindt de directie. “We zijn van buiten glamour en glitter, maar van binnen een strak geleid bedrijf.”

We werden een beetje doodgevreeën, weet je. Met wie je ook zou gaan, je zou grote problemen krijgen met de anderen.'' Joop van den Ende somt de mediagiganten op die voor het Larense hoofdkantoor van tv-producent Endemol in de rij stonden om aandelenbelangen te nemen in het bedrijf. Alle vrijers werden afgewezen en Van den Ende koos met zijn compagnon John de Mol voor een beursgang, die over twee weken op het programma staat.

“We hebben heel lang gepraat met NBC. Ruud Hendriks was daar nog maar net directeur of hij stond hier al op de stoep met een delegatie.” Inmiddels zit Hendriks in de raad van bestuur van Endemol, en was hij nog even ad interim directeur van Sport7. Van den Ende noemt het Amerikaanse network ABC, thans onderdeel van het Disney-concern, als een jarenlange relatie. Het Luxemburgse mediabedrijf CLT (aandeelhouder van de RTL-zenders en Veronica) had “erg veel belangstelling” en er is gesproken met de Britse uitgever Pearson, die tegenwoordig in elk overnameverhaal in het medialandschap wordt genoemd. Over Nederlandse potentiële partners praat hij liever niet, maar Van den Ende moet toegeven dat ook de Haarlemse uitgever VNU en telecom-grootmacht KPN om aandelen gebedeld hebben.

Vanaf 7 november kunnen de huwelijkspretendenten gewoon een bank bellen en de waardepapieren op de Amsterdamse beurs laten kopen. Een meerderheid in Endemol zullen ze daarmee echter voorlopig niet verwerven. De beursgang brengt 'slechts' 33 procent van de aandelen in de handel. De helft daarvan komt uit handen van oprichters De Mol en Van den Ende, die hun belang zien verwateren tot ieder 31,5 procent, waardoor ze gezamenlijk hun onderneming kunnen blijven controleren. Van hun belangen kan nog wat afgaan doordat aan 80 medewerkers van Endemol opties zijn weggegeven die binnen 5 jaar recht geven op maximaal 6 procent van het aandelenkapitaal. De andere helft van de vrijkomende aandelen bestaat uit een emissie: nieuw te drukken aandelen die het eigen vermogen van de onderneming moeten uitbreiden. Uitgaande van de uitgiftekoers, die zal liggen tussen 44 en 48 gulden per aandeel, kunnen de oprichters zeggen dat onder hun handen een concern gegroeid is dat tussen de 1,3 en 1,4 miljard gulden waard wordt geacht. De Mol en Van den Ende strijken daarvan dankzij de beursgang nu ieder persoonlijk zo'n 120 miljoen gulden op.

Het entertainment-bedrijf, dat met zijn succes-formules als Goede Tijden Slechte Tijden, All You Need is Love en de Soundmixshow dagelijks miljoenen aan de buis gekluisterd weet, en met musicals als The Phantom of the Opera duizenden de theaters in lokt, wordt allerminst een doorsnee beursfonds, zo is nu al wel duidelijk. Weinig genoteerde concerns kunnen bogen op het feit dat de meerderheid (58 procent) van de 1654 werknemers jonger is dan 30 jaar. Hetzelfde geldt voor de vaststelling dat er bij Endemol meer vrouwen (56 procent) werken dan mannen. Tegelijkertijd is ook het ontbreken van een ondernemingsraad - ondanks uitgeschreven verkiezingen meldden zich geen kandidaten - een uitzondering aan het Damrak. Volgens De Mol is het bijzondere bedrijfsprofiel het gevolg van het feit dat Endemol veel jonge mensen zelf opleidt “in onze eigen bedrijfscultuur”. “Verder krijgen adverteerders steeds meer invloed. Voor hen is een jongere groep kijkers veel interessanter dan zeg maar 50-plussers. Wij vragen dus juist jonge mensen programma's te maken voor hun leeftijdgenoten”.

De snelle groei en het uitzonderlijke karakter van de onderneming roepen ook vragen op. Er zijn critici die vrezen dat de 'pretfabriek' niet volwassen genoeg is om de beursgang te kunnen bolwerken. Het explosief gegroeide bedrijf moet zich nu immers al binnen twee jaar na de fusie openstellen voor allerlei pottenkijkers als financiële analisten, bankiers en niet in de laatste plaats beleggers. En die verwachten dat ze hun geld een veilige bestemming kunnen geven en niet beleggen in een bedrijf dat zo snel is gegroeid dat het bij het eerste het beste zuchtje tegenwind al weer omvalt. In een onderzoeksrapport van ING Barings naar aanleiding van de beursgang wordt met nadruk gesteld dat er een groot beroep wordt gedaan op de kwaliteiten van het management. “Aangetoond moet worden of Endemol hierop berekend is”, zo valt te lezen in het hoofdstuk 'risico's'.

De eigenaars van Endemol doen in elk geval hun uiterste best om uit te stralen dat pleziermaken weliswaar hun vak is, maar dat achter die façade een doodserieuze onderneming schuilgaat. Van den Ende: “We zijn van buiten glamour en glitter, maar van binnen een strak geleid bedrijf.” Kompaan De Mol geeft toe dat “het huidige management niet is toegerust om de groei te handelen”, maar dat met allerlei interne opleidingsfaciliteiten dat probleem kan worden opgelost. De beursgang met een beperkt aantal roadshows in Nederland, Noord-Ierland, Schotland en Engeland, moet van hetzelfde serieuze kaliber worden als het beeld dat de oprichters willen uitdragen. Van een vergelijking met het automatiseringsbedrijf Baan, de meest succesvolle beursintroductie van de recente geschiedenis waarbij de waarde van het bedrijf in een jaar tijd verdubbelde, wil Van den Ende niets weten. “Baan is een ongelooflijke successtory, maar ik hoop dat het niet zo met ons gaat. Endemol moet geen hoogvlieger worden met enorme fluctuaties. We willen ook niet een soort Berlusconi-effect. Dat je niet failliet verklaard kan worden omdat dan de hele wereld mee omvalt.” En met een glimlach: “We doen niets voor de show.” Endemol wordt geen volksaandeel, daarvoor is met de 33 procent ook gewoonweg te weinig kapitaal beschikbaar.

Voorlopig lijken de beurskoersen echter niet Van den Endes eerste zorg. Nog steeds beschouwt hij de kijkcijfers als zijn “dagelijkse drugs”. Ook vandaag consumeert Van den Ende ze weer met een tevreden glimlach op zijn gezicht bij het eerste kopje koffie. “Het blijft toch opvallend. Bij de top tien maar twee programma's van de publieke omroepen. En kijk! Sport7 scoort 38 procent.”

Uit zijn relaas blijkt evenwel dat Van den Ende toch nog een beetje moet wennen aan zijn toekomstige status van bestuursvoorzitter van een beursfonds. Zo meent hij het recht te hebben de aandelen van zijn personeel weer terug te kopen als die besluiten hun opties te verzilveren. Van den Endes financiële man moet hem corrigeren. Terugkooprechten gelden uitsluitend voor niet-beursgenoteerde ondernemingen. De Endemol-medewerkers mogen de stukken na de beursintroductie natuurlijk net zo goed op het Damrak verpatsen.

Twee weken voor de beursgang wordt nog koortsachtig gewerkt aan het 'beursrijp' maken van de tv-producent. Sommige onduidelijkheden uit het verleden moeten daarvoor op de valreep nog even worden rechtgetrokken. Zo had die genoemde optieregeling voor het personeel wel een heel bijzondere achtergrond. De Mol was volgens Van den Ende bij de fusiebesprekingen een beetje “angstig” wegens het grote leeftijdverschil tussen beiden. Van den Ende bracht bij de fusie een groter risico in, eenvoudigweg omdat hij veertien jaar ouder is dan de 41-jarige De Mol. “We hebben natuurlijk een bedrijf dat sterk draait om onze personen. Beleggers en bankiers vragen meteen wanneer wij van plan zijn weg te gaan.” En zo werd dat extra risico voor De Mol gecompenseerd door hem “tegen een zeer laag tarief” voor 6 procent extra aandelen te laten verwerven. En dat pakket zou weer worden gebruikt als het personeel zijn optierechten wil uitoefenen. Leuk bedacht, maar begeleider ABN Amro vond dat voor een beursfonds een te ingewikkelde constructie. Voor de beursintroductie worden de belangen van Van den Ende en De Mol dus weer rechtgetrokken.

De beursgang is in de eerste plaats bedoeld om verdere expansie te kunnen financieren. Afgelopen jaar groeide de omzet van Endemol van 468 miljoen gulden naar 642 miljoen, terwijl de nettowinst van 43,7 miljoen steeg naar 60,5 miljoen. Wil Endemol het noodzakelijk geachte snelle groeitempo volhouden, dan is de beursgang met bijbehorende emissie een absolute noodzaak. Van den Ende: “Het is heel eenvoudig geld te lenen. Maar we willen geen luchtballonbedrijf zijn. Als je snel wilt groeien, als je snel buitenlandse markten in wilt die klaarliggen, die zu haben sind, heb je kapitaal nodig. Ook als je binnen 2 of 3 jaar een belangrijke vis binnen wilt halen, heb je dat nodig.” Met de geplande emissie zal de solvabiliteit (eigen vermogen als percentage van het totale vermogen) van Endemol ruim boven de 50 procent stijgen. Aangezien de doelstelling slechts op 35 procent ligt, is er na de beursgang voorlopig voldoende eigen vermogen om de bij overnames gebruikelijke goodwill te betalen. Alleen bij die echt grote 'vis' is volgens Van den Ende een nieuwe, extra emissie nodig.

De beursgang brengt Endemol ook de financiële basis om voorlopig onafhankelijk door te gaan. Het is een voorwaarde om staande te blijven in de vechtmarkt waar de Larense televisiemakers op rekenen. Een strijdgewoel waarbij Van den Ende nogal wat verwacht van het Amerikaanse Disney-concern, dat in de Verenigde Staten het network ABC heeft overgenomen en in Europa in de gedaante van SBS op de markt is verschenen. “Er verandert nog zo veel. In een jaar tijd zie je SBS6 erbij komen, èn TV10 èn Sport7. RTL5 gaat mogelijk weer weg. En in de internationale markt: in Frankrijk is betaaltelevisie heel winstgevend, elders juist weer niet. In Duitsland fuseert CLT met Bertelsmann. Stel je nu voor dat wij met VNU samen waren gegaan. Hoe hadden die partijen dan gereageerd? Het moment om te kiezen is nog niet gekomen. Sport7 is ook een gevecht van twee tot drie jaar. Dezelfde tijd is nodig voor andere spelers in Europa om de kaart te tekenen.”

Het streven naar onafhankelijkheid als leverancier van programa's aan mediareuzen, zo maakt Van den Ende duidelijk, is niet van eeuwigheidswaarde. Na afloop van de vechtperiode van drie jaar moet het opgewaaide stof zijn neergedaald en houdt Van den Ende rekening met de mogelijkheid dat Endemol partij moet kiezen tussen de allergrootste spelers op het Europese media-speelbord en dat bijgevolg de geschiedenis van Endemol als beursfonds van beperkte duur zal kunnen zijn: “Misschien dat we dan wel een prachtige fusie aangaan met een tv-station of een mediagroep. Of misschien blijkt wel dat het Disney-concern de hele zaak heeft overgenomen. Ik ben er van overtuigd dat er de komende jaren een paar dooien zullen vallen. Die hele digitalisering kost zo immens veel geld. Als er na drie tot vijf jaar nog drie spelers over zijn, kunnen we misschien nog zelfstandig door. Maar als er slechts twee zijn, wordt het bijna onmogelijk voor beide partijen te blijven werken.”

Tot die tijd zijn de ogen van Endemol vooral op het buitenland gericht. De Nederlandse markt is zo goed als verzadigd. Een volumecontract van maar liefst tien jaar met de Holland Media Groep (RTL4, RTL5 en Veronica) heeft een belangrijk deel van de afzet voor Endemol veiliggesteld. Al lopen de partijen de kans dat dat contract door Europees Commissaris Van Miert wegens zijn lengte verboden zal worden. Een Holland Media Groep-functionaris zei onlangs in het Algemeen Dagblad dat de waarde van Endemol daardoor een stuk onzekerder geworden is.

Het zou de tweede keer zijn dat Van Miert Endemol de voet dwars zet. Vorig jaar weerhield de Belg de tv-producent ervan mede-eigenaar te worden van de Holland Media Groep (HMG) wat hem op een woede-uitbarsting van Van den Ende kwam te staan. De ironie wil dat de Holland Media Groep inmiddels tegen de rode cijfers vecht en Endemol met een dergelijk blok aan het been onmogelijk de beursgang had kunnen maken. Van den Ende vindt het niettemin “te vroeg” om Van Miert nu een bosje bloemen te sturen. Maar als hij zou ingrijpen in het tienjarige contract, is er geen man over boord: “Persoonlijk vind ik tien jaar ook erg lang. Maar HMG wilde dat juist graag. Misschien wordt het dus geen bosje bloemen, maar een fles wijn voor Van Miert.”

In de Nederlandse bakermat kan misschien door efficiency-verbetering nog wat groei gerealiseerd worden. Maar om de beleggers en henzelf echt tevreden te stellen moeten Van den Ende en De Mol uitdrukkelijk in het buitenland op zoek naar uitbreiding. Geen makkelijke opgave blijkens Endemols ervaringen in de Verenigde Staten. Met een pilotversie van de succesformule All You Need Is Love op veertien Amerikaanse tv-stations dacht Endemol een belangrijke slag te kunnen slaan. Dat was voorlopig een brug te ver, geeft De Mol toe. Amerika is een “conservatief” televisieland, waarover in Europa een verkeerd beeld bestaat. “Kijkers hier krijgen alleen het beste te zien wat er in de Verenigde Staten wordt gemaakt, de echte topseries. Dat is absoluut niet representatief voor de Amerikaanse televisiecultuur.” De Mol kreeg een aanbod om All You Need Is Love in dagelijkse afleveringen van 25 minuten op de buis te brengen: “Daar zijn we niet op in gegaan. We zijn er van overtuigd dat de formule alleen gedijt met een timeslot van 50 minuten, waarin je kunt differentiëren in thematiek. Zo'n lang timeslot bestaat er op primetime in Amerika niet eens.”

De Amerikaanse markt wordt niet volledig afgeschreven. “We speuren voortdurend naar mogelijkheden. Vroeg of laat gaan ze daar door de bocht.” Maar de eerste prioriteit ligt volgens De Mol in Europa. In Duitsland is Endemol met grote shows op RTL (Traumhochzeit van De Mols zus Linda, Rudi Carell en natuurlijk All You Need) al bijzonder actief, “maar daar worden we toch nog te veel gezien als die Hollanders, die kaaskoppen. Nu steken daar allerlei leuke kleine produktiemaatschappijen de kop op. Mogelijk nemen we daar belangen in zodat we dieper kunnen wortelen in de televisie-infrastructuur. Met de creativiteit van die producenten zelf kunnen we dan ook een nieuwe kleur toevoegen aan ons eigen palet.” Vergelijkbare strategieën ontwerpt Endemol voor Portugal, Spanje, Scandinavië, Frankrijk en België waar al Endemol-produkties worden gemaakt.

Ondanks de buitenlandse expansie-plannen wordt Nederland niet vergeten. Dat blijkt wel uit de 19,5 procent deelname in de nieuwe sportzender Sport7. Maar tegelijkertijd wordt die omstreden investering door sommigen beschouwd als de achilleshiel van Endemol. Voor andere, veel grotere initiatiefnemers als ING, KPN en Philips veroorzaakt hun deel van de geschatte verliezen in het lopende boekjaar nauwelijks een rimpeling op de balans. Die verliezen worden door ING zelf op 102 miljoen gulden geschat. Maar als het kleinere Endemol daarentegen dat verlies proportioneel (20 miljoen gulden dus) in haar jaarrekeningen zou moeten meenemen, veroorzaakt dat een flinke deuk in de huidige nettowinst van 60 miljoen gulden. Gelukkig voor Endemol is dat risico op korte termijn nog niet zo groot. Van deelnemingen onder de 20 procent hoeven de resultaten wettelijk niet mee te wegen in de resultaten van de aandeelhouder. Pas als de verliezen echt uit de hand lopen en er veel geld bij moet, gaat Sport7 pijn doen in de boeken van de tv-producent.

Daar is volgens Van den Ende echter nog geen sprake van, ook al vallen de kijkcijfers en de daaraan gekoppelde inkomsten tegen. “De belangstelling voor voetbal trekt wel weer aan. Het is logisch dat die een beetje inzakt na een EK in de zomer en als de resultaten van Ajax tegenvallen. Maar je kunt er op wachten dat het weer verbetert.” Behalve dat Endemol risico loopt op het belang in Sport7, verdient de producent ook aan het driejarige productiecontract dat met de zender is afgesloten.

Volgens Van den Ende is de vercommercialisering van het voetbal, waarvan Sport7 een van de representanten is, een proces dat je niet kunt tegenhouden: “Die clubs hebben om internationaal te presteren steeds meer geld nodig. Dat kan alleen maar van de televisie komen. Ik ben er van overtuigd dat binnen een paar jaar de eerste helft van een voetbalwedstrijd wordt onderbroken voor een commercialbreak.” Dat Sport7 weerstand zou oproepen, had Van den Ende verwacht, dat het zo erg zou zijn, had hij echter niet kunnen bevroeden: “We hebben een downscenario. Daarin gaan we er van uit dat we onze rug lang recht moeten houden, dat we niet bang zullen worden. Je mag niet omwaaien.”