Piket bezweert vormcrisis met fraaie zege

TILBURG, 24 OKT. Jeroen Piket en Boris Gelfand hebben gisteren het Fontys-schaaktoernooi gewonnen. Piket was al voor de laatste partij tegen Loek van Wely optimistisch gestemd. “Ik was wel nerveus, maar op de juiste manier gespannen. Al een dag of vijf zat ik in een roes en speelde ik heel geconcentreerd. Ik richtte me helemaal op het schaken en lette nauwelijks op mijn tegenstanders.”

De vanzelfsprekendheid waarmee Piket zijn overwinning ontleedde, stond in schril contrast met de ontgoocheling die Loek van Wely en zijn aanhang van hun vrolijke branie had beroofd. Niet 'King Loek' had Gelfand op het laatste moment ingehaald om zo de eindzege in het nieuwe Tilburgse grootmeestertoernooi te delen, maar rivaal 'The Pike' uit Leiderdorp.

Van Wely had wel een half uur nodig voordat hij weer enigszins de oude was. In de analyse keek hij nog terneergeslagen naar de varianten die hem in het verre eindspel alsnog de remise hadden kunnen brengen nadat hij vlak voor de eerste tijdcontrole naar de rand van de afgrond was gespeeld. Veel praten deed hij niet. Dat liet hij over aan Piket en de andere deelnemers die zich ermee kwamen bemoeien. Pas bij het begin van de prijsuitreiking stroomde het bloed weer naar zijn hoofd en deelde Van Wely jennerig mee dat hij nog steeds de hoogste Nederlandse rating had. Een snelle rekensom had hem geleerd dat hij ondanks deze tegenvaller de afgelopen twee weken zijn rating had opgevoerd tot 2645. Piket had natuurlijk nog meer winst gemaakt, maar reikte toch niet verder dan 2635.

Piket kon er zich met een internationaal aansprekende toernooioverwinning vóór Karpov niet echt druk om maken: “Voor mij is het het belangrijkste dat ik zelf 26 punten heb gewonnen. Van Wely heeft momenteel de hoogste rating en die heeft hij al een half jaar. Het zegt me niet zoveel. Ik ben niet zo op Nederland gericht en vind het belangrijker om er internationaal weer bij te horen.” Woorden die zo afkomstig konden zijn van Jan Timman. Ook hij weigerde zich de afgelopen jaren mee te laten slepen in de discussie wie nu eigenlijk de sterkste Nederlandse grootmeester is.

De vormcrisis die Piket langdurig in een verlammende greep had, lijkt afdoende bezworen. Vooral zijn stabiliteit geeft goede hoop op een voortgezet vormherstel. Piket bleef in Tilburg ongeslagen en verloor ook verder dit jaar maar weinig partijen. Wanneer hij zijn resultaten op een rijtje zet, blijkt hij toch niet helemaal ongevoelig voor de onvermijdelijke vergelijking met Timman en Van Wely. “De tweede helft van 1996 verloopt heel goed, en over het hele jaar gezien kan ik zeggen dat ik zowel tegen Timman als Van Wely op plus twee sta.”

Timman kon de sleutelpartij tussen Piket en Van Wely van dichtbij volgen. Als speciale attractie verzorgde hij in de laatste ronde het commentaar in de afgeladen kantine van het Ondernemingshuis. Timman sprak lovend over beide spelers, ook al plaatste hij een punt van kritiek bij de slordigheid waarmee Van Wely was omgesprongen met zijn overlevingskansen in het toreneindspel: “Eerst had zwart enige moeilijkheden, later wit. Dat mag niet gebeuren. Toreneindspelen kun je leren. Jeroen is technisch gezien goed geschoold. Daar schort het bij Loek nog aan.” Ook Timman voelde er weinig voor om in te gaan op de huidige krachtsverhoudingen. Na zijn eigen sterke spel op de Olympiade beperkte hij zich liever tot een optimistische constatering: “Ik geloof dat we alledrie in de lift zitten. Dat is heel goed.”

Ruim voordat Piket en Van Wely hun meeslepende partij afrondden, was al duidelijk geworden dat winst goed zou zijn voor de gedeelde eerste plaats. Na een uur spelen voelde koploper Gelfand zich te onzeker over zijn kansen tegen Judit Polgar om op winst te spelen. Zijn remisevoorstel wekte enige bevreemding omdat wit goed leek te staan. Het voorstel van Gelfand werd begrijpelijk in de analyse. Voortdurend lag het initiatief bij wit, maar steeds weer liet Polgar met haar verdedigingszetten zien dat ze dit complex beter bekeken had.

Gelfand bleef net als Piket ongeslagen en ook hij krijgt steeds meer het gevoel dat een zwakkere periode definitief afgesloten is. Even had hij geaarzeld toen hij vlak voor het toernooi werd gevraagd als vervanger voor Kramnik. Een korte overpeinzing had hem over de drempel geholpen: “Meestal speel je als invaller of heel goed of heel slecht. Dit voorjaar viel ik ook in Amsterdam in en speelde erg beroerd. Ik ging er dus maar vanuit dat ik dat al had gehad.”