Ouders frauderen met ballonnen

Is er iets vertederender of onschuldiger dan een kinderballonnetje met afzenderskaartje dat je op een gure, eenzame wandeling zomaar vindt? Van een Grote-Ballonnenwedstrijd, waarbij een klein medemens een zoëven nog dierbaar bezit heeft prijsgegeven aan de wind en een ongewisse toekomst?

Sinds kort kijk ik er anders tegenaan. Je komt die ballonkaartjes weleens tegen, buiten in de natuur. En vooruit, je wilt ook weleens de kwaadste niet zijn, slikt de gedachte weg dat fantasie mooier is voor een kind dan concrete vermelding van een eindpunt, en stuurt het kaartje terug. Natuurlijk met vermelding van vindplaats en van eigen naam en adres. Maar laatst kwam ik op een voor publiek opengesteld Veluws langoed de eigenaresse weer eens tegen. Meestal praten we dan even bij over recente dierlijke vondsten. Zoals restanten van een vossemaaltijd waarop een gestempeld telefoonnummer prijkte - de veren van een postduif. Of de resten van een zwarte specht; zijn ijverig getimmerde nestholte werd overgenomen door een boommarter, die ook de bewoner blij verrast tot zich nam. Nu meldde ik ook eens zo'n kinderballonnetje, dat eerder die week was aangekomen. En dat ik het kaartje had teruggestuurd naar Maastricht, met de kitscherige opmerking aan Esther van zeven dat vlak voordat ik het vond, een hertje heel verbaasd naar haar kleurige ballonnetje had staan kijken.

“Ja ja”, knikte ze. “Het was hier weer een druk weekend. Hing het vlak naast het pad, zo'n beetje op ooghoogte, het kaartje goed zichtbaar?” Toen ik dat allemaal moest beamen, knikte ze nog eens zo geroutineerd. En ontvouwde haar door langdurige observatie in de praktijk geboren theorie.

Hier is sprake van fraude. Niets is heilig in deze prestatiemaatschappij - ook de ballonnenwedstrijd en kleutervermaak niet. Kinderen moeten scoren, desnoods door kunstgrepen. Vermoedelijk ontvreemden ouders ballonnetjes en kaartjes vlak voordat de Grote-Ballonnenwedstrijd begint, om ze ijlings naar een goed scorende vindplaats over te brengen en daar opvallend op te hangen. Een goed bezocht landgoed op de Veluwe, bijvoorbeeld.

Van onterechte achterdocht blijkt hier geen sprake. Analyse leert dat drie van de vier sindsdien hier gevonden kaartjes inderdaad een wel heel ongelofelijke luchtreis hebben uitgevoerd, en bovendien zeer ontoevallig terecht zijn gekomen. Zelfs wanneer je de verschillende luchtlagen met eigengereide stromingsvoorkeuren in beschouwing neemt, klopt de richting eenvoudigweg niet.

Hoe moet je je het vergrijp in de praktijk voorstellen? De feestelijke oranje kinderoptocht nadert op Koninginnedag het plein voor de grote loslaat-actie, onvermijdelijk met die ene kleuter die het te vroege heengaan van een al illegaal losgelaten ballon krijsend betreurt. Of bij de opening van de nieuwe schoolvleugel staan de kinderen al feestelijk klaar, met de ballonnetjes aan de hand. Vlak voor het grote moment zegt een moeder tegen een hoopvol kind dat het touwtje overdreven stevig vastklemt: “Geef strakjes je ballon maar aan pappa, die is langer en als die hem loslaat gaat hij misschien wel verder.” Dat met een samenzweerderig lachje over het kinderhoofd heen naar haar man, die al klaar staat met een speld in de hand. Na enige overreding - ouders staan samen sterk - krijgt hij hem. In de loslaat-mêlee prikt hij de ballon lek en laat het lapje rubber met touwtje en kaartje razendsnel in een jaszak verdwijnen. Om direct daarna, wijzend op de opstijgende massa, uit te roepen: “Ja kijk, daar gaat hij, zie je wel?”

Maar misschien zijn ouders niet zo fijngevoelig, en ontworstelen ze gewoon het touwtje aan kinderknuistjes onder het sissen van 'En winnen zal je'.

Hoe dan ook, het vervolg is simpel. Vader en moeder hadden toch al dat weekend-uitje verderop in het land gepland, of anders worden vuttende en reislustige opa's en oma's in het complot betrokken. Als de drom dagjesmensen in het bos begint te luwen, trekt een volwassen persoon, onrustig om zich heen kijkend, een dood ballonnetje uit de tas. En op ooghoogte komt aan een tak een gezien de regen van de afgelopen dagen nog onwaarschijnlijk helderwit kaartje te hangen.

Ik vrees dat het allemaal waar is. Nooit kom je hier een gevallen ballonnetje met kaartje zomaar echt in het wild tegen, zie je het hoog in een boom wapperen of aan een hertegewei bungelen. Nee - altijd die paar meter uit de kant van een pad binnen een toch niet bepaald dicht wegennet. Op een hoogte waar een gemiddelde opa makkelijk bij kan. Nederland moet zijn waakzaamheid jegens ballonnenfraude versterken.