Onderzoek klimaat 'toch voor herhaling vatbaar'

De meerderheid van de Tweede Kamer accepteert dat de uitstoot van kooldioxyde de komende jaren niet of nauwelijks afneemt. Is het parlementaire onderzoek naar klimaatveranderingen dan wel zinvol geweest?

DEN HAAG, 24 OKT. Had het zin? Dat is de vraag die al een half jaar wordt gesteld en die deze week opnieuw werd opgeworpen over het parlementair onderzoek onder leiding van de GPV'er E. van Middelkoop naar klimaatveranderingen.

Enkele weken geleden verscheen een rapport zonder harde aanbevelingen om de CO2-uitstoot, algemeen gezien als oorzaak van de opwarming van de aarde, terug te brengen. En eergisteravond bleek een meerderheid van de Tweede Kamer het niet eens nodig te vinden met zichzelf en de regering af te spreken dat de uitstoot van kooldioxyde (CO2) de komende jaren naar beneden gaat. De commissie-Van Middelkoop had zich juist een voorstander van extra maatregelen getoond om die uitstoot tegen te gaan.

Had het grofweg drie ton kostende, in elk geval voor de voorzitter tijdverslindende parlementaire onderzoek zin? En zo ja, is dergelijk onderzoek dat zich niet richt op misstanden uit het verleden, maar zich bezighoudt met lopend beleid en met de toekomst, voor herhaling vatbaar? Zowel Van Middelkoop als Tweede Kamervoorzitter Deetman beantwoordt beide vragen met een ondubbelzinnig ja.

Het onderzoek past heel goed binnen de twee klassieke taken van het parlement, medewetgeving en controle van de regering, vindt Van Middelkoop. Zelfs de milieu-specialisten van de grote fracties die lid waren van zijn commissie, kwamen immers zelden toe aan een “systematische, diepgravende, en integrale” benadering van het klimaatvraagstuk, dat ook de komende jaren hoog op de politieke agenda zal blijven staan. Nu wel, zegt Van Middelkoop. Daarmee kunnen de parlementariërs hun controlerende taak tegenover de regering “deskundiger en alerter” uitoefenen.

Het Kamerlid voor het GPV heeft zich dan ook verbaasd over de kritische commentaren op het werk van zijn commissie. “De journalistieke behandeling van ons werk was onder de maat”, zegt hij. “Ook journalisten zouden zich er over moeten verheugen dat parlementariërs niet oppervlakkig bezig zijn, maar zich diepgravend in de materie inwerken, niet bij de waan van de dag leven, maar over de volgende eeuw nadenken en een complex probleem in een bepaalde samenhang proberen te brengen.”

Kamervoorzitter Deetman is “niet verbaasd, wel verwonderd” over de kritiek, verwonderd omdat “zeker in een informatietijdperk als het onze, het van belang is dat een democratie niet het slachtoffer wordt van de waan van de dag, maar zich bezighoudt met de langere termijn.”

Deetman waarschuwt voor snelle oordelen. “Ze doen me denken aan een zinnetje uit de laatste Miljoenennota. Daarin schreef Kok dat zijn kabinet profiteert van het sociaal-economisch beleid van drie kabinetten-Lubbers. Daarmee had hij het wel over vijftien jaar hard ploeteren. Als iemand hem in 1982 had gezegd dat hij dat zinnetje vijftien jaar later eens zou opschrijven, had hij waarschijnlijk hard gelachen, want destijds was iedereen lang niet overtuigd van de noodzaak van ingrijpen. In 1982 verloor het CDA daarom nog de verkiezingen.

“Misschien dat over tien jaar wel over het rapport van de commissie-Van Middelkoop wordt gezegd dat het niet spectaculair was, maar toen al wel heeft bijgedragen aan een versterking van het besef bij alle politieke partijen dat maatregelen nodig zijn. Mij viel tenminste deze week op bij de behandeling van de Klimaatnota van het kabinet dat de politieke tegenstellingen veel minder groot waren dan een aantal jaren geleden”, aldus Deetman.

Ook Van Middelkoop noemt het “winst” dat nu van GroenLinks tot de VVD is onderkend dat er überhaupt een relatie is tussen menselijk gedrag en klimaatveranderingen, iets dat daarvoor nogal eens werd betwijfeld. Zowel GroenLinks als de VVD is daarop nu aanspreekbaar. “Hoe dat vraagstuk vervolgens moet worden aangepakt, is een zaak van de fracties”, vindt Van Middelkoop. Dat die politieke tegenstellingen in het klimaatdebat bleven, had niet te maken met het feit dat 'slechts' een GPV'er voorzitter was, maar met de aard van het onderwerp zelf, aldus Van Middelkoop. Dat parlementaire rapporten toch vaak een zware politieke lading krijgen, vindt Van Middelkoop onterecht. “Ons rapport was een rapport van zes Kamerleden, heb ik al eens eerder gezegd. Kameronderzoeks- en enquête-commissies dreigen een te groot gezag te krijgen, zeker onder Kamerleden zelf. Door de onderlinge collegiale verhoudingen krijgen die rapporten niet dezelfde onbevangen commentaren, die stukken van buitenstaanders wel krijgen. Zo was bij de beoordeling van het rapport van de commissie-Van Zijl over de CTSV duidelijk dat niet alleen de inhoud van het rapport, maar ook het prestige van de fractiesecretaris van de PvdA een rol speelde.”