Oefenen in getrouwd zijn

Twee mensen die met elkaar in de echt treden, beloven elkaar trouw. Lang niet iedereen doet deze belofte blijvend gestand. In Nederland wonen ongeveer 400.000 gescheiden vrouwen en 300.000 gescheiden mannen.

Menige man of vrouw die onder trouw verstaat dat zijn of haar partner geen (seksuele) relatie met een ander aangaat, komt bedrogen uit. De bioloog Robin Baker schat in zijn recent verschenen boek De sperma-oorlog dat tien procent van de kinderen uit overspel is voortgekomen.

Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau is er in het huidige tijdsgewricht sprake van een “ontromantisering van het huwelijk”. Scheiden is gewoon geworden. Eén op de zes kinderen wordt tegenwoordig vòòr zijn 21ste jaar geconfronteerd met de echtscheiding van zijn ouders.

De Nederlander kent aan het huwelijk niet meer zo veel gewicht toe. Gesteld voor de keuze wat zij in hun leven het belangrijkste vinden, noemde 34 procent in 1966 nog het huwelijk; dertig jaar later is dit percentage gezakt naar 13. Het ongetrouwd samenwonen neemt toe.

Toch wijst de praktijk uit dat samenwonen dikwijls niet meer is dan een oefening in getrouwd zijn, een methode om het huwelijk uit te stellen. Tachtig tot negentig procent van de samenwonenden heeft het voornemen ooit te trouwen. Of samenwonen ook een goede oefening is, is de vraag. Vrouwen die voor hun huwelijk eerst een tijd met hun man hebben samengewoond, lopen een tweemaal zo grote kans op echtscheiding als vrouwen die niet eerst hadden samengewoond.

Meer nog dan samenwonen is alleenwonen een trend. Al beschouwt niet meer dan 10 procent van de alleenwonende vrouwen en mannen in de leeftijdsgroep tot en met 42 jaar hun huidige leefsituatie als definitief. Ze willen trouwen of samenwonen. Later. Op de vraag wat zij nu het belangrijkste vinden in het leven, antwoordden deze alleenwonenden in ruime meerderheid: genieten.