Nieuwe luchthaven

Bij de voortdurende discussies over het tracé van de hoge-snelheidslijn (HSL), de uitbreiding van Schiphol en de locatie van de volgende nationale luchthaven, valt het op hoezeer de problematiek vanuit een puur Nederlands, klein-dorps standpunt wordt bekeken (NRC-Profiel over vliegen van 17 oktober). Flitstreinen en vliegverkeer zijn bij uitstek grensoverschrijdende zaken, zeker waar het een postzegelgroot land als Nederland betreft.

Plannen om de opvolger van Schiphol in de Markerwaard of voor de kust bij IJmuiden te situeren zijn Mokum-centrisch en zowel Rotterdam als Noord-Brabant zullen bereikbaarheidsproblemen opleveren.

In navolging van wat elders in de wereld gebeurt, zou het veel logischer zijn een nieuw luchtvaartknooppunt in het middelpunt te plaatsen van het economische concentratiegebied dat gevormd wordt door de Randstad, Antwerpen-Zeebrugge, Brussel en het westelijke Ruhrgebied. Een geschikte plaats zou de Kempen zijn, ten zuiden of zuidwesten van Eindhoven, een locatie die gezamenlijk met België ontwikkeld zou moeten worden. Hier zou dan ook de HSL uit Brussel-Antwerpen langs gevoerd moeten worden.

Het zou heel wat geld en problemen wat betreft infrastructuur, ruimtelijke ordening en milieu besparen indien de HSL vanuit Amsterdam-Schiphol beperkt zou blijven tot een lijn naar het Ruhrgebied/Duitsland, waar de lijn Parijs-Brussel-'Benelux luchthaven' op zou aansluiten ten noorden van Eindhoven/Den Bosch. Een efficiënte en veel goedkopere verbinding van Den Haag en Rotterdam met Schiphol/Amsterdam en de nieuwe luchthaven plus HSL Zuidlijn zou dan worden gevormd door snelle intercity's (zie ook ir. Van Witsen in de NRC van 16 oktober).

Op deze wijze zou eindelijk het steeds knellendere beslag op ruimte en leefomgeving in de Randstad verlicht worden, en zou er een nieuwe economische groeikern ontstaan in een gebied dat gunstig gelegen is en waar nog (relatief) ruimte is.