Melkert grijpt te hoog met banen

DEN HAAG, 24 OKT. De markt voor gesubsidieerde banen, zoals de Melkert-banen, is bijna verzadigd. Minister Melkert (Sociale Zaken) wil de komende twee jaar 20.000 extra banen creëren in de collectieve sector. Er is echter ruimte voor slechts 4.000 banen. Dat concludeert de Algemene Rekenkamer na onderzoek van verschillende banenplannen in de vier grote steden.

De Rekenkamer concludeert verder dat de banenplannen, die gericht zijn op nieuwe extra banen, onvoldoende waarborgen hebben om de verdringing van echte banen tegen te gaan. Het college, dat de rijksfinanciën controleert op rechtmatigheid en doelmatigheid, presenteert vandaag het rapport 'Gesubsidieerde arbeid'.

De onderzochte banenplannen, het Jeugdwerkgarantieplan, de banenpools en de Melkert I en II-regelingen richten zich alle op het invullen van additionele banen. Minister Melkert heeft zich tot doel gesteld om aan het eind van dit jaar zo'n 70.000 werklozen aan deze extra banen te helpen. In de jaren tot het eind van de kabinetsperiode moeten er nog bijna 130.000 volgen.

In de loop van het onderzoek constateerde de Rekenkamer evenwel dat in bepaalde branches, zoals de horeca en de kinderopvang, een tekort aan additionele arbeidsplaatsen was. Volgens het college is de additionele banenmarkt bijna verzadigd, temeer omdat de drie van de vier banenplannen zich op dezelfde sectoren en dezelfde functies richten.

Melkert deelt deze vrees niet en heeft de Rekenkamer gewezen op een onderzoek van het Nederlands Economisch Instituut (NEI). Daaruit blijkt dat tot 1998 nog een groei van extra arbeidsplaatsen in de collectieve sector te verwachten is van tien tot dertig procent. Het NEI merkt echter op dat deze groei eerder op tien procent dan dertig zal liggen.

Bovendien is, wat het aantal extra banen betreft, nu al de grens bereikt voor een groot aantal gemeenten, onderwijs- en zorginstellingen. Volgens het NEI zullen er slechts 4.000 additionele banen in de collectieve en zorgsector zijn. Dat is aanzienlijk minder dan de geplande 20.000 die Melkert in de komende twee jaar in de collectieve sector wil plaatsen.

Naar het Rekenkamer-rapport is geruime tijd uitgezien door de tegenstanders van de banenplannen van Melkert. Vooral werkgevers hebben kritiek op de Melkert-banen, omdat deze echte banen zouden verdringen. De Rekenkamer haalt een nog vertrouwelijk onderzoek aan waaruit blijkt dat de Melkert-banen in de marktsector in eenderde van de gevallen bestaand werk verdringen. Het ging daarbij vooral om uitzendwerk.

Het college vindt dat de verdringing beter moet worden bestreden en getoest. De organisaties die voor de uitvoering van de regelingen moeten zorgen, controleren nauwelijks of er sprake is van verdringing. Ook verstaan ze onder het begrip niet hetzelfde. Melkert is het oneens met de conclusies omtrent de verdringing van echte banen. Volgens hem hebben de banenplannen wel voldoende waarborgen om verdringing tegen te gaan. Bij een evaluatie van de regelingen zal hij het onderwerp extra aandacht geven.

De werving en selectie van werklozen die in aanmerking komen voor een baan via een van de banenplannen, verloopt volgens de Rekenkamer niet optimaal. De arbeidsbureaus en sociale diensten hebben geen volledig beeld van de mogelijkheden en beperkingen van de vaak langdurig werklozen. De functie-eisen zijn soms te hoog of mensen blijken moeilijk plaatsbaar te zijn, bijvoorbeeld omdat ze een strafblad hebben.

Tegelijkertijd met het Rekenkamer-rapport verschijnt vandaag een alternatief plan van de werkgeversorganisatie MKB Nederland. Het MKB schat dat per jaar 90 miljoen gulden van het budget voor de Melkert-banen onbenut blijft.

Het MKB wil dat geld inzetten voor eigen banenplannen voor kleine bedrijven. Het gaat dan om bijvoorbeeld scholingsplannen en werkervaringsplaatsen. Over twee jaar moeten deze plannen voor 75 procent van werknemers in het midden- en kleinbedrijf bereikbaar zijn.