Leve het melodrama dankzij Gardiners nonconformisme

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest en Dameskoor Ned. Opera o.l.v. John Eliot Gardiner m.m.v. Deborah York (sopraan) en Anne Sofie von Otter (mezzosopraan). Gehoord: 23/10. Herhalingen: 25/10 Amsterdam; 26/10 Brussel. Radio-uitz.: 2/11 14 uur Avro Radio 4.

Nauwelijks een week nadat hij in Utrecht zijn achtste Edison kreeg èn een Edison 'Extraordinair' is John Eliot Gardiner weer terug in ons land. Hij leidt het Concertgebouworkest in een prachtig samengesteld en uitgevoerd programma met diverse vormen van theater- en theatrale muziek uit het begin van de vorige eeuw. Zaterdag wordt het ook uitgevoerd in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten in het Festival van Vlaanderen. Volgende week staat hij weer voor het orkest met Weber, Mahler en Schubert.

Deze week begint het concert met de ouverture van Carl Maria von Webers opera Oberon naar Shakespeare's A midsummer night's dream en eindigt met delen uit Mendelssohns toneelmuziek bij hetzelfde stuk. Mendelssohn schreef zijn ouverture daarvan in 1826 - het zelfde jaar waarin Weber Oberon schreef - en componeerde de rest daarvan in 1842. In de Nocturne hoort men de echo van Webers 'verre' hoorn, prachtig, intens en zacht gespeeld door Jacob Slagter.

Tussendoor klonk La mort de Cléopâtre, de lyrische scène voor mezzosopraan en orkest die de jonge Berlioz in 1829 schreef, net voor zijn Symphonie fantastique. Men hoort hier al het idioom van La damnation de Faust (1846) en Les Troyens (1859) in deze voor zijn tijd stoutmoedige muziek met een sterk beeldend karakter. Hoogstbijzonder zijn ook de twee korte coda's waarmee het werk besluit, eigenlijk twee verschillend uitgewerkte orkesttutti, die de dramatiek van de zelf gekozen gifdood van Cleopatra wat subtieler en schrijnender onderstrepen dan met een paar ordinaire doffe dreunen.

De beroemde Anne Sofie von Otter zong Cleopatra met een erg mooie stem - vooral het Lento cantabile - al was het volume daarvan niet toereikend om boven het orkest uit voortdurend en volledig recht te doen aan Berlioz' golvende pathetiek. Bij de radio-uitzending zal de balans waarschijnlijk beter zijn dan in de zaal.

Opvallen deed Von Otter veel meer in Mendelssohns Midsummer night's dream, vooral door de violisten veelal virtuoos en briljant spits gespeeld. Gardiner had de aangekondigde selectie aangevuld met enkele originele spreekteksten van Oberon, Titania en Puck. Ze werden tussen de in het Duits gezongen delen door in het Engels vertolkt door de solisten Deborah York en Anne Sofie von Otter. York was een Puck met een klein elfenstemmetje, aan Von Otter is een echte klassieke actrice verloren gegaan, getuige haar schitterende frasering en welvende dictie.

En zo werd ook gelukig een deel van het melodrama hersteld waarvan het programmablad Preludium nog zei dat die door muziek begeleide spreekteksten minder geschikt zijn voor de concertzaal en dat het gebruikelijk is ze weg te laten. Leve Gardiners ongebruikelijkheid: zo kon men eens horen hoe onterecht het is dat de term 'melodrama' zo'n negatieve betekenis heeft gekregen. Melodrama is niets anders dan een vroege versie van muziek, die klinkt tijdens dialogen op film of tv. In het geval van Mendelssohn is dat allemaal natuurlijk extra mooi. Zijn muziek verheft Von Otters woorden en doet die op de aangenaamst mogelijke wijze zweven naar het oor van de toehoorder.