Kunstonderwijs trekt eigen plan

ROTTERDAM, 24 OKT. De hogescholen die kunstonderwijs geven, gaan onafhankelijk van staatssecretaris Nuis (Cultuur) een plan opstellen voor de toekomst van het kunstonderwijs. De hogescholen hebben hiertoe besloten, omdat zij geen mogelijkheid zien dit samen met Nuis te doen.

Steen des aanstoots voor de betrokken hogescholen is het voornemen van de staatssecretaris om 25 miljoen gulden te bezuinigen op het kunstonderwijs. Op een totaal budget van circa 250 miljoen is dat een bezuiniging van tien procent.

Zolang die bezuiniging niet van tafel is, vinden de hogescholen overleg over de toekomst van het kunstonderwijs weinig zinvol.

Bij de opstelling van het HOOP (hoger onderwijs- en onderzoeksplan) 1996 zijn de staatssecretaris en de HBO-Raad, de Vereniging van Hogescholen, overeengekomen dat in vervolg op de in gang gezette herstructurering van het kunstonderwijs de studenten aan de poort strenger zouden worden geselecteerd. Het geld dat daardoor eventueel zou kunnen worden bespaard, zou dan ten goede komen aan het onderwijs. De HBO-Raad constateert dat Nuis met zijn voorstel om 25 miljoen te bezuinigen, deze afspraak naast zich neerlegt. De hogescholen vinden dit onaanvaardbaar.

De hogescholen zijn van plan de verschillende kunstopleidingen beter af te stemmen op de verschillende kwaliteiten die van afgestudeerden worden gevraagd. Uitgangspunt daarbij moet zijn dat het budget gelijk blijft, aldus de hogescholen. Als er al geld vrijvalt door de eigen opzet van de kunstopleidingen, moet dit weer worden besteed aan het kunstonderwijs. De hogescholen denken daarbij aan een betere begeleiding van talentvolle studenten. In het plan van aanpak wordt ook ingegaan op de kansen van de studenten op de arbeidsmarkt. De hogescholen willen hun plan presenteren voor de zomer van 1997.