Kamer: informatie onderzoek Dutchbat

DEN HAAG, 24 OKT. Welke, al dan niet bilaterale, vertrouwelijke gesprekken met welke landen zijn afgelopen zomer gevoerd door of namens minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) voor hij - in zijn brief van 6 september aan de Tweede Kamer - tot de conclusie kwam dat een onafhankelijk VN-onderzoek naar de val van Srebrenica en de rol van “Dutchbat” daarbij “geen begaanbare weg” is?

Dit wil de vaste Kamercommissie voor buitenlandse zaken weten nu de Volkskrant vanmorgen met verwijzing naar “diplomatieke bronnen” meldt dat de minister “nooit serieus heeft geprobeerd” de VN en bondgenoten van het nut van zo'n onderzoek te overtuigen. De Kamercommissie wil begin volgende week nadere schriftelijke inlichtingen hebben om die vervolgens donderdag te kunnen bespreken in een al eerder afgesproken overleg met de ministers Van Mierlo, Voorhoeve (Defensie) en Ritzen (Onderwijs) over de onderzoeksopdracht-Srebrenica, die het kabinet wil geven aan het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie in Amsterdam (Riod).

Het oppositionele Kamerlid De Hoop Scheffer (CDA) zei vanmorgen desgevraagd dat Van Mierlo “specifieke informatie” moet geven over wat met welke landen is besproken betreffende een eventueel VN-onderzoek. Hoe zijn bijvoorbeeld de bilaterale contacten met de VS en Frankrijk verlopen en heeft Nederland aan de geprekspartners in de VN ook een idee van de gewenste opzet van zo' onderzoek gegeven? Als dat is gebeurd is wil de Kamercommissie de formulering daarvan weten.

Een woordvoerder van Buitenlandse Zaken zei vanmorgen dat “uitgebreid en zorgvuldig” is gesondeerd, bij “nagenoeg alle belangrijke” leden van de Veiligheidsraad, bilateraal ook met de VS en Frankrijk, of een VN-onderzoek kans had. Verreweg de meeste reacties waren “sterk afwijzend” geweest (“ontijdig”, “onverstandig”, “contraproduktief”). Keihard nee had niemand gezegd, maar dat is in het diplomatieke verkeer ook ongebruikelijk, zei de woordvoerder.