Jazz-musicus Van de Geyn zoekt ideale weg naar hart

Bassist Hein van de Geyn is de eerste Nederlandse jazzmusicus die de Prins Bernhard Fonds Muziek Prijs krijgt. Hij neemt deze prijs, groot 100.000 gulden, morgen in ontvangst in de Amsterdamse Westerkerk, naast winnaars op andere gebieden, van wetenschap tot natuurbehoud.

Uitreiking Prins Bernhard Fonds Muziek Prijs morgenavond in de Amsterdamse Westerkerk. Op 28/10 is Hein van de Geyn te zien in een tv-documentaire van Jan Kelder in de serie Het Uur van de Wolf. Ned 3, 23.22-0.17u.

“Ik ben niet briljant, geen Ferrari-Formule 1 bassist. De wereld veroveren met mooie muziek, dat is altijd mijn ambitie geweest. Ik ben een vreselijke romanticus: het liefst zou ik wanneer ik sta te spelen het publiek spontaan in huilen uit zien barsten. Toch denk ik wel eens: man, schei toch eens uit met al dat mooie gedoe, je kunt toch ook anders muziek maken, heel agressief of hartstikke dwars. Helaas ben ik blijkbaar geboren voor harmonie, dus moet ik het daarin maar blijven zoeken, zo diep en zo eerlijk mogelijk.”

Hein van de Geyn (Schijndel, 1956) was de eerste Nederlandse contrabassist met een jazz-diploma. Op zijn 23ste ging hij naar Amerika waar hij voor de som van veertig dollar jarenlang bijna elke avond speelde. In 1983 keerde hij terug naar Nederland maar zijn oriëntatie bleef internationaal getuige engagementen met onder anderen gitarist Philip Cathérine, trompettist Chet Baker en zangeres Dee Dee Bridgewater. Hij werkte mee aan circa zestig platen. In 1994 richtte hij het trio Baseline op met op gitaar John Abercrombie en als drummer Joe LaBarbera. In dat jaar begon hij ook zijn label Challenge, dat inmiddels tientallen cd's heeft uitgebracht. Van jonge Nederlandse 'leeuwen' als trompettist Eric Vloeimans en pianist Michiel Borstlap maar ook gevestigde Amerikanen als Nat Adderley, Bob Brookmeyer en Clark Terry.

“Ik voel me geen halve zakenman. Als ik met trompettist Nat Adderley over de opzet van een nieuwe cd praat, dan komt ten slotte ook het budget ter sprake maar dat gebeurt ook als ik met mijn eigen bandje ergens gevraagd word. De kwestie die me in beide gevallen bezig houdt, is het ideale traject naar het hart van de luisteraar. Wat wil ik zelf en wat willen zij? Ik vind het niet erg om te spelen voor een klein publiek, maar krijg het wel moeilijk als mensen weglopen. Ik ben niet zo'n tiepje dat graag overal dwars tegenin gaat. Muziek moet communiceren. Ik ben daarom best bereid me aan te passen, zoals je dat ook doet in een gesprek, zij het met behoud van mijn eigen mening.

“Toen ik terug kwam in Nederland, dacht ik: hoe kan ik gebruik maken van het feit dat ik eruit ben gestapt? Ik wilde selectiever zijn in wat ik deed, proberen mijn huid wat duurder te verkopen. Niet eens om het geld zelf maar omdat ik dat spel van vraag en aanbod wel leuk vind. Ik kom uit een geslacht van bakkers, slagers en kolenboeren en sta met beide benen op de grond. Het beginnen van een platenfirma was dus helemaal niet wezensvreemd voor me, hoe romantisch ik als musicus ook ben.

“Ook als platenbaas heb ik mijn ethische grenzen, ik breng geen muziek uit die ik niet goed vind. Anders dus dan de meeste 'major companies' die erg verleidelijke en manipulatieve spelletjes spelen. Als je 'young, black and beautiful' bent, dan is het o.k., maar als je aan die parameters niet beantwoordt, dan kun je het maar beter gelijk vergeten. Ik wijs dat uitgangspunt af, omdat je daarmee het beeld bevestigt dat het publiek toch al koestert: jazz is Amerika, jazz is zwart, etc. etc. We zijn met Challenge natuurlijk ook op zoek naar naar een jonge, zwarte Amerikaanse zangeres, want beter kun je het commercieel niet hebben, maar tot nu toe zonder succes. Ik heb heel wat cassettes van zulke dames in huis maar er is er niet een bij die ik uit zou willen brengen. Want hoe mooi de foto's erbij ook zijn, als ze niet goed zingen, dan is het wat mij betreft over.

“Commercieel geslaagd is een Challenge-cd als de investering er in twee jaar uitkomt. Maar soms weet je van te voren dat zelfs dat niet lukt. Bijvoorbeeld met een musicus die niet 'goed gebekt' is of te weinig optreedt om naam te maken. Je doet het dan uitsluitend om de muziek. Ik verheug me nu al op de compilatie-cd's die we begin jaren 2000 uit kunnen brengen. 'Jazz from Holland in the Nineties', als waardige opvolger van de serie 'Jazz behind the Dikes' uit de jaren '50.

“Gelukkig mag ik me bij de prijsuitreiking op contrabas laten horen. Twee minuten muziek, daar kan ik heel wat meer in zeggen dan in een toespraak van die lengte.”