Goudgeel graan

Op de tonen van Piaff's La vie en rose schuift hij het goudgele graanveld in: een narachtige figuur, die een korte stoet voorgaat. Er is zojuist geoogst. Knappe, brede mannen zwierden blonde meisjes met vlechtjes die hun gezicht als aren omlijsten door de tarwe, hen vasthoudend als waren zij de zeis.

Dan zien we de nar en face: het is Heinekens tarwebock met ck. Met bezwerende ogen, de wimpers zwaar aangezet en een duivelse grijns om de mond kijkt de bock om zich heen. Met een echte bokkesprong heeft hij positie gekozen op een van riet gevlochten platformpje in een soort wigwam, terwijl beneden een biertje voor hem wordt ingeschonken. Met gesloten ogen heft hij het glas, terwijl zijn onderdanen gespannen naar hem opkijken. De eerste slok tovert een glimlach op zijn kop, waarbij zijn eigenaardige, grote voortanden zichtbaar worden, die hem het uiterlijk geven van een mislukte Dracula. In een vloeiende montage verandert de mens-bock in het symbooltje op de wikkel van de fles.

Het is herfst, de tijd van de beaujolais primeur en ook, zoals verschillende bierfabrikanten ons sinds enige jaren willen doen geloven, de tijd van het bokbier. Gezien de weersverschijnselen die dit jaargetij met zich meebrengt lijkt een glas bier, waarvan de koude bij het vasthouden ervan tot diep in de vingers trekt, niet de meest voor de hand liggende consumptie. Toch heeft het bokbier zijn plek op de biermarkt veroverd. Het donkerbruine biertje is de poor man's beaujolais, de primeur voor bierdrinkers die nu ook iets hebben om naar uit te kijken als de herfst intreedt.

Om het aan de man te brengen voeren de verschillende fabrikanten ervan uitgebreide reclame-campagnes. Zoeken andere biermerken het in beelden van veel vallende bladeren en romantische paren onder de herfstzon, de reclame van Heineken is een mini-speelfilm, een theatraal spektakeltje met allerlei mythologische verwijzingen.

De Heinekenbock - half mens, half dier - heeft wat van een sater, de Griekse geest, onbetrouwbare liefhebber van drank, vrouwen en muziek. De oogst en het schenken van het eerste glas in de reclamefilm hebben het rituele karakter van een Bacchantisch feest. Maar aan welke mythe is toch de merkwaardige derde hoorn van de bock onleent, die fallische staak op zijn voorhoofd die recht naar voren steekt? Ook aan zijn kin groeit zo'n gevaarte. Terwijl hij zijn biertje geniet zie je goed hoe lang de kinne-staak is, die hij met zijn glas handig weet te omzeilen. De bok van het etiket bezit deze derde hoorn niet.

De reclame-bok met zijn knoestige staak is een donderse bliksem, die aan zijn biertje genoegens ontleent die gewoon plezier ontstijgen. Blijkbaar is er in de herfst meer aan de hand dan de spreekwoordelijke regen, koude en het vroeg-invallend donker, zo wil de fabrikant ons doen geloven. Maar die spannende boodschap is verpakt in een oud jasje. Het is de in de reclame beproefde link tussen seks, drank en (blonde) vrouwen die hier stiekem gelegd wordt. Nu de herfstzon flaneren nog op beperkte schaal toelaat en de café-terassen nog niet allemaal zijn opgeborgen moeten we pakken wat we pakken kunnen. Dan komen we de winter warm door, zonder koude voeten.