Filmfonds

Het hoofdredactioneel commentaar van maandag 7 oktober negeert de feiten. Het Nederlands Fonds voor de Film werd in juli door Van Gogh gevraagd om een bijdrage van 75.000 gulden aan zijn film 'Blind Date'. Na kennisneming van de nog onaffe versie van de film werd hem de gevraagde bijdrage zonder enig voorbehoud toegekend.

Het verbaast te moeten lezen dat de kwaliteiten van filmmaker Theo van Gogh niet door het Fonds zouden zijn herkend noch erkend. Zelfs op de aftiteling van zijn film wordt de bijdrage van het Fonds vermeld.

Ook de constatering dat de jeugdfilm al jarenlang als verwaarloosbare franje wordt behandeld, stoelt niet op de feiten. Het stimuleren van de productie van films voor een jeugdig publiek behoort tot één van de prioriteiten van het Fonds. Sinds zijn oprichting in 1993 heeft het Nederlands Fonds voor de Film de ontwikkeling en productie van negen jeugdfilms financieel mogelijk gemaakt.

Jeugdfilms krijgen niet per definitie minder subsidie dan films voor volwassenen. Feit is echter dat veel jeugdfilms tegelijkertijd als televisieserie geproduceerd worden. Dit leidt ertoe dat de Nederlandse omroepen doorgaans een groter aandeel in de financiering van jeugdfilms dragen dan bij vergelijkbare speelfilms waarvan geen televisieserie wordt gemaakt.

Wie de bekroningen van de jury van het Nederlands Film Festival in historisch perspectief ziet, zal constateren dat sinds jaar en dag persoonlijke films bekroond zijn. Voor wie dan ook de feiten achter deze bekroningen kent, zal het geen verrassing zijn dat vrijwel al deze films met financiële steun van het Filmfonds tot stand zijn gekomen.