Een permanente expositie over Mata Hari; Museum voor een spionne

V.a. 27 okt t/m 24 nov. Di. t/m do. 11-17u, wo. 11-21u. Intree: DM 5. Stadtmuseum Dusseldorf, Berger Allee 2, 4000 Dusseldorf 1, tel. 0049-2118993737.

Mata Hari keert bijna 80 jaar na haar dood terug in haar geboortestad Leeuwarden. In het Fries Museum wordt op 14 december de Mata Hari-vleugel in gebruik genomen. In de openingsweek zal Leeuwarden in het teken staan van de beroemde exotisch buikdanseres annex vermeend spionne. De solovoorstelling Loves en lies, gespeeld door de Engelse actrice Fiz Marcus, wordt opgevoerd en in het Leeuwarder Filmhuis zijn enkele Mata Hari-films te zien, zoals Ziska, la danseuse spionne, die in februari 1922 in Parijs in première ging.

Deze week beleeft de Mata Hari-tentoonstelling een 'try out' in het Stadtmuseum in Düsseldorf, waarmee het Fries Museum nauwe betrekkingen onderhoudt. De Duitsers zijn nog altijd geïntrigeerd door de stripteasedanseres, die door de Fransen werd gefusilleerd op verdenking van spionage voor Duitsland.

Drie jaar geleden waren er al plannen voor een Mata Hari-museum in Leeuwarden. Het zou worden ondergebracht in het voormalige conservatorium aan de Eewal. Een in het leven geroepen stichting kocht verzamelingen van Mata Hari-kenners S. Waagenaar en de Leeuwarder journalist H. Keikes aan, onder meer plakboeken, geschriften, foto's en brieven van de danseres. Ook sponsors werden benaderd, maar de enthousiaste plannen bloedden dood. Het Fries Museum nam het Mata Hari-project vervolgens over en besloot een aparte vleugel in het oude, verbouwde Eysingahuis te wijden aan zijn befaamde stadgenote. Eindelijk wordt daarmee Margaretha Zelle (1876-1917) passend geëerd in de Friese hoofdstad, vindt Gerk Koopmans van het Fries Museum.

In eerste instantie zou het project een Efteling-achtige audiovisuele vorm krijgen waarbij het publiek wordt ondergedompeld in een soort driedimensionaal schouwspel. Maar daar was op dit moment tijd noch geld voor, stelt Koopmans. En aangezien naar zijn mening een haast mythische figuur als Mata Hari zich ook niet leent voor een traditionele museale opstelling is gekozen voor een heel andere aanpak. Het Friese kunstenaarsduo Gerard Groenewoud en Tilly Buy, dat ook de bok met het gouden ei en de zwarte raven op de rand van het museumdak ontwierp, werd gevraagd de tentoonstelling inhoudelijk vorm te geven. In de Mata Hari-zaal van tien bij twaalf meter zullen zeven grote katoenen doeken worden opgehangen waarop, met behulp van digitale technieken, levensgrote foto's van haar zijn gespoten. Er is bewust gekozen voor het warme, beweeglijke textiel en niet voor fotopanelen. Twee portretten zijn door de kunstenaars ingekleurd. Een deel van de foto's komt uit Zelle's eigen plakboek.

Buy en Groenewoud ontwierpen tevens grote stroken behang die aan de vier wanden van de zaal komen te hangen. Die symboliseren de vier fases van Zelle's leven: haar geboorte in Leeuwarden, de Indische tijd als ze met de oudere beroepsmilitair MacLeod trouwt, haar mondaine jaren waarin ze als oosterse danseres furore maakt en tot slot haar tragische levenseinde. Buy en Groenewoud gebruiken daarvoor symbolen, zoals de leeuw (van Leeuwarden), de lotus (Indië), de Franse lelie en getypte processtukken, die ze op gefotografeerde naakte delen van een vrouwenlichaam plaatsen. Het kunstenaarsduo vervaardigde ook de vitrines waarin de beide plakboeken van Mata Hari als relikwieën op een soort podium getoond zullen worden. Het publiek moet Mata Hari (Maleis voor 'oog van de dag' of 'zon') als het ware 'beleven', vinden ze. “Veel mensen zien haar als spionne en femme fatale, maar als je je in haar leven verdiept ontdek je hoe intelligent, avontuurlijk, romantisch en ook hoe naïef ze was. Het probleem is dat er weinig authentiek materiaal van haar is. De tentoonstelling doet daarom een beroep op de verbeeldingskracht van de kijker. Hapklare brokken willen we niet voor zetten.” Tevens zullen enkele brieven van Mata Hari te zien zijn, onder andere haar laatste die ze richtte aan de rechter. Hoewel ze haar Friese afkomst altijd had ontkend en beweerde in Indië geboren te zijn, schrijft ze hem dat hij haar ten onrechte aanziet voor een Parisienne, die op slinkse wijze voor de Duitsers zou hebben gespioneerd. Zo zou zij nooit te werk gaan, schrijft ze. “Ik kom uit Friesland en daar wonen mensen die recht op hun doel afgaan.”

Buy en Groenewoud hebben gebalanceerd als op een evenwichtsbalk, geven ze aan. “Als kunstenaars ben je gewend om eigen werk te maken. Dit is onze interpretatie van Mata Hari. Maar we zijn terughoudend geweest, omdat er geen onwaarheden in mogen voorkomen. Het is een soort documentaire van haar leven die we uitbeelden.”

Koopmans is enthousiast over de aanpak van de Leeuwarders. “Kunstenaars verzinnen dingen waar je zelf nooit op komt. Zo zal er een Perzisch tapijt worden neergelegd op een podium, waarop de afdrukken van danspasjes van Mata Hari te zien zullen zijn. Er worden ook geuren, muziek en lichteffecten gebruikt om bepaalde sferen op te roepen.”

Na twee jaar zal de Mata Hari-installatie vermoedelijk gaan rondreizen. Er is inmiddels belangstelling vanuit Parijs, Londen en Berlijn. Mogelijk komt er dan toch een attractie, die het grote publiek moet trekken, zegt Koopmans. Hij heeft inmiddels contact gelegd met Paul Gambrill, oud-hoofdontwerper van Madame Tussaud, die nu bezig is met een schetsontwerp. Koopmans: “We zijn nog hardop aan het denken.”