De relatiemarkt is vol beunhazen en gebroken beloftes

Nederland telt honderden bureaus voor relatie-bemiddeling. Slechts weinige zijn betrouwbaar en soms wel duur. Succes is nooit verzekerd.

Iedere week vestigen zich in Nederland drie à vier nieuwe bureaus voor relatiebemiddeling. Iedere week valt er gemiddeld ook weer één af. Het opzetten van zo'n bureau is kennelijk een aantrekkelijke maar ook risicovolle bezigheid: aantrekkelijk omdat iedereen zo'n bureau kan beginnen en risicovol omdat de markt onoverzichtelijk is.

Op dit moment zijn er in Nederland zo'n 450 relatiebemiddelingsbureaus. Volgens deskundigen zijn er niet meer dan vijftien bureaus die betrouwbaar zijn en privacy van cliënten kunnen waarborgen.

De meeste bureaus adverteren in de krant en dan het liefst op zaterdag. Zij beloven van alles (het bureau Nieuw Geluk garandeert bijvoorbeeld 100 procent kans van slagen), of wekken het vertrouwen doordat zij 'erkend' zouden zijn ('Cupido: erkend, voordelig en toonaangevend'). De lezer wordt hierdoor misleid, want sinds vier jaar bestaat er geen officiële of wettelijke erkenning meer in deze sector. Wie erkend zegt te zijn, zegt dat alleen namens zichzelf.

Het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur hield tot 1992 enig toezicht op het groeiend aantal relatiebemiddelingsbureaus. Een door het ministerie ingestelde Raad van Toezicht op Dienstverlening bij Relatievorming controleerde de werkwijze en betrouwbaarheid van de verschillende bureaus. Maar de raad werd opgeheven nadat minister d'Ancona fiks moest bezuinigen in de welzijnssector. De toenmalige directeur van de raad, Joke Pronk, is nog steeds woedend. “Er is nu geen enkele controle meer op deze branche en dat werkt wildgroei in de hand. Het ministerie verwijst iedereen die een vraag heeft over relatiebemiddeling nog steeds door naar mij - alsof ik nog in dienst ben van het rijk.”

Pronk werd door verschillende bureaus benaderd met het verzoek toch enige controle uit te voeren. Zij achtte het uiteindelijk financieel niet mogelijk een controlebureau particulier, zonder steun van het ministerie, voort te zetten. Wel werden twee overkoepelende organisaties opgericht waarbij op dit moment slechts negen bureaus zijn aangesloten: de Algemene Vereniging Relatiebureaus (AVR) en de Vereniging van Samenwerkende Kwaliteits Bureaus (VSKB). De verenigingen stellen allerlei eisen aan de aangesloten bureaus en zien toe op de belangen van cliënten. Pronk, die zelf het bureau Acht voor Netwerk en Relatie heeft opgericht, heeft zich bewust bij geen van de verenigingen aangesloten. Pronk: “Wij zijn geen klassiek bureau en bovendien voel ik niets voor een vereniging waar geen enkele erkende norm wordt gehandhaafd. Ze zijn niet normloos maar er is geen controle op de norm.”

De twee verenigingen zijn ooit van plan geweest te fuseren tot één belangenvereniging voor zowel bureaus als cliënten. Maar de samenwerking is niet van de grond gekomen doordat de bestuursleden van beide verenigingen uiteindelijk niet met elkaar 'door één deur konden'. De VSKB zegt voorstander van de fusie te zijn omdat de branche dan eenduidig wordt vertegenwoordigd. De AVR heeft zich op het allerlaatste moment teruggetrokken uit de fusiebesprekingen en is niet bereikbaar voor commentaar. Zij heeft de VSKB schriftelijk laten weten van verdere samenwerking af te zien.

Sent Wierda is gediplomeerd consulent voor relatiebemiddeling. Hij was lid van de opgeheven Raad van Toezicht op Dienstverlening bij Relatievorming. Hij doet sinds 1986 onderzoek op het gebied van relatiebemiddeling, waarbij hij onder meer alle nieuwe bureaus turft en de bureaus die ter ziele gaan.

Wierda stelde een aantal criteria op waaraan bureaus volgens hem zouden moeten voldoen. Zo moet degene die een bureau begint onder andere: 'bonafide bedoelingen hebben, een opleiding hebben gevolgd die enigszins aansluit op het bemiddelen, minimaal 35 jaar oud zijn en beschikken over een startkapitaal van minimaal 25.000 gulden om een redelijk bestand te kunnen opbouwen'. Wierda: “Je hebt geen cliënten van de ene op de andere dag. Adverteren kost veel geld en de eerste maanden zullen er nauwelijks inkomsten zijn. Dus dat moet begroot worden.”

De meeste bureaus zijn volgens Pronk en Wierda “malafide en veel te commercieel”. Partnerzoekenden worden niet alleen misleid door de zogenaamde erkenning en slagingskansen, maar ook door zinnetjes als: al jaren de beste (terwijl het bureau nog geen jaar bestaat), of keuze uit meer dan duizend partners (terwijl meer dan de helft van die partners allang niet meer ingeschreven staat), of door het aanbod in 'partnerboeken' waarbij de cliënt zelf aan de hand van foto's en/of omschrijvingen een keuze kan maken maar na verloop van tijd ontdekt dat de meeste partners 'al in gesprek' zijn en dus niet beschikbaar.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft geen cijfers van het aantal relatiebemiddelingsbureaus en het aantal ingeschrevenen. Maar volgens cijfers gebaseerd op onderzoek van Wierda zou ruim een miljoen mensen op zoek zijn naar een partner. Ongeveer 250.000 doen dat via een contactadvertentie en tussen de 80.000 en 100.000 schakelen een relatiebemiddelingsbureau in.

Joke Pronk bedacht samen met Annelies Penning, van het gelijknamige bemiddelings- en adviesbureau voor hogeropgeleiden, een aantal tips op basis waarvan een keuze voor een bureau kan worden gemaakt. De tips zullen binnenkort verschijnen in een boekje. Zij raden onder andere aan met anderen te praten over ervaring met bureaus. Pronk: “Je staat versteld van de hoeveelheid mensen die op de ene of andere manier in aanraking is geweest met zo'n bureau. Mensen vragen wel aan vrienden en kennissen naar een goede huisarts of werkster, maar informeren naar een relatiebureau is taboe. Dat zou moeten veranderen.”

Als een bureau geen schriftelijke informatie wil sturen maar meteen een afspraak wil maken (bijvoorbeeld Together of BS-1 Annette Hendriks of Friends & Partners), voldoet het volgens Pronk en Penning niet. Als een consulent de cliënt paait met complimenten over uiterlijk of leeftijd, dan wijst dat erop dat het bureau de cliënt harder nodig heeft dan andersom.

Een overeenkomst met een relatiebureau is en blijft een zakelijke overeenkomst. Pronk: “Het is net als wanneer je een stofzuiger koopt. Jij betaalt, het bureau moet leveren. Heeft het bureau niets te leveren, dan is het onzin om te betalen.” Veel bureaus vragen veel te hoge bedragen, variërend van een eenmalig bedrag van 500 gulden bij inschrijving tot 250 gulden per uur of 2.400 gulden voor een inschrijving van 13 maanden.

Als een cliënt na verloop van tijd ontevreden is over de bemiddeling, omdat er nauwelijks kandidaten blijken te zijn of anderszins afspraken niet worden nagekomen, dan kan een overeenkomst te allen tijde teniet worden gedaan. Pronk: “Je bent verplicht te betalen voor wat je ontvangen hebt. Maar als een bureau in gebreke blijft, kun je je geld terugvragen. Daarom is het van groot belang dat overeenkomsten pas worden getekend als daar duidelijk in staat wat geboden wordt.”

Zowel de AVR als de VSKB wil zich aansluiten bij de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken. Deze stichting laat klachten van consumenten behandelen door onafhankelijke geschillencommissies. Dergelijke commissies bestaan voor bijvoorbeeld autozaken, bankzaken, keukens of verhuizingen. Maar de stichting vindt dat noch de AVR noch de VSKB de beroepstak voldoende vertegenwoordigt. Consumenten of cliënten kunnen klagen bij de twee verenigingen maar schieten daar weinig mee op. Daarbij komt dat veel mensen niet durven te klagen omdat zij zich voor de buitenwereld schamen ingeschreven te staan bij een relatiebureau. Klagen over DC-Partner, bijvoorbeeld, kan niet anders dan een riskante zaak zijn omdat dit bureau voor gebonden mensen werkt.

Klachten over relatiebemiddelingsbureaus kunnen het best worden gemeld bij de Consumentenbond (alleen voor leden). Een andere mogelijkheid is een beroep te doen op een verzekering voor rechtsbijstand. Door te klagen en te onderzoeken zal het grote aantal bureaus flink worden teruggebracht. Dat zal nooit ten koste gaan van de kans op een goede bemiddeling. Degelijke bureaus overleven toch wel.

INFORMATIE

In Nederland zijn naar schatting zo'n twee miljoen alleenstaanden en daarvan is ongeveer de helft op zoek naar een partner. Verreweg de meeste alleenstaanden zoeken een - tijdelijke of permanente - wederhelft op de traditionele plaatsen: in cafés en discotheken, of op dansavonden of feestjes. Een kwart miljoen zoekenden heeft de hoop gevestigd op contactadvertenties, waarvan er per week zo'n 1.750 in vooral de zaterdagkranten verschijnen. Anderen leggen hun lot in handen van relatiebemiddelingsbureaus die actief op zoek gaan naar een passende partner. Relatiebemiddelingsbureaus genieten in brede kringen maar een zeer gering vertrouwen. Achtergrond-informatie over relatiebemiddelingsbureaus is verkrijgbaar bij twee verenigingen waarbij enkele bureaus zijn aangesloten. De keuze voor een bureau is zeer afhankelijk van de wensen van de partnerzoekende. Er zijn bureaus voor vele 'doelgroepen': hoger opgeleiden, kunstminnenden, mensen in het zuiden van het land, dikke mensen, gehandicapten, enz. Inlichtingen zijn verkrijgbaar bij:

Bureau-blad Maandblad met een overzicht van de verschillende relatiebemiddelingsbureaus. Samenstelling Sent Wierda. Te bestellen door ƒ 12,00 over te maken op giro 2799922 t.a.v. Sent Wierda, Postbus 30109, 8003 CC Zwolle.

Algemene Vereniging Relatiebureaus (AVR) (077) 3 52 30 36.

Vereniging van Samenwerkende Kwaliteitsbureaus voor Relatiebemiddeling (VSKB) (0512) 37 17 11.

Consumentenbond Onderzoekt klachten over relatiebemiddelingbureaus. (070) 4 45 45 45.