Critici Erasmusbrug leggen te veel nadruk op originaliteit

Vorige week verbaasde Bernard Hulsman zich in deze krant over de loftuitingen die de nieuwe Erasmusbrug ten deel vielen. Zo origineel is het ontwerp toch niet, meende hij. De architect van de brug Ben van Berkel, en Caroline Bos vinden dat niet het juiste criterium.

In 1991 is in de kranten en vaktijdschriften al veel te doen geweest over de Erasmusbrug en de vraag in hoeverre deze is gebaseerd op de Sevilla-brug van Calatrava. Vorige week herhaalde Bernard Hulsman nog eens de argumenten van de toenmalige tegenstanders van de 'Zwaan' op de achterpagina van NRC Handelsblad. Vanwege de actualiteit weefde hij daar negen maal het woord plagiaat doorheen. Suggereren dat iemand plagiaat heeft gepleegd is niet niks; zonder de hele discussie uit 1991 nog eens over te willen doen, voelen wij ons daarom genoodzaakt enige onjuistheden recht te zetten. Met het mooi of lelijk vinden van de brug heeft dit niets te maken; uiteraard staat het iedereen vrij daarover een opinie te hebben en deze tot uitdrukking te brengen.

Allereerst een onthulling: het 'geniale ontwerp' van de Sevilla-brug, waar wij op onhandige wijze gebruik van zouden hebben gemaakt, is in tegenstelling tot wat Bernard Hulsman stelt helemaal niet het enige of zelfs eerste voorbeeld van een brug met een enkele, schuin achterover hellende pylon. Dat type was al diverse malen eerder gebouwd, waaronder in Marbella, Bratislava, Houches. Help, shock, scoop. Hold the front page! (of de Achterpagina). Weer een geval ontdekt van plagiaat in de architectuur. Ook Calatrava had zijn 'geniale idee' niet zelf bedacht.

Maar laat de emmer met modder nog even staan. Het is nu eenmaal zo dat er maar een beperkt aantal brugtypen bestaat: boogbrug, tuibrug, of van onderen ondersteunde brug. De keuze voor een type is meestal niet volledig vrij; in Rotterdam was de eenpyloonsbrug als stedebouwkundige randvoorwaarde gesteld door architect en stedebouwkundige Teun Koolhaas in opdracht van de gemeente Rotterdam.

Wanneer het brugtype is gekozen begint het echte werk voor de architect en de ingenieurs - in dit geval ons bureau en Gemeentewerken Rotterdam. Dan worden alle details en variaties uitgewerkt die elke brug toch weer uniek maken. De tuibrug kan een of meer pylonen hebben. Kies je voor een, dan kan die worden opgesplitst zoals bij de Erasmusbrug, of niet, zoals in Sevilla.

De maatverhoudingen worden uitgewerkt, de exacte plaatsing van de tuien, de constructieve werking, de vormen, de kleur. In al deze opzichten is de Erasmusbrug totaal anders dan de Sevilla-brug. De Erasmusbrug is bekend geworden als de brug met tweeduizend façades. Dat de brug er steeds anders uitziet komt niet alleen door veranderingen in het perspectief, maar ook omdat de brug een complexe vorm heeft die nog eens wordt benadrukt door de gefaceteerde opbouw van elk element. De knik die men ziet in de rechtopstaande pyloon wordt herhaald in de plattegrond - en vervolgens doorgetrokken naar de detaillering. Deze vormrijke verschijning staat in direct contrast tot de monoliet van Calatrava.

De proporties van de twee bruggen zijn ook totaal verschillend. De Sevilla-brug, speciaal gebouwd voor de Wereldtentoonstelling, is even hoog als de overspanning breed is: het is een indrukwekkende, zware, monumentale brug - volkomen in overeenstemming met haar zeer specifieke functie in plaats en tijd. Hierbij vergeleken is de Erasmusbrug extreem rank en slank, want hoewel slechts twintig meter hoger, overspant deze brug een drie keer zo brede ruimte. Dit lichte effect wordt nog eens geaccentueerd door het dunne brugdek, dat hoog en enigszins bollend boven het water hangt.

Ten slotte de kabels: die van de Sevilla-brug zijn gelijkmatig verdeeld, zoals het zij-aanzicht laat zien. Het is een symmetrische invulling van een driehoek. Het uitgangspunt van de Erasmusbrug was vanaf het begin dat de tui-verdeling asymmetrisch moest zijn om het idee van het naar elkaar toe trekken van noord en zuid te benadrukken. De achtertuien, door Bernard Hulsman aangezien voor steunbalken, zijn een essentieel onderdeel van het totale krachtenspel, waarin druk-, spat- en trekkrachten worden gecombineerd met als doel de brug zo laag, licht en slank mogelijk te houden.

Vergelijkbaar in type zijn de twee bruggen weliswaar - maar plagiaat... nooit. Bernard Hulsman dacht iets onrechtmatigs aan te kunnen tonen door een schetsontwerp van Calatrava met een overvliegende zwaan erop tussen twee foto's van de Erasmusbrug en de Sevilla-brug te plaatsen. Dat schetsontwerp betrof echter de doorsnede van een boogbrug in Parijs, een geheel ander ontwerp. Ach, technische tekeningen zijn ook moeilijk te lezen voor niet-deskundigen. Maar wat iedereen op zijn klompen kan aanvoelen, is dat er weinig verband kan bestaan tussen een schets van een architect en de bijnaam die later wordt gegeven aan het ontwerp van een ander. Je moet wel een erg cynische complot-denker zijn om te geloven dat zelfs de bijnamen van gebouwen door de architectenbureaus worden aangeleverd.

Even onzinnig is het idee dat 'publiciteitsmachines' zijn ingezet door ons bureau en de gemeente Rotterdam om het zogenaamde plagiaat te verdoezelen. Niets is minder waar: in de media en in allerlei openbare debatten is gedurende de afgelopen zes jaar vaak en op diverse manieren besproken of en in hoeverre de twee bruggen met elkaar zijn te vergelijken. Ettelijke lezers zullen in dit en het voorgaande artikeltje dan ook uitsluitend ouwe koeien hebben aangetroffen.

Ook het feit dat ik voor Calatrava heb gewerkt is terug te vinden in al mijn tot nu toe gepubliceerde biografieën en diverse interviews. Overigens was dit niet in 1988 maar in 1987, toen er nog niet aan de bewuste vliegende zwaan-boogbrug werd gewerkt. Wij hebben nooit geheimzinnig gedaan over de grote waarde die wij hechten aan de Sevilla-brug van Calatrava voor de ontwikkeling van het eenpyloonstype.

Tegelijkertijd laten wij ons ook door talloze andere dingen inspireren; het her-interpreteren van het bestaande is een belangrijk onderdeel van de architectuur. Een overdreven nadruk op originaliteit leidt tot het onderdrukken van dit gegeven, en dit taboe heeft uiteindelijk weer tot gevolg dat niet meer wordt herkend of iets is 'nagemaakt' of dat er sprake is van een nieuwe variatie op een bestaand thema. De architectuur, zoals alle andere disciplines, ontwikkelt zich geleidelijk door middel van nieuwe varianten. Wanneer uit onwetendheid een bepaald object voor volledig nieuw wordt aangezien, zal bij nadere bestudering altijd blijken dat hiervoor precedenten waren te vinden. Dit is simpelweg hoe een vak, of het nu architectuur is, beeldende kunst of muziek, evolueert.

Daarom als laatste nog exclusief voor NRC Handelsblad een absoluut unieke onthulling: wie wil weten waar de Erasmusbrug nu echt van is afgekeken hoeft niet verder te zoeken dan de Rotterdamse havens. Wat is het dat het Rotterdamse stadsbeeld zo onmiskenbaar maakt? Toch niets anders dan het silhouet van die overal opdoemende gekantelde, geknikte vormen van de eeuwige kranen. Als ooit de kranen verdwijnen uit het centrum van de stad, leeft de herinnering aan de havens voort in de Erasmusbrug.