Campagnes middelpunt verkiezingstrijd VS

WASHINGTON, 24 OKT. Twaalf dagen voor de Amerikaanse verkiezingen hebben de Republikeinen eindelijk iets om zich vrolijk over te maken, ook al is allerminst duidelijk of het hun kansen op 5 november vergroot. Het ministerie van justitie heeft gisteren, op aandringen van vooraanstaande Republikeinse politici, een foto vrijgegeven waarop - voor een overdadig versierde kerstboom - een gezette, tevreden glimlachende man staat naast een elegante, blonde vrouw.

De man is een enkele maanden geleden veroordeelde drugshandelaar, de vrouw is Hillary Rodham Clinton, de echtgenote van de president. De foto is genomen in het Witte Huis.

Eerder deze week werd al bekend dat de drugshandelaar, een Cubaanse Amerikaan die Jorge Cabrera heet, eind november vorig jaar een bijdrage van 20.000 dollar had gestort in de campagnekas van de Democratische Partij. Ook was bekend dat hij een receptie had bijgewoond in het Witte Huis, en had aangezeten bij een diner met vice-president Gore. En voor een krachtig politiek reclamespotje gaat niets boven een belastende foto, helemaal nu de drugshandelaar voor de fotograaf geposeerd blijkt te hebben met de vrouw van de president, het favoriete doelwit van de Republikeinen. De Democraten haastten zich te verklaren dat ze niet op de hoogte waren van de criminele activiteiten van Cabrera, die pas enkele weken na zijn bezoek aan het Witte Huis tegen de lamp liep. Hij werd betrapt op de invoer van ruim 2.500 kilo cocaïne via Cuba. Zijn schenking van 20.000 dollar is inmiddels geretourneerd.

De financiering van politieke campagnes is deze week in de verkiezingsstrijd in het middelpunt van de belangstelling komen te staan. Aan de presidentsverkiezingen zullen de twee grote partijen en hun kandidaten dit jaar naar schatting een miljard dollar besteden. Als de campagnes voor zetels in het Congres worden meegerekend, komt het totaal zelfs op 1,6 miljard dollar. Het geld wordt vooral gebruikt voor het maken van televisiereclame. Grote bedrijven dragen honderdduizenden dollars bij aan de campagnes, om zich te verzekeren van goede contacten in de politiek.

Vorige week bleek dat de Democratische Partij een aantal dubieuze giften had aangenomen, onder meer van mensen met nauwe banden met het Indonesische Lippo-concern. Daarop beschuldigde de Republikeinse presidentskandidaat Dole de president ervan buitenlandse invloeden op zijn beleid toe te laten, in ruil voor geld. Medewerkers van Clinton - de president reageert niet zelf op de beschuldigingen - speelden de bal terug door te wijzen op de buitenlandse giften die Dole op zijn beurt heeft geaccepteerd. Ook in reclamespotjes probeert Clintons campagne duidelijk te maken dat Dole op dezelfde manier aan zijn geld komt als Clinton.

Terwijl de federale commissie die toezicht houdt op de verkiezingen een onderzoek instelt naar de vraag of de Democraten inderdaad illegale schenkingen hebben geaccepteerd, betogen Clinton en Dole om het hardst dat de bestaande regels voor financiering van campagnes nodig op de helling moeten. De Amerikaanse bevolking is er al lang van overtuigd dat die regels een onevenredig grote politieke invloed geven aan grote geldschieters. “Het echte schandaal is wat legaal is”, luidt een gevleugelde uitspraak die dezer dagen weer veel wordt aangehaald. In het verleden hebben politici vaak hervorming beloofd, maar als het er op aan kwam werkte het systeem toch steeds te goed voor hen om het aan de kant te zetten. Bob Dole liet zich dinsdag in een onbewaakt moment ontvallen: “In de politiek zijn we allemaal op een of andere manier schuldig als het gaat om financiering van campagnes”.

Hoewel de bedragen die aan kandidaten geschonken kunnen worden aan maxima zijn gebonden (niet meer dan 2000 dollar per persoon), zijn er grote mazen in de wet. Niet aan beperkingen gebonden zijn bijdragen in zogenoemd zacht geld, soft money, dat besteed moet worden aan het organiseren van algemene partij-activiteiten en het bevorderen van de opkomst, in plaats van de campagne van een specifieke kandidaat.

In de praktijk echter wordt soft money op grote schaal ingezet voor de campagne van Dole en Clinton. Officieel wordt ontkend dat met het geld invloed kan worden gekocht, maar in de praktijk staat tegenover de grootste bijdragen een persoonlijke ontmoeting met de kandidaat (face time), en voor lagere bijdragen deelname aan diners of recepties met de kandidaat. Vooral presidenten kunnen op die manier veel geld op halen. In een Democratische folder, die weer haastig is ingetrokken toen de pers er lucht van kreeg, werd voor 100.000 dollar in het vooruitzicht gesteld: twee diners met Clinton, twee met Gore, beleidsbijeenkomsten met kabinetsleden en deelname aan handelsmissies. Als Senator stonden Dole andere middelen ten dienste om zijn sponsors tegemoet te komen, vooral het bepleiten en begeleiden van bepaalde wetten, of juist het voorkomen dat wetten worden aangenomen die nadelig zijn voor de geldschieter.

De Democraten hebben onder meer bijdragen gekregen van het ausementsoncern Disney ($547.000), het telecommunicatieconern MCI ($486.000) en sigarettenproducent Philip Morris ($400.000). De Republikeinen kregen ook van Philip Morris ($1,6 miljoen), en van onder meer het tabaksconcern RJR Nabisco ($973.000), de oliemaatschappij Atlantic Richfield ($700.000) en de telefoonmaatschappij AT&T ($449.000).