Blues Explosion kan niet langer dan half uur vlammen

Concert: Jon Spencer Blues Explosion en R.L. Burnside. Gehoord: 23/10 Melkweg Max, Amsterdam.

Als Mick Jagger door een kapotte megafoon zou zingen, dan klonk hij als Jon Spencer. Sommigen vinden Spencer een opportunistische herrieschopper; anderen beschouwen hem als de grootste bluesvernieuwer sinds Captain Beefheart. Zijn bastaardvorm van rock 'n' roll komt voort uit de Newyorkse No Wave-beweging van groepen die alle muziektradities aan hun laars lapten. Toch draagt Spencer zijn muzikale hart op de juiste plaats, want met zijn Blues Explosion hielp hij de 69-jarige bluesman R.L. Burnside uit de anonimiteit door met hem in één middag het felle en ongepolijste bluesalbum A Ass Pocket Of Whiskey op te nemen.

Nu Burnside een tournee lang in het voorprogramma staat, is het jammer dat hij niet door de Blues Explosion wordt begeleid. Met zijn onopvallende begeleiders heeft zijn muziek niet de verbetenheid van de plaat. Aan authenticiteit geen gebrek bij deze oude baas die, zittend op en stoel, de rauwe Mississippi-blues levend houdt. De hypnotiserende groove werd echter steeds gelijkvormiger, totdat het verschil tussen de afzonderlijke nummers niet meer viel te ontwaren. Burnside gromde nog maar eens tevreden 'yeah' en 'alright', want hij kreeg onverwacht veel bijval van zijn betrekkelijk jonge publiek.

Jon Spencers basloze driemansformatie speelt met tomeloze inzet, zonder pauzes tussen de nummers en met een zanger die tegelijkertijd de basnoten en de slaggitaarpartijen speelt, terwijl hij teksten in de microfoon spuwt met de opruiende onbenulligheid van een hedendaagse MC5. Het gaat niet om de inhoud, maar om de woede en energie waarmee deze Blues Explosion alle frustraties van zich af zet. De recente cd Now I Got Worry klinkt op de meest intense momenten alsof Spencer door de duivel op de hielen wordt gezeten, waar het voorlaatste album Orange toegankelijker was in de manier waarop pop- en hiphopinvloeden werden toegelaten.

De Blues Explosion - zoals het een Amerikaanse showman betaamt schreeuwde Spencer gisteren in de Melkweg de groepsnaam om de haverklap - had wel het uithoudingsvermogen, maar niet het songmateriaal om langer dan een halfuur te vlammen.

Tweede gitarist Judah Bauer sprak de scabreuze tekst van Fuck Shit Up onbewogen uit terwijl Spencer als het hyperactieve neefje van Pete Townshend over het podium stuiterde. Op de gitaarversterker wachtte de theremin, een elektronische geluidsbron die bespeeld wordt door met de hand in de buurt van een antenne te bewegen. Jon Spencer ging het gevecht aan met de zelf opgewekte geluidseffecten door er luidkeels bovenuit te schreeuwen.

Naarmate het veel te lange optreden vorderde, raakte Spencer steeds verder verwijderd van de blues en kreeg het kunstacademie-gevoel de overhand in een hoekig en bestudeerd funk-surrogaat. Het viel niet mee om in die ongeremde geluidsorgie een gedenkwaardig nummer te ontdekken, ook al schreeuwde hij erbij alsof hij James Brown zelf was.