Beroep op betaalde rechtshulp afgenomen

ROTTERDAM, 24 OKT. Het aantal burgers dat recht heeft op gefinancierde rechtsbijstand is gedaald van 62 naar 43 procent sinds in 1994 de nieuwe Wet op de rechtsbijstand in werking trad. Dit blijkt uit het rapport 'Rechtsbijstand: Krimpende markten', dat is aangeboden aan staatssecretaris Schmitz (Justitie).

Het aantal mensen dat daadwerkelijk een gesubsidieerde advocaat kreeg toegewezen daalde met 39 procent. Dit komt volgens het rapport neer op een vermindering van ongeveer honderdduizend rechtszaken per jaar. De daling blijkt vooral op te treden bij samenwonenden en gehuwden met een netto maandinkomen van tussen 2.000 en 3.140 gulden. Zij moeten volgens de nieuwe wet een eigen bijdrage betalen van 960 gulden voor een gesubsidieerde advocaat. Bij een inkomen hoger dan 3.140 gulden moet een burger zijn advocaat helemaal zelf betalen. Het onderzoek naar de gevolgen van de nieuwe wet werd uitgevoerd door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Justitie.

De bedoeling van de nieuwe wet was doelmatiger en selectiever te werk te gaan bij de toewijzing van gefinancierde rechtsbijstand. F. Ohm, directeur van één van de vijf Raden voor de Rechtsbijstand die aanvragen voor rechtshulp beoordelen, meent echter dat “de slinger nu is doorgeschoten”. “De daling werd tevoren geraamd op 20 procent. We zitten nu op het dubbele.”

Ohm meent dat voor veel burgers de drempel om hun recht te halen nu te hoog ligt. “Rechtsbijstand is een soort voorportaal waar burgers terecht kunnen om andere rechten te halen. Als werkgevers of huisbazen fouten maken, heeft een burger in deze gejuridiseerde samenleving rechtshulp nodig om het op te lossen. Wij komen op voor de toegang tot het recht.”

Als voorbeeld van een door de wet gedupeerde burger noemt Ohm de werknemer die vertrekt bij zijn baas en een geschil krijgt over 1.500 gulden loon die hij nog tegoed heeft. “Als die werknemer een eigen bijdrage van 960 gulden moet betalen, zal hij geneigd zijn van zijn aanspraak af te zien.”

De Vereniging voor Rechtshulp, die de belangen van cliënten in de sociale rechtshulpverlening behartigt, noemt de cijfers uit het rapport ontstellend en roept op tot nader onderzoek.