Alles eerlijk delen, maar niet altijd

Trouwen of samenwonen. Het is een keuze met juridische consequenties. De belangrijkste gevolgen op een rij.

WIE TROUWT IN gemeenschap van goederen heeft in één keer veel juridische zaken geregeld volgens het simpele principe 'eerlijk zullen we alles delen'. Voor wie toch enkele dingen apart geregeld wil zien, is het mogelijk op huwelijkse voorwaarden te trouwen. Dat betekent vóór het huwelijk naar de notaris gaan. Na de huwelijkssluiting kan het ook nog, maar dan wordt het veel duurder.

De wet kent geen speciale regeling voor ongehuwd samenlevenden. Wie zes maanden of langer samenwoont, wordt wel als een 'economische eenheid' gezien. Sinds 1994 ligt bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel voor een registratie van samenwonenden. Met de bedoeling dat partnerregistratie dezelfde gevolgen heeft als een huwelijk. Zo ver is het nog niet. Mensen die willen samenwonen en zaken zwart op wit willen regelen, moeten kiezen voor een samenlevingscontract, dat bij de notaris wordt afgesloten.

Levensonderhoud

Huwelijk. Gehuwden zijn volgens de wet verplicht elkaar 'het nodige' te verschaffen. Dat houdt onder andere in dat zij in elkaars levensonderhoud moeten voorzien. Hoe ze dat doen mogen ze zelf weten.

Samenlevingscontract. Tussen ongehuwd samenwonenden bestaat geen wettelijke onderhoudsplicht. In een contract kunnen hierover afspraken worden gemaakt. Daarbij is het van belang om van tevoren te bepalen wat nog tot de kosten van de huishouding en het levensonderhoud wordt gerekend. Verder moeten er afspraken worden gemaakt hoeveel iemand aan de kosten bijdraagt. Meestal gebeurt dat naar evenredigheid van de inkomsten uit arbeid.

Huis

Huwelijk. Huurhuizen staan altijd op naam van beide gehuwden, ook als de ene echtgenoot het huis al vòòr het huwelijk huurde. Na het huwelijk wordt de 'intrekkende' partij automatisch medehuurder. Bij overlijden van de een kan de ander zonder problemen de huur voortzetten. Bij echtscheiding bepaalt zo nodig de rechter wie van beiden in het huis mag blijven wonen. Koophuizen staan ook op naam van beiden en zijn dus gezamenlijk bezit, behalve als daar bij de huwelijkse voorwaarden andere afspraken over zijn gemaakt.

Samenlevingscontract. Wie ongehuwd samenwoont of gaat samenwonen doet er verstandig aan de huurovereenkomst op naam van beiden te laten stellen. Alleen dan gelden dezelfde rechten als bij gehuwden. In andere gevallen kan de inwonende, bijvoorbeeld na overlijden van de hurende partner, zo maar op straat worden gezet. Hij heeft geen enkel woonrecht, mag blij zijn als hij nog een half jaar in het huis mag blijven wonen en kan verder hoogstens een verzoek indienen de huur voort te zetten. Het is verder goed om te weten dat wie bij iemand intrekt pas na twee jaar als medehuurder erkend kan worden. Mocht de verhuurder dit weigeren, dan kan dit bij de kantonrechter worden afgedwongen.

In het geval van een eigen huis zijn twee situaties van belang. Laten we het stel dat gaat samenwonen, voor het gemak Dieudonnée en Engelbert noemen. Stel Dieudonnée heeft al een eigen huis en er wordt verder niets geregeld. Dan zit er voor Engelbert bij beeindiging van de relatie niets anders op dan zijn spullen te pakken en weg te wezen. Om dit te voorkomen kan gedacht worden aan een zogenoemde (economische) eigendomsoverdracht van de helft van het huis. Bij koop van een huis door beiden, komt het huis op naam van allebei te staan. Indien één van de twee meer geld inbrengt dan de ander kan dit worden vastgelegd met daarbij een regeling hoe er wordt afgerekend bij eventuele beëindiging van de relatie.

Bezittingen en vermogen

Huwelijk. Geld, de stereo, de auto, maar ook de postzegelverzameling en de stofzuiger, elk bezit is van beiden als de echtelieden in gemeenschap van goederen zijn getrouwd. Dat betekent dat ook schulden op beiden verhaald kunnen worden. Met alle tragedies vandien. Bijvoorbeeld: na het faillissement van de eigen zaak kunnen schuldenaren ook nog eens het droomhuis, waar het echtpaar zoveel gelukkige jaren heeft doorgebracht, opeisen.

Zo'n persoonlijk drama is te voorkomen door te trouwen op huwelijkse voorwaarden, waarbij het huis bijvoorbeeld op naam van de vrouw wordt gesteld. Er zijn ook andere mogelijkheden. Zo wordt tegenwoordig het verrekenstelsel gehanteerd: aan de uitsluiting van gemeenschap worden één of meer verrekenbedingen toegevoegd. Zo bestaat er het periodiek verrekenbeding, waarbij het echtpaar jaarlijks of maandelijks de niet verteerde inkomsten noteert en vervolgens eerlijk verdeelt

Nadeel van deze methode is dat er, zolang het goed gaat, weinig van het verrekenen komt. Zodra het huwelijk strandt, ontstaan er ruzies over de verrekening. Om deze problemen te omzeilen bestaat er het finaal verrekenbeding: bij scheiding of overlijden wordt alles verdeeld alsof er wel gemeenschap van goederen bestond, met uitzondering van wat een van de echtelieden door schenking of door erfrecht heeft verkregen.

Samenlevingscontract. Geld behoort in beginsel toe aan degene ten behoeve van wie het werd gestort. Het is een misverstand om te denken dat wat op zogenoemde en/of-rekeningen wordt gestort aan beiden toekomt. Met een samenlevingscontract valt dit wel te regelen. Zo is een huishoudrekening naast de privérekeningen overeen te komen waarop vaste bedragen worden overgemaakt. Verder kan afgesproken worden dat de salarissen op een gemeenschappeljke rekening binnenkomen, zonder dat dit invloed heeft op de inkomstenbelasting.

Het eigendom van onroerende zaken ligt zwart op wit vast bij het kadaster, maar met zaken als het tapijt en de koelkast ligt dat een stuk lastiger. Bij ondertekening van een samenlevingscontract bestaat de mogelijkheid met lijsten vast te leggen wat van wie is en wat gemeenschappelijk is. Voor wat later verkregen wordt, zullen de samenwonenden enige administratie moeten bijhouden.

Kinderen

Huwelijk. Man en vrouw zijn automatisch de ouders, met gelijke rechten en plichten. Het kind krijgt de achternaam van de vader (een wetswijziging hierover is nog in voorbereiding) en is automatisch zijn erfgenaam. Bij scheiding blijft het gezamenlijk ouderschap bestaan of de rechter moet op verzoek van een van beide partijen anders beslissen.

Samenlevingscontract. Afspraken over erkenning, verzorging en opvoeding van kinderen hebben nauwelijks betekenis. Zij kunnen eenzijdig worden opgezegd. Kinderen van ongehuwden gelden als onwettig en vallen in eerste instantie toe aan de moeder. Een man - hij hoeft niet de biologische vader te zijn - kan pas met toestemming van de moeder en via de kantonrechter het juridische vaderschap verkrijgen.

Pensioen

Huwelijk. In het huwelijk is de 'onbezorgde oude dag' voor beide echtelieden geregeld. Indien een van beiden overlijdt, kan de overgebleven man of vrouw van de pensioenaanspraken genieten. De weduwe of weduwnaar kan in aanmerking voor een wettelijk nabestaandenpensioen komen.

Samenlevingscontract. Een toenemend aantal pensioenfondsen, waaronder het PPGM en het ABP, kent tegenwoordig een partnerpensioen, dat gelijk is aan het weduwen- of weduwnaarspensioen. De langstlevende partner kan daarvoor in aanmerking komen. Voorwaarde is dat de partners een minimum aantal jaren hebben samengewoond of een samenlevingscontract hebben opgesteld. Net als gehuwden hebben ook samenwonenden bij het overlijden van hun partner onder bepaalde voorwaarden recht op een uitkering volgens de Algemene Nabestaandenwet (ANW).

Erfenis

Huwelijk. Het wettelijk erfrecht wordt beheerst door bloedverwantschap. De echtgenoot vormt de enige inbreuk hierop; hij behoort samen met de kinderen tot de eerste groep wettelijke erfgenamen, die in beginsel alles delen. Om te voorkomen dat kinderen bijvoorbeeld hun erfdeel van een eigen huis opeisen, kan een testament worden opgemaakt, waardoor alles het bezit van de langstlevende wordt.

Samenlevingscontract. Door in het contract een verblijvingsbeding op te nemen, worden na overlijden van één van beiden de goederen die gezamenlijk eigendom waren het eigendom van de langstlevende. Zonder testament komen privébezittingen toe aan de erfgenamen: de directe bloedverwanten. De partner erft dan niets.

Scheiden

Huwelijk. Alleen de rechtbank kan een huwelijk ontbinden. De voormalige echtelieden kunnen zaken als de verdeling van bezittingen en de zorg van de kinderen zelf regelen. Bij geschillen doet de rechter uitspraak.

Sinds de Wet Pensioenverevening maakt het bij scheidingen na 1 mei 1995 niet uit of er wel of niet op huwelijkse voorwaarden was getrouwd. Alle tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenrechten worden eerlijk verdeeld. Als beide partijen het eens zijn, kan van de wet worden afgeweken.

Samenlevingscontract. Ongehuwd samenwonenden kunnen zonder tussenkomst van rechter of notaris uit elkaar gaan. In het contract kan van te voren vastgelegd worden wanneer dit eindigt: bijvoorbeeld als een van beiden het opzegt of als de gemeenschappelijke huishouding is verbroken. Zonder regeling bestaat er geen recht op een soort alimentatie. Alimentatie voor een kind en een omgangsregeling kunnen in onderling overleg of door de rechter worden vastgesteld.

BIJ DE NOTARIS

Kosten notaris (onder voorbehoud).

Samenlevingscontract: 555,78 gulden.

Huwelijksvoorwaarden vóór het huwelijk: 765,78 gulden.

Huwelijksvoorwaarden na het huwelijk: enkele duizenden guldens. Bij de rekening van de notaris (1045,78 gulden) komt die van de procureur (ongeveer 340 gulden per uur) die voor het verzoekschrift zorgt en eventueel de kosten van de verdeling van onroerende goederen.

Twee testamenten tegelijk: 481,75 gulden.

Twee testamenten plus samenlevingscontract: 890,65 gulden.Twee testamenten en huwelijkse voorwaarden: 1100,65 gulden.

Bronnen: Consumenten-geldgids april 1996; Samenlevingscontract of huwelijksvoorwaarden, Koninklijke Notariële Broederschap (juli 1996)