ALIMENTATIE

Degene die vóór een scheiding het meest kapitaalkrachtig was, is bij de wet verplicht om de voormalige partner en eventuele kinderen financieel te compenseren voor het weggevallen levensonderhoud: alimentatie.

Die verplichting houdt op wanneer de voormalige partner opnieuw huwt of gaat samenwonen. Kinderen hebben in beginsel recht op alimentatie tot ze meerderjarig zijn.

De rechter hoeft niet altijd te worden ingeschakeld: afspraken over de hoogte en duur van de alimentatie kunnen onderling worden gemaakt. Mocht hierbij toch de hulp van de rechter nodig zijn, dan kan deze slechts alimentatie opleggen voor de duur van 12 jaar.

Wanneer het gestrande huwelijk kinderloos is gebleven en minder dan vijf jaar heeft geduurd, kan een alimentatieregeling voor maximaal de duur van het huwelijk worden opgelegd. Binnen drie maanden nadat de alimentatie is beëindigd, kan een verzoek worden ingediend met daarin een goed onderbouwde argumentatie waarom de betalingen moeten worden hervat.

De rechter bepaalt de hoogte van de alimentatie aan de hand van de inkomsten van de voormalige wederhelft. De hoogte van de alimentatie wordt ieder jaar door de minister van Justitie opnieuw vastgesteld aan de hand van een zogeheten 'indexeringspercentage' dat in de Staatscourant wordt gepubliceerd. De aanpassing gaat steeds per 1 januari in.