VS willen kerncentrales materiaal voor kernwapens laten maken; Verkoop plutonium onzeker

ROTTERDAM, 23 OKT. De onderhandelingen tussen het Amerikaanse bedrijf ANMS en SBK, erfgenaam van kweekreactor Kalkar, voor overname van de ongebruikte Kalkar-splijtstof waren in het laatste stadium toen het nieuws daarover via Greenpeace uitlekte. Dat blijkt uit artikelen in Der Spiegel en het vakblad Nuclear Fuel van deze week.

Ook blijkt het uit de vele details in de correspondentie tussen ANMS en betrokkenen die Greenpeace in handen zijn gespeeld. ANMS onderhandelde uiteindelijk rechtstreeks met SBK-directeur Werner Koop en had volgens Der Spiegel volgende week tot een overeenkomst willen komen.

Uit diverse stukken blijkt dat er al uitgewerkte plannen waren om de 205 splijtstofelementen die nu in een bunker op een Siemens-terrein bij Hanau en bij een gesloten kweekreactor in het Schotse Dounreay zijn opgeslagen, technisch aan te passen voor plaatsing in de Fast Flux Test Facility (FFTF) in de VS. Er werden al gesprekken gevoerd over een tijdelijke tussenopslag van het materiaal bij Hanford of bij Nuclear Fuels Services (NFS) in Tennessee. NFS produceerde jarenlang splijtstof voor de Amerikaanse onderzeeboten.

Inmiddels is gebleken dat SBK al eerder, in 1994, gesprekken voerde met FFTF voor overdracht van de Kalkar-splijtstof. FFTF is een experimentele snelle kweekreactor van 400 megawatt die eigendom is van het Amerikaanse ministerie van energie (DOE) en die in 1980 kritisch werd.

De grootste Amerikaanse kweekreactor staat op de beruchte 'Hanford site', een uitgestrekt terrein aan de Columbia River in de staat Washington dat al in de Tweede Wereldoorlog in gebruik werd genomen en uiteindelijk het zwaartepunt van de Amerikaanse kernwapenproduktie huisvestte.

Toen duidelijk werd dat het Amerikaanse kweekprogramma geen vervolg kreeg verloor de FFTF zijn betekenis en werd hij in 1992 gesloten. Het natrium, dat de koeling verzorgt, wordt voorlopig nog vloeibaar gehouden.

De FFTF is de laatste maanden onderwerp van dispuut tussen actiegroepen die op definitieve sluiting aandringen en anderen die hem juist opnieuw willen starten.

Die laatste betogen dat de FFTF precies die taken kan vervullen die DOE sinds kort juist aan commerciële kerncentrales wil overlaten: overtollig militair plutonium verbranden en nieuw tritium produceren voor Amerikaanse kernwapens. Omdat DOE's verouderde tritium-produktiereactoren (die ook bij Hanford staan) zijn gesloten, voorziet men een hapering in de tritium-voorziening na 2000. De FFTF kan in vier jaar worden aangepast voor tritiumproduktie, maar dat zou 3,2 miljard dollar kosten.

Eind vorig jaar peilde DOE de belangstelling bij commerciële kerncentrales voor de verwerking van plutonium en produktie van tritium. Daarop is gereageerd door tientallen ondernemingen, waaronder ANMS in Richland. ANMS (Advanced Nuclear and Medical Systems) is een onderneming die volgens Der Spiegel net een jaar bestaat en nog geen dozijn werknemers telt.

Het bedrijf streeft naar privatisering van de FFTF en hoopt deze te leasen voor de produktie van radio-isotopen voor de diagnose en behandeling van kanker. Daarop is aangedrongen door kankeronderzoekers verbonden aan het Fred Hutchinson Cancer Research Center in Seattle (gelieerd aan de Universitet van Washington). De FFTF heeft al eerder radio-isotopen geproduceerd. ANMS zou van commerciële geldschieters 400 miljoen dollar kunnen lenen.

ANMS-president Bill Stokes heeft verklaard dat de plutoniumhoudende brandstof van Kalkar zelf ongeschikt is voor kernwapens en dat het zèlfs te weinig plutonium bevat om er tritium mee te produceren. Dat laatste wordt door Nederlandse deskundigen bestreden. Tegenover het weekblad Nuclear Fuel heeft Stokes zijn verklaring genuanceerd: het plutoniumgehalte van de Kalkar-brandstof zou te gering zijn om er voldoende tritium mee te produceren.

Het Kalkar-materiaal zou daarom alleen worden gebruikt om er radio-isotopen mee te produceren en zou zonodig worden opgeslagen tot het verwerkt kan worden.

Kalkar-erfgenaam SBK zit al sinds 1991, toen zeker werd dat 'Kalkar' nooit in gebruik zou gaan, omhoog met de splijtstofelementen die sinds 1985 klaar stonden en betaalt nu jaarlijks 98 miljoen dollar voor opslag en bijkomende kosten. In juni 1994 werd bekend dat men met Rusland onderhandelde over overdracht van het materiaal voor de Russische kweekreactor BN-600. Ook werden toen al gesprekenn gevoerd met FFTF, kennelijk zonder ANMS als intermediair. Uit het voorlopig contract tussen SBK en ANMS blijkt dat SBK bereid is 36 miljoen dollar te betalen om voorgoed van de Kalkar-erfenis af te komen.

Bovendien zou nog 800.000 dollar betaald worden voor een haalbaarheidsstudie. Uit de jaarlijkse produktie van 1,5 kilo tritium, dat DOE zelfs tegen 100.000 dollar per gram in een versneller gaat produceren, zouden aanzienlijke inkomsten gehaald kunnen worden.

Veel vertrouwen blijkt er niet te bestaan tussen ANMS en SBK. “Ik vertrouw de SBK-officials niet helemaal”, schrijft vice-president Dick Thompson aan een intermediar. “Hun enige doel is van het nucleaire afval af te komen. Ik betwijfel of het ze veel kan schelen wat er met ons of de splijtstof gebeurt als die eenmaal is overgedragen.”

In een andere brief beschrijft Thompson SBK-directeur WernerKoop als 'very much a gentleman in no hurry' die nogal eenzijdig gericht is op de behoeften en zorgen van SBK.

Hoofdaandeelhouder in SBK is het Duitse RWE dat een belang heeft van 70 procent. Belgonucleaire en de Nederlandse SEP (Samenwerkende Elektriciteits Produktiebedrijven) participeren elk voor 15 procent.

De SEP heeft laten weten buiten de onderhandelingen te zijn gehouden, maar elke mede-eigenaar van het Kalkar-plutonium moet nog wel instemmen met verkoop. Betrokkenheid bij produktie van tritium ziet de SEP als een onoverkomelijke hindernis.