Piket krijgt tegen Sjirov loon naar werken

TILBURG, 23 OKT. “Hoezo minder? Mijn stukken stonden goed en ik had mooie velden.” De hondstrouwe aanhangers die Loek van Wely aan het slot van de tiende ronde van het Fontys Schaaktoernooi wilden feliciteren met zijn ontsnapping tegen Judit Polgar, kregen precies het antwoord dat zij van hun voorman konden verwachten.

Alsof hij een broodnodige bijles voor zijn discipelen verzorgde, deed Van Wely er in de nabeschouwing nog een schepje bovenop. Overal waar Polgar voordeel voor wit zag, zag hij op zijn minst gelijke kansen voor zwart. In een ontspannen sfeer schudde Polgar het hoofd en beperkte zich tot een ontwijkend “Ik weet het zo net nog niet”. Waarop aan de andere kant van het bord onmiddellijk het genereuze advies klonk: “Soms moet je jezelf niet zoveel vragen stellen. Het is beter om je tegenstander van zichzelf te laten verliezen”.

Van Wely vond dat hij steeds compensatie had gehad nadat hij eenmaal een pion was kwijtgeraakt. Kanttekeningen maakten hem alleen maar baldadiger. Aangemoedigd door zijn claque deed hij er nog een schepje bovenop. “Weet je, tijdens de partij zat ik te denken, waarom speelt iemand op de eerste zet nu e4? Natuurlijk heb je dan allerlei agressieve bedoelingen. Maar ik speel c5 en wat heb je dan helemaal?” Judit Polgar keek hem beleefd glimlachend aan. Op deze toon werd ze nog niet zo vaak toegesproken.

De verdienstelijke remise van Van Wely schiep een interessante situatie voor de slotronde nu ook Jeroen Piket zich dankzij een overwinning op Aleksei Sjirov op de gedeelde tweede plaats nestelde, een half punt achter lijstaanvoerder Boris Gelfand. In die laatste ronde mogen Van Wely en Piket in hun onderlinge partij een prestigekwestie gaan afhandelen.

Jeroen Piket kreeg met zijn overwinning op Sjirov loon naar werken. Ruim een week speelde hij stabiele partijen met lichte uitschieters naar boven. Toch leverde zijn goede spel hem nog geen fractie van de aandacht op die als vanzelf op het rumoer rond Van Wely afkwam. Piket zag het iedere dag weer met enige bevreemding aan en hield zijn mond. Dat deed hij nu nog steeds, maar je hoefde geen groot psycholoog te zijn om te zien dat de Leiderdorpenaar ervan genoot dat hij op een cruciaal moment met Van Wely op gelijke hoogte was gekomen.

Sjirov toonde zich een goed verliezer. “Ik verwachtte een zware partij, want het is wel duidelijk dat Jeroen zijn vormcrisis te boven is.” Dat was ruimhartig gesproken omdat Sjirov zelf ook wel wist dat hij zijn tegenstander een flinke zet in de goede richting had gegeven met een uiterst dubieuze manoeuvre. Lachend verzuchtte hij meteen na de partij tegen Piket. “Ik was ook wel gek dat ik ging improviseren in een stand waar de theorie een redelijke verdediging voor zwart aangeeft.”

Of de ontmoeting op de slotdag tussen de twee Nederlandse grootmeesters een van beiden dichter bij de hoofdprijs zal brengen zal in de eerste plaats afhangen van Boris Gelfand. Tot nog toe opereert de Witrus constant en zonder haperingen. Alleen Peter Leko, die zich trouwens met een correcte remise tegen Sutovsky moeiteloos op de gedeelde tweede plaats handhaafde, bezorgde hem een paar bange momenten.

Gelfand verdedigde zijn eerste plaats met een enerverende remise tegen de Russische kampioen Peter Svidler. Een hoogst origineel openingsplan van wit wekte sterk de indruk dat Svidler hard op weg was om Gelfand in het zicht van de eindstreep onderuit te halen. Zettenlang moest de koploper in opperste concentratie van enige zet naar enige zet springen, voordat ook bij hem het besef doorbrak dat hij eigenlijk ietsje beter stond.

Svidler had er vrede mee dat hij ook in zijn tiende partij geen potten had kunnen breken. Berustend legde hij uit dat zijn verstandhouding met Gelfand te goed was om met optimaal genot op winst te kunnen spelen. “Natuurlijk win ik ook wel partijen van vrienden, maar het geeft me veel minder voldoening.” Svidler verzuchtte dat hij bovendien erg moe was. Zo moe zelfs, dat hij was vergeten om een Bob Dylan-citaat boven zijn notatieformulier te zetten. De regels uit I will be released die hij in gedachten had, zouden ook Anatoli Karpov als muziek in de oren hebben geklonken. De FIDE-kampioen heeft na een benauwde remise tegen Adams nog maar één partij om zijn score op te poetsen tot een schamele vijftig procent.