Nieuwe formule

Ik wou zo graag nog wat over de AKO-prijs zeggen. Misschien is het nog niet te laat. Ik was, eerlijk is eerlijk, verrukt van deze laatste prijsuitreiking per televisie. Het waren schitterende beelden die dromerig stemden. Men zag een geheimzinnige processie die zich blijkbaar 's avonds aan het voltrekken was, in een of andere stad die verdacht veel op Amsterdam leek.

Het was een optocht die een klein beetje deed denken aan zo'n Zuidamerikaanse begrafenis met veel muzikanten. Er leek een zelfde soort stemming te heersen, tussen opgewekt en wat bedroefd in. Het geheel straalde iets onbestemds uit. Je zou niet snel denken dat hier een prijsuitreiking aan de gang was. Juist dat volmaakt geïmproviseerde karakter van het evenement gaf het een enorme kracht. Zoals het Congres ooit gedanst heet te hebben, in 1814, zo was de prijs anno 1996 aan de wandel.

Waarom was dit nu zo volmaakt?

Omdat het dus korter kon, krachtiger, minder stijfjes, op straat, uit het hoofd, een beetje zoekend naar woorden, en almaar op weg - dat vooral - naar een onbekende einder. De prijs was onderweg, ik geloof dat dat het fascinerende was, langzaam en aarzelend onderweg. Want waar naar toe? Het had ook wel iets, nu ik erover nadenk, van Pasolini's 'Het evangelie volgens Mattheus'. In die film zag je datzelfde onbepaalde wandelen, al was het daar dan in een of ander soort van nogal kale vrije natuur, beoefend door een groep mensen die een door en door onthechte en vergeestelijkte indruk maakte.

Ook dat droeg denkelijk ten zeerste bij tot het gevoel dat hier een intellectuele prestatie van belang werd geleverd. Nu eens niet de gebruikelijke beelden van een of ander zo ver het oog reikt met mensen gevuld megarestaurant. Met zijn tergend trage gangen. Van de amuse-gueule, tot en met de rest van de culinaire gijzeling. Wat een verschil in waardigheid, tussen deze over het Damrak schrijdende menigte en de wat verveelde massa die een avond lang berust in opgepriktheid. Alles is immers gericht op het verlenen van duur aan de prijsuitreiking; die in principe een kwestie zou kunnen zijn van een minuut of wat.

Ook overigens was alles verfijnd ongeorganiseerd. Eerst dat talmende wandelen; toen, vlak voordat het allemaal afgelopen was, nog even uiterst terloops het nieuws. Het nieuws dat Sonja in haar consternatie bijna vergeten was. Dat dit, in tegenstelling tot wat we allemaal dachten, helemaal niet de laatste AKO-prijs was. Maar dat 'een grote Belgische bank' de prijs over zou nemen.

Nou, misschien is het dan wel een goed idee om de editie 1996 als maatgevend te beschouwen voor hoe het ook in de toekomst zal moeten. Voortaan moet het gezelschap, vaste prik, komen aanwandelen vanaf het CS, en zal de prijs steevast uitgereikt worden op het trottoir. Ergens tussen de C&A-passage en de Dam, zoals de traditie dat nu eenmaal wil.

Altijd zal de juryvoorzitter de indruk wekken volledig berekend te zijn op zijn taak: het kennelijk voor de vuist weg en à titre personnel gesproken woordje, in onvoorstelbare volzinnen. De overige juryleden zullen gewoonlijk in geen velden of wegen te bekennen zijn. Het gros van de genomineerden al evenmin. Wellicht kunnen er beelden getoond worden van genomineerden die zich inderhaast tegoed doen aan Vlaamse friet bij McSnack danwel de Chick King.

Want laat niemand denken, dat zou nu echt dom zijn, dat de bommelding van een schrijver afkomstig zou kunnen zijn. Welnee. Mij lijkt het een stuk waarschijnlijker dat ze een koksmaatje ontslagen hebben daar in die Beurs van Berlage. Een of ander rotjochie dat een grote mond opzette toen hem iets verteld werd, waarvan hij zijn verdere leven nog veel profijt had kunnen hebben. Op staande voet ontslagen dus, en meteen de telefoon gepakt. Zoiets, stel ik me voor. Want die schrijvers willen best een keer lekker eten, van de Amsterdamse Kiosk Onderneming. Dat is het probleem helemaal niet.

Maar nu we dan toch eenmaal kennis hebben gemaakt met zulke ongedwongen televisie: houden zo. Wie weet kan zo'n bommelding gewoon ingebouwd worden in het vaste repertoire van aardigheden. Het zou toch zonde wezen: daar heb je de literatuur nou eindelijk eens de straat op, en dan zal je onmiddellijk weer naar binnen willen!