Maazel: smikkelen, snoepen, snoepen

Concert: Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks o.l.v. Lorin Maazel. Gehoord: 22/10 Concertgebouw Amsterdam. Volgend optreden: 24/10 Eindhoven (Beethoven: Zeven; R. Strauss: Heldenleben).

Lorin Maazel, op tournee in ons land met het Symfonieorkest van de Beierse Omroep, is technisch een van de talentvolste dirigenten van deze tijd. Maazel beheerst het doseren van dynamiek en dramatische spanning. Zijn frasering is prachtig. Zijn timing is perfect. De balans binnen het orkest is even fabuleus als die van Karajan, zodat tijdens tutti-passages alle instrumenten met enerverend effect hoorbaar doorkomen. De tempi zijn aan de lage kant en laten ruimte voor het opbloeien van de rijke klank van het Beierse orkest.

We horen al die kwaliteiten in de zaal overduidelijk en het is jammer dat Maazel die ook nog eens visueel bevestigt door dansende bewegingen, wufte gebaren, zwaaiende wuivingen en overbodige aanwijzingen die meer bedoeld zijn om het publiek te epateren dan om het orkest aan het werk te houden. Het lijkt er soms op dat hij al die muziek ter plekke zelf verzint en het orkest daarmee op magische wijze instraalt.

Puur artistiek hebben muziek en de vertolking daarvan iets minder belang. In Rotterdam bestond het programma maandag uit het Vioolconcert van Sibelius, met Hilary Hahn als soliste, en de Vijfde symfonie van Tsjaikovski. In Amsterdam was het gisteravond smikkelen met Beethovens Zevende symfonie als chic maar licht hoofdgerecht, gevolgd door snoepen van een grand dessert van Richard Strauss (Till Eulenspiegel), snoepen van een hele schaal bonbons (suite uit Strauss' Rosenkavelier) en snoepen van nog wat Weens lekkers: de toegift An der schönen blauen Donau van Johann Strauss, wat herinnerde aan Maazels Nieuwjaarsconcerten met de Wiener, helaas zonder bijbehorend raffinement.

Het is bij Maazel echt genieten van heerlijk gedisciplineerd orkestspel, vooral van hoboïst en fluitist die vrijwel de hele avond opvallend aan het soleren waren. Anders dan bij zijn collega Carlos Kleiber gebeurt er bij Maazel interpretatief bijna niets. In die lekker statig ouderwetse Beethoven was voor alles aandacht, behalve voor de syncopische ritmiek. En toen Maazel in het slotdeel opeens iets anders dan gewoonlijk ging doen en fors versnelde, was er vooral on-Beethoveniaans roerig lawijt.