Landelijke telecom-licenties gaan naar Enertel en Telfort

DEN HAAG, 23 OKT. Telfort en Enertel worden de nieuwe landelijke concurrenten van PTT Telecom. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft vanmorgen bekendgemaakt de twee nieuwkomers naar verwachting over vier weken de vereiste vergunning te verlenen.

De snelle uitverkiezing van Telfort en Enertel is het gevolg van de afwijzing van mededinger Global One, een joint venture van Deutsche Telekom, France Télécom en het Amerikaanse Sprint, die zich als derde gegadigde voor de twee beschikbare licenties had gemeld. Volgens minister Jorritsma voldeed de aanvraag van Global One niet aan de wettelijke minimumeis dat het beschikt over een eigen vermogen van 20 procent. Directeur Simon Vye van Global One is verrast: “Het ministerie heeft gekeken naar de situatie ultimo 1995, terwijl onze BV pas in augustus 1996 is opgericht.” Hij overweegt nadere stappen.

Formeel moeten de aanvragen van Telfort, een onderneming van Nederlandse Spoorwegen en British Telecom, en van Enertel (een aantal grote energiebedrijven en kabelexploitant Casema), nu worden getoetst op een aantal basiscriteria, zoals de financiële positie en de aanwezige telecom-expertise. Een vergelijkende toets van de aanvragen voor de twee vergunningen is met het wegvallen van de derde gegadigde echter niet meer nodig.

De nieuwe mededingers van PTT Telecom mogen, zodra ze de vergunning daartoe hebben ontvangen, hun netwerken aanbieden voor allerlei telecom-diensten, zoals dataverbindingen, teleshoppen en Internet. Vanaf 1 juli 1997 mogen ze ook actief worden in openbare spraaktelefonie, nu nog exclusief terrein van PTT Telecom.

Zowel de energiebedrijven en Casema als de Nederlandse Spoorwegen beschikken over grote telecom-netten, die oorspronkelijk zijn aangelegd voor eigen gebruik. Met relatief geringe investeringen zijn die netwerken bruikbaar te maken voor benutting door derden.

De toetreding van Enertel en Telfort tot de Nederlandse telecom-markt is uitvloeisel van de Europese plannen voor liberalisering van de telecom-markten in de lidstaten van de Europese Unie. Die dient in de meeste landen uiterlijk per 1 januari 1998 een feit te zijn. Met de toelating van nieuwe ondernemingen op de veelal monopoloïde nationale markten wordt doelmatiger en goedkopere telecommunicatie beoogd.

Aanvankelijk was het in Nederland de bedoeling één concurrent voor het 'vaste net' van PTT Telecom toe te laten, maar de door Den Haag geëntameerde samenwerking tussen spoorwegen en energiebedrijven (plus kabeltv-dochters) liep spaak. Toen beide partijen zelfstandig opteerden voor een landelijke vergunning, besloot de minister er twee beschikbaar te stellen. Met de aanmelding, begin september, van Global One leek een langduriger selectieprocedure nodig.

Het ministerie van Verkeer en Waterstaat stelt ook regionale telecom-licenties beschikbaar, waarvan op 7 oktober de eerste is verleend aan Castel. Het departement heeft voor dit type vergunningen 1300 aanvragen ontvangen. Voor de 'regionalen', zoals de huidige kabelexploitanten, is het van groot belang dat er meer aanbieders komen van een landelijke infrastructuur - benodigd om de regionale netten te kunnen koppelen - omdat ze anders gedwongen zijn zaken te doen met PTT Telecom.

NS en British Telecom maakten vorige maand bekend de komende vier jaar een miljard gulden te zullen investeren in hun telecommunicatiebedrijf. Ze gaan ervan uit dat Telfort over tien jaar 10 tot 15 procent van de Nederlandse telecommunicatiemarkt bedient. Dat komt neer op een beoogde omzet van anderhalf tot twee miljard gulden.

Enertel wil vanaf 1 april volgend jaar huurlijnen aanbieden en investeert daartoe momenteel 200 miljoen gulden.