EU; Weer grote twijfel over Turkije

Behoren mensenrechten in de buitenlandse politiek ondergeschikt te zijn aan strategische en commerciële belangen? Dat is de vraag die veel Europarlementariërs zich deze week in Straatsburg stellen.

Morgen moet het parlement zich in het kader van de jaarlijkse begrotingsbehandeling definitief uitspreken over de bevriezing van een aantal financiële middelen (het gaat om een bedrag van ten minste 115 miljoen gulden) voor Turkije. Vorige maand verklaarde een overgrote meerderheid van de Euro-vertegenwoordigers zich daar al voorstander van wegens het gebrek aan vooruitgang op het gebied van de mensenrechten in Turkije en het brute optreden van de Turkse strijdmacht op Cyprus. Nu het moment nadert dat die krijgshaftige woorden met even krijgshaftige daden kunnen worden gestaafd, blijken traditionele strategische argumenten (Turkije als grote handelspartner en trouwe bondgenoot van het Westen in een toch wel erg instabiele regio) toch weer krachtig genoeg om menig Europarlementariër te doen aarzelen.

Het is niet de eerste keer dat het parlement hevig verdeeld is over Turkije. Vorig jaar, tijdens de behandeling van het douane-akkoord met Ankara, leek het er lange tijd op dat een meerderheid het verdrag af zou stemmen. Pas nadat Ankara beloofd had alles in het werk te stellen om de mensenrechtensituatie te verbeteren en veel parlementariërs onder zware druk werden gezet door hun regeringen ging het parlement door de bocht. Veel afgevaardigden onderstreepten dat het parlement in de toekenning van compensatiegelden aan Ankara voor de douaneunie (tot het jaar 2000 ongeveer 784 miljoen gulden) een drukmiddel hield. De Europese Commissie zegde toe elk jaar een rapport te sturen waarin ook de mensenrechtensituatie in Turkije aandacht zou krijgen.

Het parlement heeft het eerste rapport inmiddels in zijn bezit. Daaruit blijkt duidelijk dat de hoop van veel parlementariërs dat het douaneakkoord de democratisering in Turkije een duwtje in de rug zou kunnen geven, tot nog toe ongegrond is geweest. Nog steeds worden gevangenen op grote schaal in Turkije gemarteld, blijft de impasse in de kwestie-Cyprus en is in Koerdistan, waar separatisten voor een eigen Koerdische staat strijden, de noodtoestand van kracht. “We gingen uit van een vertrouwenscontract met Turkije maar de regering in Ankara heeft dat duidelijk geschonden”, aldus Pauline Green, politiek leider van de sociaal-democratische fractie in het parlement.

In het licht van zoveel kritiek leek een beroep op Realpolitik voor de hand te liggen. Ten tijde van de behandeling van de resolutie over Turkije vorige maand zei Eurocommissaris Hans Van den Broek al dat er sprake was van een groot “dilemma”, omdat “Turkse groepen die de democratie vijandig gezind zijn” van de afwijzing van de hulp zouden profiteren. Ook de Turkse minister van Buitenlandse Zaken en vice-premier, Tansu Çiller, die om Europa te plezieren waarschijnlijk deze week nog met nieuwe initiatieven op het gebied van de mensenrechten komt, liet maandag geen twijfel bestaan over de inzet van de stemming van morgen. “Wij delen de normen en idealen van Europa”, aldus Çiller. “Maar als we die idealen niet kunnen verwezenlijken heb ik grote angst dat deze regio zich van de vrede gaat verwijderen”.

Volgens Çiller is een “versperring van de toegang” tot de Unie eigenlijk alleen maar te verklaren op grond van de overweging dat “Turkije een moslim-land is”. “Als Europa Turkije uitsluit wordt het een christelijke club met religieuze muren”, schreef de vice-premier zelfs in een brief aan alle Euro-afgevaardigden.

Deze geopolitieke overwegingen blijken, ondanks de resolutie van vorige maand, veel Europarlementariërs toch aan te spreken. Zelfs verklaarde voorstanders van bevriezing onderstrepen dat bevriezing slechts een “signaal” is. “De dialoog met Turkije moet hoe dan ook verder”, aldus de Nederlandse christen-democraat Pex.

“Je moet kiezen tussen het kleine kwaad en het grote”, aldus Leonie van Bladel (Unie voor Europa) die tegen bevriezing zegt te gaan stemmen. “Vrijmaken van financiële middelen voor Turkije doet geen recht aan de slechte mensenrechtensituatie maar daar staat tegenover dat blokkering vooral de kleine ondernemers en de middenklasse in Turkije treft. Je weet niet hoe die hun manier van denken gaat beïnvloeden.” Volgens de mensenrechtenorganisatie Amnesty International, die begin deze maand een campagne begon tegen misstanden in Turkije, is het 'grote kwaad' echter een direct gevolg van het 'kleine'. Turkije hoefde nooit echte hervormingen door te voeren omdat het Westen - met het oog op het geopolitieke belang van het land - altijd bereid was een oogje dicht te knijpen.

Twijfelaars over bevriezing zijn er, aldus bronnen in Straatsburg, met name te vinden onder christen-democraten uit Duitsland (dat van oudsher sterke banden met Turkije onderhoudt) en onder Franse gaullisten. Maandag nog onderstreepte een Franse minister dat Parijs de banden tussen Europa en Turkije wil aanhalen.