Belgische jeugd keert fiets de rug toe

Jurgen en Ben worden op hun middelbare school uitgelachen omdat ze hun benen scheren. Toch gaan de Belgische talenten op zaterdag liever naar de Molse Wielerschool dan naar de kroeg.

MOL, 23 OKT. Hij draagt een T-shirt met een afbeelding van een housediscotheek, maar moet bekennen dat hij er nog nooit is geweest. Bier, meisjes en disco zijn geneugten die zich niet laten verenigen met de ambities van aanstormend wielertalent, weet de 17-jarige Jurgen Cremers uit Lommel. “Ge moet er heel veel voor over hebben. En als ge het goed doet, hebt ge niet eens tijd voor een meisje.” Zijn 15-jarige broer Ben vult hem aan: “Zonder bier kun je je ook amuseren.”

Op hun middelbare school spreken klasgenoten eerder denigrerend dan met bewondering over hun passie. “Ze zeggen, 'wielrennen, dat kan iedereen', en ze lachen je uit als je het haar van je benen scheert.” Wie bij zijn leeftijdgenoten populair wil zijn, houdt zich verre van de racefiets.

De gebroeders Cremers behoren tot een slinkende groep jongeren in België. Het huidige aantal licentiehouders bij de nieuwelingen (15 en 16 jaar) en de junioren (17 en 18 jaar) kan de Belgische wielerbond door automatiseringsproblemen niet prijsgeven. In 1995 waren dat er respectievelijk 703 en 787, een jaar eerder 730 en 853. In 1971, het derde achtereenvolgende jaar waarin Eddy Merckx de Ronde van Frankrijk won, telde België nog 928 nieuwelingen en 1.171 junioren. “Waar blijft de jeugd”, verzuchtte oud-baanrenner Patrick Sercu deze week in een Belgische krant. Die teruggang treft ook het Nederlandse wielrennen. In 1990 schreef de KNWU nog 552 nieuwelingen in, op 1 oktober van dit jaar waren dat er 377. Het aantal junioren liep terug van 681 naar 460.

In de kantine van het Ecocenter in Mol zitten vaders aan het bier, hun zonen drinken limonade. Zesendertig jongens en twee meisjes hebben zich zojuist ingeschreven voor een jaargang aan de Molse Wielerschool. Ongeveer vijftien van hen melden zich voor het eerst aan, de overigen zetten er hun opleiding voort. Nieuwelingen en junioren betalen 2.000 frank (circa 110 gulden), beloften en elite-renners (met of zonder contract) 3.000 frank. Bij die prijs zit een T-shirt van de school inbegrepen, bij voorkeur aan te trekken tijdens de gezamenlijke indoortrainingen. Vorig seizoen kende de school 42 leerlingen en alvorens zaterdag de eerste les begint, wordt dat aantal zeker geevenaard.

De Belgische wielerscholen zijn belangrijk bij de opleiding van renners en zijn bedoeld voor wedstrijdrenners die bij hun clubs de individuele begeleiding missen. Er zijn in België reguliere scholen met wielrennen als vak en scholen waar de renners in hun vrije tijd naar toe gaan, zoals die in Mol.

Ook dokter Goossens, de arts van de Belgische wielerbond, is naar de Kempen gereisd om op de inschrijvingsavond het belang van sportmedische begeleiding te onderstrepen. De komst van de bondsarts geeft de status van de school aan, zegt Jef Daems, trainer en coördinator van de school sinds de oprichting in 1983. De afvaardiging van de bond is een erkenning voor zijn inspanningen. Financiële en materiële steun krijgt de school al vanaf het begin van onder meer de importeur van Colnago-fietsen, het merk waarmee Johan Museeuw in Lugano wereldkampioen op de weg werd.

Zaterdag begint de Molse wielerschool aan zijn dertiende jaargang. Vanaf tien uur 's ochtends is er op de plaatselijke atletiekbaan en in de bossen een 'outdoortraining'. Of de ongeveer veertig jongens en meisjes graag iets eerder bij de sporthal aanwezig willen zijn, luidt het verzoek van Daems. Het is het begin van een 'algemene conditieperiode', die tot eind november duurt, voor alle categorieën, binnen én buiten. Van eind november tot de tweede week van januari wordt de intensiteit van de conditietraining opgevoerd. Rond de kerstdagen is er een vijfdaagse stage bij Namen, gevolgd door een specifieke voorbereiding op het wedstrijdseizoen. Ook op de wielerbaan in Gent rijden de pupillen van Daems hun trainingsrondjes.

Ruimschoots voor de start van het wedstrijdseizoen krijgen de coureurs individuele trainingsschema's en wordt hun een op maat gesneden jaarplanning verschaft. Elke renner beschikt over (individuele) trainersbegeleiding, wordt op wedstrijden voorbereid, tijdens koersen begeleid en ondergaat sportmedische testen. Bondsarts Goossens onderstreept het belang daarvan en verwijst naar een befaamde Italiaanse sportarts. “Conconi vertelde me dat een renner in vijf jaar tien procent kan verbeteren als hij aan de hand van testen traint.”

Maar het begint op de wielerschool eenvoudig met elementaire aspecten zoals sturen, het nemen van bochten en het gebruik van de versnellingen. Ook wordt kennis van voeding, verzorging en fietsonderhoud bijgebracht. Hoewel Daems de prestaties ondergeschikt acht aan het leerproces, wil hij toch de successen van zijn pupillen niet ongenoemd laten. Die van Tom Boonen bijvoorbeeld. De 16-jarige nieuweling uit Balen werd tweede in het nationaal kampioenschap op de weg, provinciaal kampioen tijdrijden op de weg en achtervolging op de baan. “Een sterke renner, tamelijk snel.”

Een van de fraaiste produkten die de Molse Wielerschool heeft voortgebracht, is beroepsrenner Wilfried Peeters, geboren en getogen in Sluis, gemeente Mol. Mede-oprichter Louis Pelckmans omschrijft de knecht in de Mapei-formatie als “de eerste luitenant van Johan Museeuw”. “Dat hij hier vanavond aanwezig is, geeft de jonge coureurs een morele opkikker”, verzekert Pelckmans. Ook Herman Frison, die onlangs een punt zette achter zijn wielerloopbaan, mocht de school tot zijn leerlingen rekenen. De 32-jarige Peeters traint nog steeds in hetzelfde krachthonk als de leerlingen van de wielerschool.

Junior Ben Cremers fietst al vier jaar, sinds hij een wielerwedstrijd op televisie zag en dacht: “Dat vind ik schoon om te doen.” Als junior boekte hij het afgelopen seizoen geen overwinningen. Maar: “Ik heb altijd wel goeie uitslagen gehad, ik zat meestal bij de eerste tien.” Als hij naar zijn specialiteit wordt gevraagd, zegt hij zonder aarzeling: “Spurten.” Ben besloot met zijn broer Jurgen (specialiteit: klimmen) naar de wielerschool te gaan, nadat ze van clubgenoten hadden gehoord “dat het er wel fijn was”. Cremers woont in Lommel, nauwelijks vijftien kilometer van Mol. Of hij straks met de fiets naar de wielerschool gaat? “Niet als het slecht weer is.” In dat geval laat de nieuweling zich met de auto bij de Molse Wielerschool voorrijden.