Zoutfabriek Frima ziet niet om in wrok

HARLINGEN, 22 OKT. Een kristalwitte berg zout groeit langzaam aan in de opslagloods van zoutfabriek Frima in Harlingen. “Ik vraag mensen altijd of ze ski's bij zich hebben,” lacht algemeen directeur G. Talman. Een buis boven de metershoge bult spuwt het 'witte goud' - er is plaats voor 100.000 ton - op een hoop.

Van hieruit wordt het vacuümzout in grote containers opgeslagen en gaat het via zee of per vrachtauto naar de afnemers in heel West-Europa. De nieuwe zoutfabriek van Frima Talimpex Zoutgroep werd vanmorgen in Harlingen officieel geopend door prins Claus. De fabriek, die samen met een installatie voor warmtekrachtkoppeling een investering vergde van 240 miljoen gulden, is de grootste startende onderneming van Europa. Het 7,5 hectare grote complex aan de Harlinger industriehaven levert 72 directe en 110 indirecte arbeidsplaatsen op.

Na de eerste proefboring in 1994 werd de fabriek in ruim een jaar gebouwd.

Het zout wordt gewonnen op twee putten in een zoutveld van het concessiegebied Barradeel bij Pietersbierum. De horizontale lagen zout liggen op een recorddiepte van 3.000 meter, vertelt Talman. “Nergens ter wereld wordt het zout zo diep gewonnen.” Per jaar wordt er 1,2 miljoen ton zout naar boven gepompt. In totaal ligt er in beide boorvelden ruim vier miljard kubieke meter zout.

Het vacuümzout wordt gewonnen door water in de zoutlaag te pompen, waarin het zout oplost. Het pekelwater stroomt vervolgens door een vijf kilometer lange leiding naar het fabrieksterrein in Harlingen. Daar wordt het eerst schoongemaakt en vervolgens gekookt in vijf grote indampingsinstallaties. Door dit koken - op maximaal 140 graden en afnemend tot 65 graden - kristalliseert het zout uit en ontstaat er een brij. Dit mengsel gaat daarna de centrifuge in, waar het zout van de pekel wordt gescheiden. Wat overblijft is zuiver vacuümzout, dat industriële zoutverwerkers in toenemende mate verkiezen boven steenzout, aldus Talman. “Vacuümzout is van betere kwaliteit”, licht de Harlinger zouthandelaar toe. Het Friese zout wordt voor 80 procent afgenomen door de chemische- en soda-industrie, waar het wordt verwerkt in uiteenlopende producten als chloor, natronloog, synthetische verven en kleurstoffen. De rest is bestemd voor de consumptie.

Ondanks jarenlange tegenwerking van Europa's grootste zoutproducent Akzo, die de komst van nieuwkomer Frima probeerde te dwarsbomen, mag de Friese zoutwinner zich nu de op één na grootste noemen. Akzo protesteerde zonder succes tegen de IPR-subsidie van 11 miljoen die Frima kreeg toegekend van Economische Zaken.

Het ministerie vond het een goede ontwikkeling dat AKZO concurrentie zou krijgen. De AKZO-directie waarschuwde voor een prijzenoorlog, waar niemand beter van zou worden. Talman ziet echter niet om in wrok. De strijdbijl tussen beide zoutproducenten lijkt begraven. “We moeten oude kwesties niet oprakelen.”

Wel wil hij kwijt dat de door Akzo voorspelde overcapaciteit aan zout niet bewaarheid is. “Er is ook fruit genoeg als je appels, peren en pruimen bij elkaar optelt. Maar niet als je alleen maar pruimen wilt.”

Zeven jaar geleden vatte zouthandelaar Talman het plan op voor de bouw van een eigen fabriek. Dat gebeurde mede uit frustratie, aangezien andere zoutproducenten hem geen vacuümzout konden leveren.

Waarom Harlingen vragen veel mensen hem. Talman pakt een stapeltje sheets om uit te leggen waarom hij de Friese havenstad verkoos als vestigingsplaats van zijn fabriek. “De infrastructuur is hier perfect. Harlingen ligt logistiek gezien gunstig ten opzichte van Denemarken, Engeland, Duitsland, Zweden en Noorwegen. Op zijn Fries gezegd: 'We lizzen op in goed plak” (We zitten op een goede plaats”)”, zegt hij.