VS zetten bemiddeling in oorlog Koerden voort

ANKARA, 22 OKT. De Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken, Robert Pelletreau, en de Iraakse Koerdenleider Mesut Barzani zijn het gisteren eens geworden over de noodzaak van een staakt-het-vuren in Noord-Irak. Daarmee moet een einde komen aan de onderlinge strijd tussen de Koerdische Democratische Partij (KDP) van Barzani en de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK) van Jalal Talabani.

De KDP wordt door Irak en de PUK door Iran gesteund. De VS vrezen dat het conflict tussen de twee rivaliserende partijen daardoor zou kunnen leiden tot een gewapend ingrijpen van deze landen, wat de stabiliteit van de regio verder zou ondermijnen. Pelletreau zei gisteren dat de KDP-leider die zorg deelt. “Ook hij acht het van het grootste belang dat Iran en Irak zich buiten het Koerdische conflict houden.” Naar verluidt heeft Washington er opnieuw bij de Koerdenleider op aangedrongen om de banden met Bagdad te verbreken. Pelletreau ontmoette Barzani in het Turks-Iraakse grensplaatsje Silopi. Het was de tweede bespreking tussen de twee in ruim een maand tijd. De Koerdenleider was gekleed in het traditionele uniform van de peshmerga's (Koerdische strijders). Na de bespreking keerde Barzani vrijwel onmiddellijk naar Iraaks Koerdistan terug. Pelletreau zet vandaag zijn vredespogingen in de Turkse hoofdstad, Ankara, voort. Hij heeft daar een ontmoeting met PUK-leider Talabani, die vanmorgen vanuit Iran in Turkije arriveerde, en de leider van het Turkmeense Front, Sinan Çelebi. De Turkmenen zijn de tweede grootste etnische groepering in Noord-Irak. Ankara dringt al geruime tijd aan op een prominente rol voor hen in een nieuw te vormen regionaal bestuur.

De kans dat Pelletreau er daadwerkelijk in slaagt om de twee rivaliserende partijen ertoe te bewegen de wapens neer te leggen, zoals in 1995, wordt uiterst klein geacht. Peshmerga's van de KDP en de PUK zijn op vier fronten in Noord-Irak met elkaar in een felle strijd om de macht gewikkeld, waarbij inmiddels tientallen doden zijn gevallen. Het gaat daarbij onder andere om de controle over de Dukan-dam, zestig kilometer ten noorden van Sulaimanya, van waaruit de elektriciteitsvoorziening voor de hoofdstad Arbil wordt geregeld. Na aanvankelijke berichten dat de KDP er gisteren in zou zijn geslaagd om Dukan te heroveren, blijkt de dam nog steeds in handen van de PUK.

De groepering van Talabani werd vorige maand vrijwel geheel uit Noord-Irak verdreven, nadat de KDP er op 31 augustus samen met het Iraakse leger in slaagde om de hoofdstad Arbil in te nemen. Sinds ruim een week is de PUK, gesteund door het Iraanse leger, aan een tegenoffensief bezig. Barzani dreigde vorige week opnieuw de hulp in te roepen van Bagdad als de internationale wereld de Iraanse inmenging in Iraaks-Koerdistan niet scherp veroordeelt.

De VS hebben de afgelopen dagen 730 Koerden en hun familieleden uit Noord-Irak geëvacueerd die betrokken zijn bij het Iraakse Nationale Congres (INC), een bundeling van Iraakse oppositiegroeperingen. Het INC werd financieel gesteund door de VS en als een mantelorganisatie gezien van de Amerikaanse inlichtingendienst, CIA. Noord-Irak werd door Washington als springplank gebruikt voor een poging het bewind in Bagdad omver te werpen. Het Amerikaanse spionagenetwerk is bij de Iraakse inval in Arbil en omgeving zo goed als ontmanteld. De VS evacueerden vorige maand al ruim 2.000 Irakezen en hun familieleden, die in dienst waren van Amerikaanse militaire- en hulpverleningsorganisaties in Noord-Irak.