Visies en nota's voor nog meer groei

De ministers van het kabinet-Kok verdedigen deze weken hun begroting in de Tweede Kamer. Paars is halverwege de rit; tijd voor een tussenbalans. Vandaag minister Wijers (D66, Economische Zaken).

DEN HAAG, 22 OKT. Twee jaar geleden, op 16 september 1994, hield voormalig organisatie-adviseur H. Wijers zijn eerste echte persconferentie als minister. “Aan de hand van de begroting wil ik met u praten over de BV Nederland”, stak hij in perscentrum Nieuwspoort van wal. En zo is het twee jaar lang gegaan. Wijers houdt graag breedvoerige economische betogen. De technische begroting, met zijn vele postjes en subsidietjes, staat steevast op het tweede of derde plan. Management by speech, noemt Wijers het zelf. En het moet worden gezegd: het heeft effect. Zeg één kritisch woord over hem in kringen van ondernemers, wetenschappelijke speurneuzen en de talrijke adviesorganen daaromheen en je wordt meteen niet meer serieus genomen. Wijers wordt op handen gedragen. In het veld wordt hij gezien als een aanjager, die erin is geslaagd thema's als kennis, innovatie, economische mededinging en duurzame ontwikkeling weer hoog op de politieke agenda te krijgen. Een ander, steeds weer wederkerend thema is dat van de economische groei. Wijers pleit voortdurend voor de vlucht naar voren. Groei in plaats van krimp.

Dat begon al op vrijdag 16 september 1994. “Het is opvallend”, zei Wijers toen. “Als je een half jaar teruggaat in de tijd, krijg je het beeld voor ogen van een economie die met 1 procent groeit. Wij hebben die groei nu bijgesteld tot 2 procent. Er is groot optimisme aan het ontstaan. Dat geeft hoop. Maar de conjuncturele opleving van de economie mag onze structurele problemen niet verhullen”. Ondanks een stevige bries in de rug (de wereldhandel groeit en daarmee de afzet van het Nederlandse bedrijfsleven) blijft Wijers aandacht vragen voor tekortkomingen in de economische structuur. Door een wat meer op de toekomst afgestemde specialisatie van het Nederlandse bedrijfsleven, door investeringen en ingrepen in de verzorgingsstaat moeten voorwaarden voor nog meer groei worden gecreëerd. Het heeft echter allemaal meer te maken met psycologie dan met begrotingskunde.

Twee jaar geleden moest Wijers volgens het toen net gesloten regeerakkoord driehonderd miljoen gulden op zijn begroting bezuinigen. De bezuiniging werd geboekt als “administratieve post” en zou later worden ingevuld. Pijn heeft vrijwel niemand daarvan geleden. Verder kondigde Wijers tijdens zijn eerste persconferentie vooral véél nota's aan. Die zijn er inderdaad gekomen: de nota kennis in beweging, een toets op het concurrentievermogen, werk door ondernemen, een nota over administratieve lasten, over energie, etcetera. Het management by speech kreeg gaandeweg een complement in de vorm van “management per nota”.

Zijn nota's moeten leiden tot bewustwording. Wijers wil veranderingen niet van bovenaf decreteren, maar belangengroepen en andere betrokkenen zelf tot de overtuiging brengen dat er iets moet veranderen. Hij probeert een katalysator te zijn in maatschappelijk-economische processen. Zijn thematiek heeft Wijers gemeen met één van zijn voorgangers als minister van Economische Zaken: Jan Terlouw. Deze Democraat van het eerste uur brak reeds begin jaren tachtig een lans voor meer innovatie, research en ontwikkeling.

Maar net als Terlouw slaagt ook hij er vooralsnog onvoldoende in om het met woord en nota aangekondigde beleid in herkenbare daden om te zetten. De begroting voor volgend jaar bevat vooral kruimelwerk. De twee jaar geleden aangekondigde top onderzoeksinstituten voor zijn er nog steeds niet. Dit zijn instituten die zijn gespecialiseerd in baanbrekende technologieën en die het Nederlandse bedrijfsleven daarmee een concurrentievoorsprong kunnen geven. Er heeft een eerste selectie plaatsgevonden uit 18 voorstellen, maar er is nog een hele weg te gaan voor Nederland zo ver is als bijvoorbeeld België, dat reeds lang een drietal van dergelijke 'topinstituten' heeft. De wetenschappers op de universiteiten en de onderzoekers in het bedrijfsleven werken hier nog te veel langs elkaar heen. Net als minister Melkert (Sociale Zaken) heeft Wijers zich de afgelopen twee jaar ontwikkeld tot politiek dier. Het feit dat D66-leider Van Mierlo vaak afwezig is bij vergaderingen van de Ministerraad speelt daarbij een belangrijke rol. Wijers is dan immers zijn vervanger. Wijers is een sturende minister: iemand die taboes (minimumloon, basisinkomen) durft te doorbreken, visie heeft en tegenwicht biedt. Mede daarom ligt hij regelmatig overhoop met zijn tegenpool, PvdA-minister Melkert. Vooralsnog domineren evenwel de woorden. Wèl staat het feit dat consumenten elke avond kunnen winkelen op zijn conto.