Van Wely en Gelfand pijnloos naar remise

TILBURG, 22 OKT. Tot groot leedwezen van de bezoekers, het organisatiecomité en de verzamelde pers, slaagde Loek van Wely er in de negende ronde van het Fontys Schaaktoernooi niet in koploper Boris Gelfand in verlegenheid te brengen. Rimpelloos gleden de zetten naar remise zonder dat het rustige partijverloop ook maar een moment naar de sensationele winst neigde die de plaatselijke favoriet aan de leiding zou hebben gebracht.

Wie in het Tilburgse Ondernemingshuis naar het schaken komt kijken, raakt al snel doordrongen van het gevoel dat iedereen het Van Wely zo gunt. De kijkers omdat de jonge grootmeester een paar straten verderop woont, de sponsor omdat hij ook geen bezwaar heeft tegen een winnaar van eigen bodem, en de pers omdat Van Wely zo'n dankbaar onderwerp is. Hij praat graag, dropt met plezier hier en daar een bommetje in het schaakcircuit en is nooit te beroerd om reputaties ter discussie te stellen, inclusief die van hemzelf.

Voordat hij zijn eerste zet tegen Gelfand ging doen zag Van Wely er geen been in om voor de ingang van de speelzaal een televisieploeg te woord te staan. Hij was tenslotte in een uitstekend humeur. PSV had Feyenoord met 7-2 vernederd en alsof het niet mooier kon had Van Wely op de rustdag met zijn eigen voetbalteam, Zilvermeeuwen 10 uit Zaandam, met dezelfde cijfers gewonnen.

Half lachend verhaalde Van Wely nog een keer van zijn liefde voor lichamelijke inspanningen en de sportschool in het bijzonder. Pas nadat zijn geamuseerd toekijkende collega's naar binnen waren gedruppeld en de klokken waren aangezet, meldde ook Van Wely zich aan het bord.

Daar wachtte een lichte teleurstelling. Gelfand ontweek het scherpe Konings-Indisch, waarin zowel hij als Van Wely uitblinken, en koos voor de terughoudende Moskouse variant van het Damegambiet. Zijn uitleg na afloop was simpel. “Deze speelwijze ligt Loek niet. Hij heeft er een paar keer tegen verloren, een paar keer remise gespeeld, maar nog nooit gewonnen.”

Gelfand haalde pijnloos zijn gelijk, ook al sloeg Van Wely zijn eerste remiseaanbod nog af. Veel argumenten kon de Brabander voor zijn weigering niet aanvoeren. Enkele zetten later was het juist Gelfand die door wilde spelen, maar na 31 zetten werd het punt dan toch gedeeld.

De partij tussen Van Wely en Gelfand werd voornamelijk zijdelings gevolgd. Het was dan ook veel leuker om varianten door te rekenen bij het spektakelstuk dat Aleksei Sjirov en Judit Polgar serveerden. De Hongaarse werd in wervelende stijl vanuit de opening overrompeld. Twee stukken stopte Sjirov in zijn aanval en ademloos keken de kenners toe hoe alles op zijn plaats viel.

De spelers oordeelden laconieker. Polgar deed haar nederlaag af als een bedrijfsongelukje. Ze had een beoordelingsfout gemaakt in de opening die niet meer te herstellen was geweest. Sjirov was het daar wel mee eens. Erg trots was hij dan ook niet op het vuurwerk dat hij afgestoken had.

De winnende combinatie was vorig jaar al eens uitgevoerd in een weinig bekende rapid-partij. Wel wilde hij er graag aan toegevoegd zien dat hij de wending niet zomaar had geleend. Samen met Anand had hij twee jaar geleden na een onderlinge partij in Buenos Aires deze variant bekeken en geen goede voortzetting van de witte aanval kunnen vinden. 's Avonds in de eenzaamheid van zijn kamer vond hij wel de zetten die hij dan nu ook zelf had mogen uitvoeren.

Sjirov was voornamelijk opgelucht dat hij met zijn overwinning weer opschoof naar de gedeelde tweede plaats. En dat hij een einde had gemaakt aan een rampzalige reeks tegen zijn schrikbeeld Judit Polgar. Van hun laatste tien partijen verloor hij er eerst zes, voordat het met vier remises langzaam bergop ging.

Van Wely en Sjirov kregen gezelschap van Peter Leko, die opnieuw liet zien dat zijn imago van remiseschuiver aan bijstelling toe is. In zijn geliefde Grünfeld-verdediging verweerde Leko zich verbeten tegen het zware drukspel van Lautier. Het zag er somber uit voor de jonge Hongaar, maar juist in de fase dat de complicaties het menselijke rekenvermogen begonnen te ontstijgen, toonde Leko zich het meest koelbloedig.

Jeroen Piket behoudt met een half punt minder nog steeds goede uitzichten op een respectabel resultaat. Tegen Anatoli Karpov kwam hij met zwart geen moment in de problemen. Zoals Piket het uitdrukte: “Op het oog was het een beetje een vreemde stelling. Ik sta een pionnetje achter, maar dat krijg ik altijd terug.”