Van Dok: schaf tarieven arme landen af

DEN HAAG, 22 OKT. Het kabinet wil de invoertarieven afschaffen van alle produkten uit de armste landen. Dat is de inzet van Nederland bij de conferentie van de Wereld Handelsorganisatie (WTO) in Singapore op van 9 tot 13 december.

Volgens staatssecretaris Van Dok (Economische Zaken), die gisteren het kabinetsstandpunt toelichtte, verhinderen de invoerrechten dat de minst ontwikkelde landen (MOL's) meedoen aan de wereldhandel. Deze landen exporteren vooral textiel- en landbouwprodukten zoals snijbloemen, tomaten, fruit en suiker. Nederland loopt volgens Van Dok internationaal voorop met het “ongeclausuleerd” pleiten voor afschaffing van invoerechten “voor alle landen en alle produkten”.

Van Dok erkent evenwel dat de mogelijkheden voor Nederland beperkt zijn om in Singapore een eigen geluid te laten horen. De lidstaten van de Europese Unie moeten daar “met één stem spreken”. Reden waarom het kabinet zich vooral op de EU-besluitvorming rond de inzet op de WTO-conferentie zal richten.

Van Dok verwacht dat ze het binnen de EU “een heel eind zal redden” met haar pleidooi de invoertarieven geleidelijk af te schaffen. Lidstaten die een belangrijk eigen produkt bedreigd zien door een goedkopere versie uit een ontwikkelingsland zullen echter dwarsliggen. “We zijn elkaars tegenstander”, meent de bewindsvrouw.

In Nederland is het loslaten van de tarieven omstreden. De afgelopen jaren verlaagde de Europese Unie de tariefsdrempel voor snijbloemen uit Colombia onder voorwaarde dat dit land de strijd tegen de drugs feller zou aanpakken. Hetzelfde gold voor Marokko, dat goedkopere tomaten mocht leveren zolang het moslim-fundamentalisten in toom trachtte te houden. De maatregelen kregen hevige kritiek van de agrarische sector in Nederland, die meende dat de lagere tarieven de eigen produkten bedreigde.

De staatssecretaris is ervan overtuigd dat het tot nul terugbrengen van de invoertarieven de Nederlandse boeren slechts voor een “ongelooflijk klein percentage” last zal bezorgen. “Voor de EU doet het een beetje pijn”, aldus Van Dok. “Het gaat uiteraard niet om spullen die die landen niet zelf maken, dus niet om computers uit Bangladesh.”

Tegenover het afschaffen van de invoertarieven voor MOL's staat de eis van enkele westerse landen dat in ontwikkelingslanden internationaal erkende arbeidsnormen worden nageleefd. De belangrijkste daarvan is het verbod op kinderarbeid. Frankrijk en Amerika willen produkten boycotten die kinderen of dwangarbeiders onder erbarmelijke omstandigheden moeten maken. Dergelijke sancties gaan het kabinet te ver, maar het wil de naleving van arbeidsnormen wel met de rest van de EU op de agenda van de WTO-conferentie zetten.

Wat Van Dok betreft kan beter met positieve maatregelen gewerkt worden; produkten van ontwikkelingslanden die arbeidsnormen wel naleven moeten voorrang krijgen. Verder kunnen vrijwillige keurmerken, zoals op Pakistaanse tapijten die zonder kinderarbeid zijn gemaakt, een bewuster consumentengedrag bevorderen.