Paul Marchal; 'Ik doe alsof ik voor de klas sta'

HASSELT, 22 OKT. Na het succes van de 'witte mars' van afgelopen zondag, waarschijnlijk de grootste demonstratie die ooit in Brussel werd gehouden, maakt Paul Marchal een vermoeide en gespannen indruk.

De vader van de in september vermoord gevonden 17-jarige An Marchal, is de afgelopen maanden samen met andere ouders van vermiste en vermoorde kinderen onvermoeibaar in de weer geweest om af te dwingen dat de zaak van ontvoerder Marc Dutroux tot in details wordt uitgezocht. Ook ijvert Marchal om de mankementen bij justitie aan de orde te stellen.

Onder de indruk van de mars van honderdduizenden mensen ontplooien Belgische politici nu plotseling zo'n activiteit, dat Marchal het even niet meer kan volgen. Heeft de radio gemeld dat een speciale Kamercommissie hem zaterdag wil horen? Hij weet van niets. Hij grijpt de telefoon om een advocaat te bellen, die echter onbereikbaar blijkt. “Dat kan toch niet!” roept hij uit. “Ik moet toch tijd hebben om me voor te bereiden. Hoe halen ze het in hun hoofd om zonder overleg met mij aan de pers te melden dat ik zaterdag in Brussel gehoord word!”

De woning van de 43-jarige onderwijzer Marchal ziet er uit als een actiecentrum. Overal liggen bergen papieren, faxen en kranten. De bossen bloemen liggen opgestapeld. Midden in de kamer staat een grote foto van An en haar eveneens ontvoerde en vermoorde 19-jarige vriendin Eefje Lambrecks. Een vriend is behulpzaam bij het ordenen van de voortdurend binnenkomende faxen. Twee jongetjes spelen tussen de wanorde met een computer.

Sinds begin september het stoffelijk overschot van zijn dochter werd gevonden, staat Marchal niet meer voor de klas. Hij heeft om sociale redenen bijzonder verlof gekregen. Dat loopt af aan het einde van het jaar. Maar hij is van plan om ook als hij weer naar zijn school moet, toch door te gaan met zijn acties. “Tot alles over de zaak-Dutroux duidelijk is”, zegt hij.

De parlementaire onderzoekscommissie hield meteen gisteren een eerste bijeenkomst en stelde een agenda vast. Vrijdag zouden de ouders van de vermoorde Julie Lejeune en Mélissa Russo worden gehoord, zaterdag de ouders Marchal en Lambrecks, zondag andere familieleden van ontvoerden en vervolgens moet het onderzoek binnen drie maanden zijn afgerond. Het parlementaire onderzoek richt zich op de manier waarop het justitiële apparaat de afgelopen jaren de zaken van ontvoerde kinderen heeft aangepakt. Een onderzoek naar het onderzoek dus.

Marchal: “Nee, het is ook een onderzoek naar het onderzoek naar het onderzoek. Ik heb geklaagd over het onderzoek dat is gedaan naar aanleiding van de verdwijning van mijn dochter An. Daarop is een onderzoek gevolgd, waarbij ik niet gehoord ben. De conclusie daarvan was positief over het eerste onderzoek. Nu gaat het parlement die beide onderzoeken doorlichten.”

Marchal hoopt dat de activiteit die politici sinds zondag tonen leidt tot een hervorming bij justitie en een betere aanpak van onderzoeken naar vermiste kinderen. Hoewel hij het eens is met de demonstranten van zondag die een algemeen ongenoegen uitten over justitie en politiek, wil hij zich niet als de redder van België opwerpen. “Ik kan niet de problemen van de hele wereld op mijn schouders nemen”, zegt hij.

Hij wil zich beperken tot de zaak van kinderen. Daarom heeft hij een stichting An en Eefje opgericht, die zich moet gaan inzetten voor kinderen die het slachtoffer zijn van geweld. Het liefst zag hij dat die stichting zóveel financiële steun krijgt, dat hij zijn onderwijzersbaan kan opzeggen en zich full-time op dit werk kan storten. Door dit initiatief heeft hij wel een al herhaaldelijk opgelaaid conflict aangewakkerd met de vader van Eefje, die niet wil dat de naam van zijn dochter voor de stichting wordt gebruikt.

Paul Marchal is moe. 's Nachts hoort zijn vrouw hem in zijn dromen hardop telefoongesprekken voeren met de halve wereld. Hij is zijn acties begonnen met het gevoel “ik zoek zelf wel naar mijn dochter als anderen het niet doen”. Hij voelt zich als actievoerder een volslagen amateur. Maar als hij tegenover een menigte staat of met de koning of premier praat, voelt hij zich volkomen zeker. “Ik pak dit aan, zoals ik een schoolklas aanpak,” zegt hij.