Nieuwendijk blijft mikken op jong, trendy publiek

De Nieuwendijk in Amsterdam is toe aan een opknapbeurt, maar de oude winkelstraat in het centrum van de hoofdstad moet zijn karakter behouden.

AMSTERDAM, 22 OKT. Een werkgroep van winkeliers en ambtenaren wil het straatbeeld van de Nieuwendijk in Amsterdam aanpakken. Volgens het rapport 'Naar een Nieuwe(n)dijk' dat de werkgroep begin deze maand publiceerde, oogt de Nieuwendijk als een 'achtergebleven winkelstraat (...) met een enigszins verloederde uitstraling'. Belangrijkste knelpunten zijn de rommelige bestrating, de wirwar aan reclame-uitingen, de graffiti en de illegale aanplak. De kosten van een 'herprofilering', waarbij de bestrating en de verlichting worden verbeterd, worden geraamd op zeven miljoen gulden.

De Nieuwendijk strekt zich uit van de Singel tot de Dam. Het is een van de oudste straten van de stad. Als westelijke bedijking van de Amstel gaat zijn geschiedenis terug tot het ontstaan van Amsterdam in de dertiende eeuw. Aan een aantal licht glooiende zijstegen is de vroegere dijk nog te herkennen.

De Nieuwendijk is een winkelstraat met twee gezichten. Aan de ene kant zijn er dure en exclusieve winkels als de herenmodezaak Tip de Bruin en het 'new age'-warenhuis Oibibio. Ook het nieuwe overdekte winkelcentrum De Kolk, waar het publiek vanaf de Nieuwendijk in kan lopen, is met glanzend marmer duur aangekleed. Aan de andere kant bevinden zich in de straat goedkope dumpwinkels, gokhallen en kledingzaken met 'open pui'-verkoop, waarbij het pand als een soort marktkraam fungeert.

Volgens de werkgroep is 'het relatief grote aandeel laagwaardige horeca en textiel' in de straat een probleem. Op de Nieuwendijk zijn in totaal 169 ondernemingen gevestigd, waarvan er zestig kleding verkopen. In 1990 waren dat er nog 79. Hoewel het aantal textielwinkels daalt, meent de werkgroep dat er nog steeds te veel zijn. Maar de ondernemers kunnen zelf weinig invloed uitoefenen op het winkelbestand.

Volgens 'buurtmanager' A. van den Noort van winkeliersvereniging Nieuwendijkkwartier moet de straat ondanks de beoogde opknapbeurt het eigen karakter behouden. “We hoeven als straat niet op het speelbord van Monopoly te komen”, zegt hij. “Dit moet de straat blijven voor jong, trendy en innovatief publiek. Het moet goedkoop blijven, maar wel allemaal netter.”

Vooral de 'open pui'-verkoop is Van den Noort een doorn in het oog. “Dat zijn jongens die ergens een grote partij textiel opkopen, die in een winkel gooien en na een half jaar weer hun biezen pakken. Het probleem is dat het er zo armoedig uitziet.” De verwaarlozing van sommige panden steekt hem ook. Nummer 143, bijvoorbeeld, waar op de begane grond een drogisterij is gevestigd. Het pand heeft een prachtige klokgevel, maar is totaal verloederd. “Als je de eigenaar van een pand probeert te bellen, eindig je meestal op een of ander tropisch eiland. En die heeft vaak geen zin er geld in te steken. Hij vangt zijn huur toch wel”, aldus Van den Noort.

Even verderop is aan de gevel van een souvenirwinkel een grote rood-wit-blauwe molen met draaiende wieken bevestigd. Als het aan de buurtmanager ligt, behoren zulke uitbundige reclame-uitingen binnenkort tot het verleden. Hij geeft direct toe dat het niet gemakkelijk zal zijn de molen weg te krijgen: “Deze ondernemer heeft dat ding vóór 1994 opgehangen. Daarom kunnen we er juridisch weinig aan doen”, zegt hij.

Vol lof is Van den Noort daarentegen over een pas geopende telefoonwinkel. In een lege en steriele ruimte staan drie mobiele telefoons op stalen rekjes. “Dat is wat wij hier willen: schoon, functioneel en met een jonge uitstraling. De winkel ziet er goed uit, terwijl de produkten relatief goedkoop zijn. Zulke winkels moeten er meer komen.”

De werkgroep kaart in haar rapport ook de onveiligheid in het gebied aan. Toen in het begin van de jaren negentig junks werden verjaagd van de Zeedijk, verplaatste de drugshandel zich voor een deel naar het Nieuwendijkkwartier. Verder maakten zakkenrollers, zwervers en 'balletje-balletje'-spelers de buurt onveilig. Winkeliers, bewoners en politie probeerden die aan te pakken in een veiligheidsproject, maar volgens de werkgroep is ondanks alle inspanningen nog steeds sprake van een 'golfbeweging in de overlast'. Verbetering van het straatbeeld zou de criminaliteit moeten beperken.

N. Parsan is eigenaar van The Cyber Café aan de Korte Nieuwendijk, het stukje Nieuwendijk tussen de Martelaarsgracht en de Singel. In de kroeg staan computerterminals waar mensen tegen betaling kunnen 'internetten'. Het café past in het profiel dat de winkeliersvereniging heeft bedacht voor de Nieuwendijk: jong, functioneel en innovatief. Parsan vindt de opknapbeurt niet zo belangrijk. “Als ze het hier gezelliger willen maken, dan moeten ze mij een terrasvergunning geven”, zegt hij.