Mol brengt ondoorzichtigheid in New York

Tentoonstelling: Pieter Laurens Mol in het Museum of Modern Art in New York, 11 West 53rd Street. T/m 12/11. Inl 00 1212 708 9480. Pieter Laurens Mol: Pulse & Orbit in de Sean Kelly Gallery, 43 Mercer Street, New York. T/m 9/11. Inl 99 1212 343 2405.

Het Museum of Modern Art in New York is de laatste jaren de Nederlandse kunst gunstig gezind: het bracht een overzicht van Mondriaan, een hommage aan de architect Rem Koolhaas en een groepstentoonstelling van Nederlandse industriële ontwerpers (nog te zien tot en met 5 november). En nu, in het kader van de 'Projects'-series, gewijd aan hedendaagse kunstenaars die in New York nauwelijks bekend zijn, is er een klein overzicht ingericht met werk dat Pieter Laurens Mol (Breda, 1946) de laatste tien jaar maakte. Het is zijn eerste presentatie in een New Yorks museum, die ook nog vergezeld wordt van expositie van nieuw werk in de Sean Kelly Gallery in SoHo.

Mol heeft een sober vocabulaire: voorwerpen, zoals dakpannen, flessen, vogelnesten, thermometers, zandlopers, een los oor, tafeltjes, worden gecombineerd met foto's waarop de kunstenaar soms zelf figureert. Daarnaast bewerkt hij tekeningen met vreemde stoffen als jodium of buskruit. Hij is moeilijk te plaatsen in een genre of stroming - bij gebrek aan beter krijgt hij vaak het etiket 'conceptueel kunstenaar', met een niet altijd op de voorgrond staande aandacht voor visuele schoonheid.

Op de 'Dutchness' of het Hollandse van zijn werk wordt in beschrijvingen herhaaldelijk gewezen. De doeltreffende eenvoud en perfecte afwerking van zijn objecten sluiten aan bij de gebruiksvoorwerpen van Nederlandse makelij elders in het museum. Mondriaan als inspiratiebron is makkelijk terug te vinden in bijvoorbeeld The Chromatics of Fatigue (1996), een grijskleurig wandreliëf van zink en lood, ingedeeld in vakken, die deels zijn ingekleurd met oranjerode loodverf. Er zijn drie glazen vitrines aan bevestigd, met daarin twee, drie en vier bruine vogelnesten.

Een andere veelgenoemde interesse van de kunstenaar is de Nederlandse schilderkunst van de zeventiende eeuw, met zijn stillevens, landschappen en zeegezichten. Hier zou bijvoorbeeld On the Border of Sleep (1986) naar kunnen verwijzen, een foto van water met lichtpuntjes op de golven in een zinken lijst, waaronder op de vloer rijen omgekeerde oude grijze dakpannen liggen. En indien gewenst, zou ook de zwaarmoedigheid die om het werk hangt als typisch Nederlands kunnen worden aangemerkt.

Hoewel vooral Mols grotere installaties in het MoMa visueel aantrekkelijk zijn, wordt de toeschouwer er toch niet helemaal door ingepalmd. Daarvoor zijn ze te stug, te afstandelijk. Het werk is gegroeid via gecompliceerde visuele en intellectuele associatieve processen die soms wel, maar meestal niet meteen duidelijk worden. Zijn keuze van materialen als rode loodverf, zink en roestend ijzer bijvoorbeeld verwijzen naar de planeet Mars maar ook naar Mars, de god van de oorlog. Naar Saturnus, de planeet van de melancholie en het artistieke temperament, ontdekt door de Nederlandse wetenschapper Huygens. Saturnisme betekent bovendien loodvergiftiging.

De accumulatie van betekenissen die Pieter Laurens Mol ontleent aan alchemie, mythologie, astrologie, religie, geschiedenis van wetenschap en kunst is soms zo ver doorgevoerd dat het werk ondoorzichtig is. Titels verwijzen naar gemoedstoestanden, maar brengen verder geen uitkomst. Wat te denken van Vigilantia (1996)? Op een muurgrote foto is een arme, wat grauwe straat langs een spoorbaan te zien. De spoorbaan verdwijnt in de horizon. De lucht is bedekt met oranjerode verf, waarop vijf ouderwetse scheepstoeters bevestigd zijn. 'Waakzaamheid'? Waartegen? Is de trein veelbetekenend? Verwijst het naar de Tweede Wereldoorlog? Het rood in de lucht naar luchtvervuiling? Bloed?

Soms maakt het hermetisme plaats voor juist al te nadrukkelijke associaties die ten koste gaan van het kunstwerk. Afgietsels van vuisten, ondersteboven gehangen in File of Fists (1995) doen mij te veel denken aan werk van Bruce Nauman; een zwartvilten hoed aan Joseph Beuys. Een mechanische vlinder van de kunstenaar Rebecca Horn met vleugels van bundeltjes rode penselen die achter in de Sean Kelly Gallery hangt, doet me beseffen dat Mols nachtvlinder die 'slaapt' in de open la van een met zink beklede keukentafel (Course into Calm, 1994) toch wat clichématig is.

Wat Mol te bieden heeft, in de voor de 'Projects' gereserveerde 'Garden Hall Gallery', waar veel mensen op weg naar café, telefoon of toiletten gehaast langslopen, is de illusie van gevangen, stilgezette tijd. De gemoedstoestand die dit oproept: een gevoel van grote kalmte.