Moeder Courage met behoud van het stof van jaren

Voorstelling: Moeder Courage van Bertolt Brecht door Courage. Regie: Margrith Vrenegoor. Spel: Edda Barends, Julia van de Graaff, Carol van Herwijnen e.a. Gezien: 21/10, Stadsschouwburg, Amsterdam. Aldaar: 22/10. T/m 21/12 elders in het land. Inl. 020-4211221.

Omdat alles aan mode onderhevig is en Bertolt Brecht zeker en de wind wat hem betreft niet uit de goede hoek waait vandaag de dag, moet regisseur Margrith Vrenegoor wel een speciale reden hebben om zijn Moeder Courage te ensceneren. Los van de inhoud. Wat blijft en altijd van waarde is, is Brechts analyse van het opportunisme en zijn constatering dat principes wat kosten, maar Vrenegoors belang is in de eerste plaats artistiek. Haar zorg is, met andere woorden, de vorm: die moet de keuze voor dit stuk rechtvaardigen of het nu in de mode is of niet. Het laatste is een vraag die niet eens in het hoofd van de toeschouwer moet opkomen.

Dat is misschien een wat al te grote eis - kunst omwille van de kunst heeft bovendien ook zo haar nadelen - maar van een zekere originaliteit of eigenzinnigheid of op zijn minst verleidingsvermogen moet een regisseur toch blijk kunnen geven. Dat doet Vrenegoor niet. Ze voert Brecht ten tonele alsof ze de eerste is die dat doet: onwennig en onhandig en met doodgemoedereerd behoud van het stof der jaren. Op het voortoneel staat een cabareteske batterij microfoons waar de acteurs hun teksten naar believen in kunnen zeggen - enige structuur in het gebruik heb ik althans niet kunnen ontdekken. Wie in de buurt ervan staat, verheft zijn stem iets minder dan degene die door de mise-en-scène elders is beland. Veel mogelijkheden biedt het decor wat dat betreft trouwens niet. Keer op keer zoekt de titelheldin, gespeeld door een vlakke Edda Barends die haar personage van een onvervalste Kniertjes-toon voorziet, haar toevlucht op een uit kistjes opgetrokken bouwseltje dat voor haar huifkar door moet gaan. Daar zit ze dan wijdbeens te kijven, viswijverig, vermoeiend en al te duidelijk niets-ontziend.

Liedjes zijn er ook, op medley-achtige wijze gecomponeerd door Boudewijn Tarenskeen en zogenaamd à la Weil gebracht - dat wil zeggen vals - door acteurs die niet voor niets acteurs en geen zangers zijn geworden. Het is het Berlijn van de jaren twintig en daar dan de kitsch-variant van. Ook Carol van Herwijnen, die de kok speelt, doet er aan mee en rockt zo nu en dan wat, als een gesjeesde Rob de Nijs - als hij al niet leutig met zijn voeten in een pan van regimentsformaat zit of staat.

Die arme acteurs, alleen hun loyaliteit is te prijzen. Vrenegoor draait in haar enscenering van Moeder Courage het verhaaltje af, op onnavolgbare wijze, en zij zijn de poppen aan de touwtjes. Ze doen of ze vaste grond onder voeten hebben, maar ze hangen in een akelig luchtledig.