'Klant vlucht voor accijnsverhoging'

TOLKAMER, 22 OKT. De vlaggen staan in top bij service-station Wim Goris, maar van feest is er geen sprake. De pomphouder in het Gelderse Tolkamer is zeer beducht voor de plannen van het kabinet om de accijns op benzine te verhogen. Nu al tanken veel Nederlanders in het weekeinde in Duitsland, en dat zal na de geplande verhoging op 1 januari alleen nog maar meer worden, vreest Goris.

“Er wordt bij ons twintig tot dertig procent minder getankt dan een jaar of wat geleden. De mensen tanken liever drie kilometer verderop, in Duitsland, waar de brandstof vijftien cent per liter goedkoper is. En geef ze eens ongelijk.”

Goris, die het station in Tolkamer samen met zijn dochter beheert, is één van de ongeveer driehonderd zelfstandige pomphouders in de grensstreken met Duitsland en België, die actie voeren tegen de accijnsverhoging. Er moet een einde komen aan deze oneerlijke concurrentie, vinden de pomphouders. De actie wordt gecoördineerd door de oliehandelaar Strijbosch in Didam, die zelf een aantal pompen exploiteert.

Door MKB Nederland, de organisatie van het midden- en kleinbedrijf, is berekend dat verhoging van de accijns 1.500 banen kost en een omzetverlies oplevert van 300 miljoen gulden, zegt W. Strijbosch van het bedrijf. “Dan hebben we het niet alleen over de pomphouders, maar ook over de detailhandel in de grensstreek. De accijnsverhoging zal de trend versterken van mensen die door de week voor een tientje bij de pomp in hun eigen gemeente tanken, en in het weekeinde naar Duitsland gaan, daar de tank volgooien en direct boodschappen doen. Want waarom zouden ze het kratje bier ook niet direct meenemen vanuit Duitsland?”

Strijbosch heeft alle zelfstandige pomphouders in de grensstreken aangeschreven met het verzoek een reactie te geven. Vervolgens heeft de oliehandelaar “alle klachten bij de politiek in Den Haag gedeponeerd”. De politieke partijen zijn mondeling en schriftelijk op de hoogte gebracht van de bezwaren, terwijl ook het kabinet is ingelicht. Als de geplande verhoging niet wordt teruggedraaid, zegt Strijbosch, “dan zullen we naar de rechter stappen.”

De pomphouders hebben het gelijk aan hun zijde, vindt de oliehandelaar. “De Raad van State heeft de plannen van het kabinet al bekritiseerd. Bovendien is er in het regeerakkoord vastgelegd dat Nederland niet eenzijdig de brandstofprijs zal verhogen. En dat gebeurt nu dus wel.” De actie van Strijbosch en de pomphouders wordt gesteund door MKB Nederland en door de Bovag.

Pomphouders in de grensstreek klagen over weglopende klanten sinds het roemruchte 'kwartje van Kok' drie jaar geleden een forse verhoging van de benzineprijs betekende. In het geval van Goris - wiens dochter I. Goris vanaf dit voorjaar de pomp van haar vader huurt - zijn de vruchten extra zuur. I. Goris: “We hebben voor veel geld de hele zaak verbouwd en uitgebreid. Die accijnsverhoging kan fataal zijn voor mij en voor de vier mensen die hier werken.” Goris heeft geen moeite met de verhoging van de accijns (“Als dat nodig is, dan is het nodig”), maar accepteert een dergelijke verhoging alleen als ook in het naburige Duitsland de brandstofprijzen omhooggaan. Volgens pa Goris telde Tolkamer vroeger tien pomphouders. Daarvan zijn er nu nog twee over. “Natuurlijk, een paar is verdwenen in het kader van saneringen en dergelijke, maar er zijn er ook kapot gegaan aan de oneerlijke concurrentie.”

Ook in Twente wordt de belastingverhoging met enige huiver tegemoet gezien. Pomphouder J. Veger van het gelijknamige benzinestation in Lonneker, een dorpje tussen Enschede en de Duitse grens, verkoopt sinds het kwartje van Kok een miljoen liter brandstof per jaar minder - dertig procent van de totale brandstofverkoop. “Er zijn nu al problemen, de verhoging op 1 januari zal waarschijnlijk betekenen dat ik van de vijf personeelsleden een aantal moet ontslaan.” Gezonde investeringen in het bedrijf zijn volgens de pomphouder zo niet mogelijk.

Veger heeft in de regio de afgelopen jaren zo'n honderd pomphouders het bedrijf definitief zien sluiten. “In veel kleine plaatsen langs de grens is er helemaal geen benzinepomp meer. Die mensen worden bijna gedwongen in Duitsland te gaan tanken. Dat is toch absurd.” De pomphouder krijgt van de klanten door de week steeds minder vaak het verzoek de tank vol te gooien. Een tientje, vijftien gulden, voor meer hoeft er niet in. “Ze maken er in het weekeinde echt een dagje uit naar Duitsland van. Ze tanken niet alleen, maar doen gelijk boodschappen. Halen sigaretten en bier. Het is oneerlijke concurrentie die wordt bevorderd door onze eigen overheid waar we helemaal niets tegen kunnen doen.”

Veger snapt het eigenlijk niet. Waarom gaat de overheid met haar brandstofprijs nu niet onder de prijs in Duitsland zitten? Elk weekeinde wordt er bij de pomp van Veger door Duitsers nog altijd voor 2.000 mark getankt. “Die zijn dan op weg naar de markt in Enschede. Stel dat de prijs hier lager is. Dan vang ik in een weekeinde meer dan 20.000 mark. Een bedrag waarover de overheid accijns ontvangt. Dat levert naar mijn idee veel meer op. Je kunt beter van de massa dubbeltjes krijgen dan van de elite een kwartje.”