'Italië alleen door wonder nog in EMU'

ROME, 22 OKT. Het Italiaanse kabinet wil het land met enorme bezuinigingen een noodsprong naar Europa laten maken, maar er is zoveel kritiek en onrust dat het nog onzeker is of dit plan van de grond komt.

De middenstanders hebben gisteren gedreigd de belastinginspecties te verlammen, omdat zij vinden dat de belastingdruk veel te groot wordt. De rechtse oppositie overweegt een motie van wantrouwen. Vakbonden stellen looneisen die de inflatie dreigt aan te wakkeren. En het kabinet vergroot de onzekerheid en onrust door tegenstrijdige signalen te geven en veel details open te laten.

De voorzitter van de middenstandsorganisatie Confcommercio, Sergio Billè, vindt de prijs voor Europa te hoog. Het kabinet heeft een begrotingsingreep van 62 biljoen lire gepresenteerd, volgens de huidige koers ongeveer zeventig miljard gulden. Billè voorspelde dat hierdoor de consumptie met 89 biljoen lire zou dalen en dat daardoor vijftig- tot honderdduizend winkels en kleine bedrijfjes hun deuren moeten sluiten.

Voor 4 november hadden de middenstanders al een nationaal belastingprotest gepland. Maar Billè wil verder gaan. Hij bepleit een fiscale obstructiepolitiek, bijvoorbeeld door de mogelijkheden voor gespreid betalen ten volle uit te buiten en allemaal op het laatste moment te betalen.

“Het idee is dat bureaucratische monster van de fiscus te verslaan door alle hindernissen en procedurele barrières op te werpen die de wet toestaat,” zei hij. “Dan staat de oude auto van onze staat binnen een paar dagen met pech.”

De middenstanders voeren een driedubbel gevecht: tegen de opkomst van warenhuizen en supermarkten, die in Italië veel later plaatsvindt dan elders in Europa; tegen de zwakke binnenlandse consumptie; en tegen een byzantijnse belastingdienst die bijna iedere week wel een handtekening onder een formulier of een betaling eist. Het debat over voor- en nadelen van de Economische en Monetaire Unie lijkt hen niet bijster te interesseren.

De rechtse oppositie, die nooit veel belangstelling heeft getoond voor Europa, aarzelt. Oppositieleider en mediamagnaat Silvio Berlusconi lijkt zich niet sterk genoeg te voelen om te proberen het kabinet echt onderuit te halen. Bovendien wil hij geen keiharde aanvaring met het centrum-linkse kabinet, omdat er een aantal belangrijke maatregelen over het mediabestel aankomen. Zijn bondgenoot Gianfranco Fini van de Nationale Alliantie, de voormalige neofascisten, zei gisteren dat hij een individuele motie van wantrouwen wil indienen tegen minister van financiën Vincenco Visco. Berlusconi antwoordde dat een motie van wantrouwen tegen heel het kabinet moet zijn gericht. Als er een motie komt.

Premier Romano Prodi zit iets comfortabeler in zijn stoel dan de rechts-conservatieve regeringsleiders in Frankrijk, Spanje en Duitsland omdat hij een centrum-links kabinet leidt. Dat vermindert de actiebereidheid van de vakbonden. Bovendien heeft hij onder druk van de communisten, die het kabinet extern steunen, zijn plannen voor de broodnodige structurele ingrepen in de pensioensector, de gezondheidszorg en de overheidsbureaucratie moeten uitstellen.

Een aantal bonden maakt het kabinet wel zenuwachtig met zijn looneisen. Soms wordt er tien procent extra in twee jaar gevraagd, juist nu het kabinet van bestrijding van de inflatie een hoofddoel heeft gemaakt. De Italiaanse Nobelprijswinnaar voor economie Franco Modigliani schreef vanmorgen in de Corriere della Sera dat Italië alleen door een wonder nog in de eerste fase van de EMU zou kunnen meedoen, en dat de enige manier om dit wonder te bereiken een loon- en prijsbeleid is dat is gericht op nul procent inflatie.

Premier Romano Prodi heeft zich nog niet gewaagd aan een grand discours om te proberen het land te overtuigen van de noodzaak om van begin af aan mee te doen aan de EMU. De presentatie van de begroting in het parlement liet hij zelfs over aan minister van schatkist Carlo Azeglio Ciampi, een voormalig gouverneur van de centrale bank.

Het kabinet is er ook niet in geslaagd de vele vraagtekens bij de begroting weg te nemen. Wie de aankondigde 'belasting voor Europa' moet gaan betalen, is nog onzeker. Het kabinet wil hiermee 12 tot 15 biljoen lire binnenhalen, tussen de veertien en achttien miljard gulden. Ook de 'begrotingsoperaties' die een vergelijkbaar bedrag moeten opbrengen, zijn nog nauwelijks ingevuld.

Bovendien zijn er problemen bij de presentatie. Ook medestanders van Prodi merken op dat hij beter een pact voor Europa dan een belasting voor Europa had kunnen bedenken. Minister van financiën Visco kondigde eind vorige week aan dat hij het laagste belastingtarief voor de inkomstenbelasting wil verdubbelen naar twintig procent, zonder daarbij goed uit te leggen dat een aantal kleinere belastingen zouden vervallen zodat het effect vrijwel neutraal zou zijn.

“De middenklasse is bang te verarmen en overal in het land sluipt de wrok binnen,” zei Giuseppe De Rita, directeur van het sociale-onderzoeksinstituut CNEL. “Er is spanning, afkeer, haat tegen degenen die als verantwoordelijk wordt beschouwd voor die verarming, of dat nu de regering is of (de eisen van het verdrag van) Maastricht. De angst is groter dan de feitelijke verarming. Maar we moeten in Europa gaan, ook al is het met tegenzin. Het alternatief is dat we achterblijven met de Grieken en de Albanezen.”