Inrijden op een groep studenten

Automobilist Dirk Bindenrijk (24) mag van geluk spreken dat hij vandaag 'slechts' voor de politierechter hoeft te verschijnen. Deze alleensprekende rechter kan immers niet meer dan zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Had Bindenrijk met zijn auto iemand ernstig verwond of doodgereden, dan zou hij onherroepelijk voor de drie rechters van de meervoudige strafkamer zijn gedaagd - met de kwade kans van een zwaardere straf.

Een keurige jongeman, zo op het eerste gezicht. Lang en mager en met een gezicht dat van de spanning even spierwit is als zijn overhemd. Een groep familieleden en vrienden zwermt om hem heen om in deze moeilijke uren bijstand te verlenen. Bindenrijk heeft weinig te missen, niets is er over van de branie die tijdens een nacht in mei grote consternatie veroorzaakte onder een groep studenten.

Het was half drie 's nachts toen vanuit de Utrechtse binnenstad om een ambulance werd gebeld. Een studente was gewond geraakt, nadat een Mercedes met volle snelheid op een groep van ongeveer honderd feestvierende studenten voor hun sociëteit was ingereden. Ze had niet bijtijds opzij kunnen springen. Een half uur later trof de politie ergens in de buurt de Mercedes aan, omringd door lege bierblikjes. Bindenrijk en zijn vriend zaten er nog in, zéér beschonken. Bij de ademanalyse bleek Bindenrijk 650 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht te hebben - bijna driemaal zoveel als is toegestaan.

Bindenrijk wordt beschuldigd van een poging tot doodslag, of een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Zijn Mercedes had de studente geschept en met een smak op de grond gegooid. Het is een klein wonder dat zij er met betrekkelijk lichte verwondingen vanaf is gekomen. Een toeziende taxichauffeur zei later: “Hij reed expres op de studenten in. Had hij gewoon rechtdoor gereden, zou hij óók mensen hebben geraakt, want het was er druk en hij reed te hard.”

De Utrechtse politierechter, mr. J. Janse de Jonge, kijkt Bindenrijk aan. “U heeft gezegd dat u niets gemerkt heeft van een aanrijding.”

“Ik heb niet gemerkt dat ik iemand geraakt heb, anders zou ik gestopt zijn. De studenten stonden tegen mijn auto te trappen. Ik stuurde om ze heen en ze gingen aan de kant.”

“Toch gek dat er dan wél iemand geraakt is.”

“Ik heb daar niets van gemerkt.”

“Uw vriend heeft later gezegd: het zou kunnen.”

“Achteraf blijkt dat ik iemand geraakt heb, maar toen voelde ik dat niet. Ik voelde me bedreigd en wilde zo snel mogelijk weg.”

“U heeft niet met opzet iemand van het leven willen beroven?”

“Uiteraard niet.”

“Uit de getuigenverklaringen ontstaat een ander beeld. Uw snelheid was niet misselijk.”

“Zo hoog kan mijn snelheid niet zijn geweest. Daarvoor was de afstand te kort.”

Was er reden voor Bindenrijk om zich bedreigd te voelen? Daar ziet het wel naar uit. Hij probeerde zich met zijn auto een weg te banen door een groep loltrappende studenten die niet opzij ging. Zijn vriend stapte boos uit de auto en ging op de vuist met enkele studenten. Bindenrijk trok hem met grote moeite terug in de auto, die vervolgens belaagd werd door schoppende studenten. In die sfeer gaf Bindenrijk fors gas - met de ernstige gevolgen vandien.

Een belangrijk punt is: hoeveel had Bindenrijk bij benadering gedronken toen hij de aanrijding veroorzaakte? Hij wordt immers tevens beschuldigd van het rijden onder invloed. Had hij ten tijde van de aanrijding al het overgrote deel van de 650 microgram alcohol ingenomen, zoals de officier van justitie beweert? Of ging het maar om twee flesjes bier, iets wat Bindenrijk hardnekkig volhoudt?

“Dan zou u na het incident in een half uur tijd drie liter gedronken moeten hebben”, rekent de rechter hem met duidelijk ongeloof voor.

“Dat is wel wat veel”, geeft Bindenrijk toe.

“Maar ú verklaart het. U heeft hierover trouwens tegenstrijdige verklaringen afgelegd. Hoeveel had u nu precies gedronken?”

“Een of twee flesjes.”

“U bent al eerder veroordeeld voor dronken rijden.”

“Toen heb ik een boete gehad.”

De officier van justitie, mr. J. van Zijl, klaagt dat de auto een potentieel moordwapen is “waarvoor men maar een heel beperkte vergunning heeft: een roze papiertje”. De poging tot doodslag laat hij vallen, maar hij handhaaft de poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. “Het is voorwaardelijk opzet: hij nam voor lief dat er zwaar letsel kon ontstaan. Veel getuigen verklaren dat hij risico's heeft genomen door te hard te rijden.”

Hij eist twee maanden gevangenis onvoorwaardelijk - om te zetten in honderd uur dienstverlening - en twee maanden voorwaardelijk. Ook wil hij een onvoorwaardelijke rijontzegging van drie maanden plus verbeurdverklaring van de Mercedes. Dat zou bij Bindenrijk hard aankomen, want hij is voor zijn werk afhankelijk van de auto.

De advocaat, mr. D. van den Heuvel, vindt dat zijn cliënt hooguit “een achteraf ongelukkig uitgevallen uitwijkmanoeuvre” kan worden verweten. Dat Bindenrijk op dat moment met te veel drank op reed, acht hij onbewezen. Vrijspraak dus?

“Ik heb er spijt van”, zegt Bindenrijk, “ik wil die vrouw graag de schade vergoeden.”

De rechter zucht. “Ik wil er even over nadenken...”

Na enkele minuten neemt hij zijn beslissing. “Ik acht de poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bewezen. Er zijn zelfs argumenten voor de poging tot doodslag. Over het dronken rijden heb ik lang geaarzeld, maar ook dit acht ik te bewijzen. U zult niet met 650, maar wel met meer dan de toegestane 220 microgram hebben gereden. Ik til zwaar aan het inrijden op mensen.”

Hij neemt de eis van de officier wat betreft de gevangenisstraf over, maar legt alleen een voorwaardelijke rijontzegging op. De auto verklaart hij verbeurd. “U kunt dus wel rijden, maar niet met deze Mercedes.”

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.