In het failliete 'model' Noord-Korea dreigt kindersterfte

Noord-Korea verhandelt in een jaar evenveel als Zuid-Korea in twee weken. En de Zuidkoreaanse economie groeit elk jaar met de omvang van de hele Noordkoreaanse economie. Het failliet van de socialistische heilstaat van vader & zoon Kim gaat zover dat Noord-Korea nog wel een volksleger van 1,1 miljoen man op de been houdt, maar tegelijk z'n bevolking onder verwijzing naar de weergoden laat hongeren. “De kindersterfte zal dramatische vormen aannemen als we het noorden niet op tijd voedsel sturen.”

De massieve bruggen over de vierbaanssnelweg die van de Zuidkoreaanse hoofdstad Seoul noordwaarts loopt, bevatten behalve veel beton ook strategisch geplaatste ladingen dynamiet. In het onwaarschijnlijke geval van een Noordkoreaanse invasie kunnen ze op afstand direct worden opgeblazen om de weg te blokkeren. De vele als irrigatiekanalen vermomde tankvallen op het land er naast zijn eveneens bedoeld om een gemotoriseerde Blitzkrieg af te remmen.

Al zo'n dertig kilometer boven Seoul doemt de Imijn-rivier op, over vele kilometers afgezet met hechte prikkeldraadversperringen, gelardeerd met gecamoufleerde uitkijkposten en geschutsstellingen. Via de scherp bewaakte 'Vrijheidsbrug' over de Imijn, die wordt afgeschermd door ontelbare drijfboeien met daaraan bevestigde mijnen, gaat het de gedemilitariseerde zone tussen Zuid- en Noord-Korea in. Na een reeks inspecties bij Zuidkoreaans-Amerikaanse wegversperringen komen we bij de uitkijktoren van Panmunjon, het fameuze steunpunt waar in 1953 de wapenstilstand tussen Noord en Zuid werd beklonken en waar de bestandslijn precies doorheen loopt.

Vanuit het noorden schreeuwen noordelijke megaluidsprekers hun opgewonden Koude-Oorlogsleuzen door de vallei en enkele noordelijke heuvels zijn ten gerieve van de zuidelijke kijkers bekalkt met reusachtige anti-imperialistische slogans. In de Noordkoreaanse verte is de ijzeren toren zichtbaar midden in een model 'vredesdorp', dat als miniatuur van de heilstaat moet dienen.

Niet ver er vandaan staat een twintig meter hoog standbeeld van wijlen president Kim Il Sung. De 'Grote Leider', zoals hij nog altijd heet, is reeds tweeëneenhalf jaar niet meer onder ons. En zijn droom om van Noord-Korea een socialistisch paradijs te maken was hem allang voorgegaan.

Vaststaat dat de huidige situatie onder de nieuwe 'Grote Leider', Kims zoon Kim Jong Il, in elk opzicht erbarmelijk is. Sinds het Sovjet-handelsblok Comecon zeven jaar geleden desintegreerde, zijn Noordkoreaanse produkten op de ex-Sovjetmarkten kansloos geworden, droogden Moskou's ooit zo genereuze subsidies aan Pyongyang op en is het noordelijke bruto nationale produkt (BNP) gestaag gekrompen. Volgens schattingen van de Bank of Korea daalde dat BNP in 1995 voor het zesde achtereenvolgende jaar, dit keer met vijf procent. En de regressie weet ook in 1996 van geen wijken.

Afgelopen augustus constateerde een team van Amerikaanse en Russische analisten van het Centrum voor Hedendaagse Internationale Problemen in Moskou in een studie over Noord-Korea: “Het lijkt er op dat een functionerende nationale economie feitelijk heeft opgehouden te bestaan.”

Lynn Turk, de Amerikaanse afgevaardigde naar de Apec (Asia Pacific Economic Co-operation), produceerde vorige maand tijdens een seminar in Seoul over de Noordkoreaanse economie nog een paar sprekende cijfers. De totale Noordkoreaanse handel beliep, volgens Turk, vorig jaar nog maar 2,05 miljard dollar en dat is iets minder dan de handel die Zuid-Korea in twee weken drijft. En hoewel de Zuidkoreanen zelf op het ogenblik wat ontevreden zijn over hun economie - die groeit dit jaar met 'slechts' 7 procent tegen 9 procent in 1995 - is alleen die groei dit jaar meer waard dan de hele Noordkoreaanse economie. “Stel je voor”, aldus Turk, “Zuid-Korea groeit nu per jaar met de omvang van de hele Noordkoreaanse economie.”

Inderdaad melden de weinige bezoekers die Noord-Korea binnenkomen dat een goed deel van het produktie-apparaat door gebrek aan brandstof en elektriciteit stil staat. Dat er op grote schaal gebrek aan voedsel bestaat, erkende het regime in Pyongyang zelf al een jaar geleden, toen het grote overstromingen meldde waardoor een half miljoen mensen moest vluchten en een groot deel van de oogst verloren ging. Dat verzoek om voedselhulp was voor het introverte regime een hele stap. Zuid-Korea, Japan, de Verenigde Staten en de Verenigde Naties stuurden inmiddels zo'n 700.000 ton. Maar voldoende is dat allerminst. Noord-Korea heeft per jaar voor zijn 22,5 miljoen inwoners 7 miljoen ton voedsel nodig en haalde vorig jaar door onder meer slecht weer slechts de helft van de akkers. Dit jaar is de situatie volgens hulporganisaties even slecht.

Natuurlijk zijn er in Seoul waarnemers die de noordelijke hulpkreten met een korrel zout nemen. “Pyongyang gebruikt de overstromingen om er beter van te worden”, oordeelt Yoo Ho Yeol van het Research Instituut voor Nationale Hereniging in Seoul. Anderen menen dat meer dan de natuur het agrarische misfortuin in de hand wordt gewerkt door het wormstekige socialistische regime in Pyongyang zelf. Zo'n regime hulp bieden zou dus niets oplossen, integendeel.

Dat zal niet de opvatting zijn van Wilma Terhege, die Noord-Korea enkele weken geleden bezocht met een delegatie van het Internationale Rode Kruis en eerder deze maand meldde: “Er is sprake van een sluimerende hongersnood. De mensen die in rijen voor de voedseldistributiecentra wachten, zijn extreem mager. Het zijn nog geen Afrikaanse toestanden, met gezwollen buikjes en zo en zover moeten we het ook niet laten komen.” Terhege schat het huidige voedseltekort in Noord-Korea op 1,5 miljoen ton, een jaar eten voor 5 à 6 miljoen mensen. “In de gebieden waar wij voedsel uitdelen krijgen de mensen ongeveer 450 gram per dag”, aldus de Rode-Kruismedewerkster, “maar in gebieden waar wij geen hulp bieden is dat maar 200 gram. Een mens heeft 700 gram nodig.”

Volgens Terhege bieden behalve het Rode Kruis, ook de VN en de overheid zelf voedselhulp in Noord-Korea. “Maar er moet veel meer gebeuren. Kinderen groeien niet goed in lengte en gewicht. Er zijn weinig zwangere vrouwen. Allemaal verschijnselen die erop wijzen dat de voedselsituatie dramatisch is. Als er de komende winter niet meer hulp komt dreigt een ernstige situatie.” Eenzelfde conclusie bereikt Robert Hauser, die in september namens het VN World Food Program Noord-Korea bezocht: “De kindersterfte zal dramatische vormen aannemen als we niet op tijd voedsel sturen.”

Wat kunnen de Noordkoreanen zelf nog doen om het hoofd boven water te houden? Weinig zorgen hoeven zich waarschijnlijk de 1,1 miljoen militairen van het Noordkoreaanse volksleger te maken. Hetzelfde geldt de partijkaders en de mensen die op de grote staatsboerderijen werken en, naar in Seoul verluidt, 90 procent van de oogst mogen houden. En de modale burger? Lee Jong Sok, als Noord-Korea-specialist verbonden aan de Sejong-universiteit in Seoul, zegt dat civiele huishoudens in tegenstelling tot vroeger nu voor eigen gebruik mogen verbouwen en wel maximaal op 30 pyong (1 pyong is 3,3 vierkante meter) grond. De huishoudens van soldaten mogen tot 100 pyong verbouwen.

“De zwarte markt wordt ook steeds belangrijker”, vertelt Lee Jong Sok. “Die vervangt al grote delen van de formele economie.” Langs de grens met Zuid-Korea blijft de smokkel door de zwaar gemilitariseerde situatie uiteraard beperkt. Al zijn er bij verkopers in Panmunjon zowaar wat Noordkoreaanse produkten in de aanbieding die elders in Zuid-Korea onvindbaar zijn. Maar in het noorden is de situatie heel anders. Tijdens een recente studiereis door het Chinees-Noordkoreaanse grensgebied merkte Lee Jong Sok dat daar op forse schaal en tamelijk probleemloos wordt gesmokkeld, mits de grenswachten van beide landen hun deel krijgen. Lee schat dat ongeveer 100.000 mensen aan weerszijden van de grens van de smokkel leven en dat daarmee een bedrag gemoeid moet zijn van ongeveer 300 miljoen dollar.

Is vluchten een optie? De grondig met mijnen gestoffeerde gedemilitariseerde zone in het zuiden biedt weinig perpectief. Toch slagen jaarlijks nog ongeveer honderd noordelijke desperado's erin die barrière te nemen. Kim Koo Sub van het Instituut voor Defensie Analyse in Seoul stelt dat door gebrek aan ook maar enigszins zeewaardige boten het ontstaan van een bootvluchtelingenstroom à la Vietnam niet valt te verwachten.

De geijkte vluchtroute zou dus in het noorden moeten liggen waar de Tumenrivier als grens tussen China en Noord-Korea zeker geen onneembaar obstakel is. Bovendien zou de aanwezigheid van veel etnische Koreanen aan de Chinese kant van de grens onderduiken gemakkelijk maken. In de praktijk blijft het aantal vluchtelingen er toch beperkt, omdat de Chinese en de Noordkoreaanse politie hecht samenwerken bij het onderscheppen en uitleveren van vluchtelingen. Wie dat laatste overkomt wordt terug in Noord-Korea vaak direct en in het openbaar geëxecuteerd.

Toch bestaan er naar verluidt zowel in China als in Zuid-Korea noodplannen om in korte tijd massa's Noordkoreanen te kunnen opvangen. Maar omdat niemand baat heeft bij zo'n 'crash'- of 'doomsday'-scenario wordt er door alle bij het Noordkoreaanse probleem betrokken partijen in ernst naar gestreefd het land weer enigszins op de rails te helpen, dan wel de voorwaarden te scheppen voor een 'zachte landing'. Naar de Zuidkoreaanse minister van Buitenlandse Zaken Gong Ro Myung vreest, wordt dat laatste ook in Pyongyang goed begrepen en uitgebuit. Zo zei de bewindsman vorig maand tegen de Far Eastern Economic Review: “De noordelijken aarzelen niet de de kaart van de totale ineenstorting te spelen, dat wil zeggen te dreigen: als je dit of dat niet doet gaan wij ten onder, maar voordat we dat doen zullen we maximaal naar jullie uithalen, met wapens.”

Dat is dan ook de reden dat de VS de Noordkoreanen in 1994 na dreigend nucleair wapengekletter wisten over te halen hun twee verouderde kerncentrales, die plutonium kunnen produceren ten behoeve van kernwapens, gratis in te ruilen voor twee krachtiger en veel modernere centrales. Daarnaast werd Pyongyang een pakket olie- en voedselhulp in het vooruitzicht gesteld. En de rekening werd voor een goed deel op het bord van de Zuidkoreanen gelegd.

Toch blijven heel wat Westerse analisten ondanks deze inspanningen van opvatting dat de Noordkoreaanse economie onder het huidige politieke systeem reddeloos is. Een systeem dat trouwens moeilijk is te kenschetsen. Zoon Kim Jong Il heeft sinds de dood van vader Kim Il Sung op 8 juli 1994 wel diens titel van 'Grote Leider' geërfd, maar nog altijd niet zijn vaders posities van staatspresident en algemeen secretaris van de Werkerspartij. Van een machtsstrijd is echter niets te merken en de meeste analisten menen dat zoon Kim ondanks de economische chaos stevig in het zadel zit.

Prof. Hidishi Takesada van het Japanse Instituut voor Defensie Studies meent dat Nood-Korea geen constitutioneel regime meer heeft, maar eerder een religieus machtssysteem dat nog altijd is gebaseerd op wijlen Kim Il Sungs persoonlijkheid en charisma. Daaruit kan zoon Kim in deze crisistijden putten, hetgeen minder riskant is dan een snelle machtsoverdracht te forceren. Takesada: “Noord-Korea is geen onderwerp van politieke wetenschap meer, maar eerder van religieuze studie.”

Niettemin lijkt het regime in Pyongyang niet helemaal geïmmobiliseerd en verstrikt in een achterhaald verleden. Zo werd afgelopen september met een investeringsseminar in het noordoosten van Noord-Korea langs de Tumengrensrivier met China de 750 vierkante kilometer grote vrijhandelszone Rajin-Sunbong gelanceerd, waar buitenlandse ondernemers vrijwel onbeperkte vrijheid wordt beloofd. De Noordkoreanen hadden op een miljardenstroom naar deze kapitalistische enclave gerekend, maar dat viel tegen. De 400 aanwezigen op het seminar zegden in totaal 282 miljoen dollar toe. Daarvan kwam 180 miljoen voor rekening van de Hongkongse hotel- en casinogroep Emperor, die in de Noordkoreaanse rimboe zonder noemenswaardige infrastructuur een geïntegreerd vermaakscentrum wil optrekken.

Dat het resultaat tegenviel had veel te maken met het feit dat de Noordkoreanen zo onhandig of wereldvreemd waren om een deel van een grote Zuidkoreaanse delegatie te weigeren, waarna de hele delegatie thuis bleef. Ook de kort daarop volgende stranding van een Noordkoreaans duikbootje met infiltranten op de Zuidkoreaanse kust deed Pyongyangs poging tot opening tot de buitenwereld weinig goed.

Daar komt volgens de Amerikaanse Apec-vertegenwoordiger Lynn Turk bij dat vrijhandelszones, zelfs als die succesvol zouden zijn, de Noordkoreaanse economie niet wezenlijk zullen veranderen. “Zij zullen nooit genoeg geld binnenbrengen om de Noordkoreaanse economie met hetzelfde tempo te laten groeien als die van de regionale economieën”, aldus Turk. “Vrijhandelszones genereren ook onvoldoende technologie-overdracht om Noord-Korea aansluiting te bezorgen bij de economische ontwikkelingen die in Zuid-Korea en overig Azië spelen.”

Daarvoor is volgens hem een fundamentele opening van Noord-Korea naar de buitenwereld nodig en met name naar het nabije Zuid-Korea, een bron van investeringen, een afzetmarkt en een partner bij de ontwikkeling van overzeese markten.

Of de quasi-religieuze twee-eenheid van vader-zoon-Kim die rationele slag nog kan maken, is de grote vraag. Turk: “Noord-Korea kan natuurlijk verkiezen om arm maar trots te blijven. Een Noord-Korea dat almaar zwakker wordt ten opzichte van zijn buurlanden zal echter onherroepelijk het punt bereiken waarop z'n kracht als natie onbetekenend wordt. Technologische stagnatie zal er bijvoorbeeld toe leiden dat Pyongyangs militairen niet alleen achter raken, maar achterlijk worden. En dan helpen hun dreigementen ook niet meer.”