Herverteller verzint ook bijbeltekst

AMSTERDAM, 22 OKT. In minder dan anderhalf uur met zeven voordrachtskunstenaars door het eerste bijbelboek Genesis heen. Zo werd gisteravond in het voormalig kerkgebouw De Rode Hoed onder leiding van de priester-dichter H. Oosterhuis en met medewerking van de cabaretiers Seth Gaaikema en Paul van Vliet en de acteurs Tine Ruysschaert, Ton Lutz en Jules Croiset luister bijgezet aan de publikatie van het boek 'Het verhaal gaat ...'. Dit is het eerste deel van een serie boeken met bijbelvertellingen van de Amsterdamse predikant N. A. ter Linden.

Ter Linden hervertelt in vijf boeken van ieder zo'n driehonderd pagina's de treffendste verhalen uit de 39 boeken van het Oude Testament en de 27 boeken van het Nieuwe Testament. Het verhalenproject dat in 1995 begon, moet in het jaar 2000 klaar zijn.

Uit het eerste deel dat gisteren verscheen, blijkt dat het bij de 'hervertellingen' meer om korte, persoonlijke overdenkingen van de auteur over diverse oudtestamentische bijbelgedeelten gaat dan om een soort nieuwe bijbeluitgave. Zo is Ter Lindens werk ook niet bedoeld. “Zijn boeken zouden niet door het Nederlandse Bijbelgenootschap uitgegeven kunnen worden”, zegt A. de Zeeuw van het NBG. “Het zijn persoonlijke vertellingen, ze komen wel uit de bijbel, maar ze volgen de grondtekst niet. Wij geven geen vertellingen uit, maar alleen vertalingen. Als daar passages in voorkomen die zogezegd 'onbegrijpelijk' zijn, dan laten we dat zo. Dan gaan we die niet uitleggen of verklaren, maar blijven wij bij de basistekst.”

Bewonderaars als oud-studentenpastor J. van Kilsdonk SJ, noemen Ter Linden “een meesterverteller” die die kunst heeft geleerd van de oudtestamenticus F. Breukelman en de godsdienstpsychologen W. Berger en H. Fortmann. Ook heeft Ter Linden zich sterk georiënteerd op de Duitse theoloog en psycho-analyticus E. Drewermann die bij zijn bijbeluitleg gebruik maakt van S. Freud en C.G. Jung.

Volgens Ter Linden (60), die ruim vijftien jaar verbonden is geweest aan de hervormde Westerkerk, is het heel betreurenswaardig dat er nog altijd theologen en gelovigen zijn die menen dat de bijbel van voor tot achter Gods woord is en een relaas vormt van historische gebeurtenissen. Al uit het eerste verhaal (In den beginne, een vertelling over het scheppingsverhaal) uit het gisteren uitgekomen boek blijkt dat Ter Linden bijbelteksten niet volkomen letterlijk neemt, maar vooral het verhalende karakter daarvan benadrukt.

Volgens hem zijn veel mensen onbekend met de symbolenwereld van het Oude- en Nieuwe Testament en heeft dat ertoe dat men de bijbel zo ontoegankelijk is gaan vinden.

Bij Ter Linden gaat het niet om een relaas van historische feiten, maar om een opvatting van wat als 'waar' en 'werkelijk' kan worden opgevat. Zijn zienswijze sluit aan bij die van de joodse auteur Elie Wiesel die in een dialoog in zijn Legenden van deze tijd een rabbi aan een schrijver laat vragen wat hij schrijft.

“Verhalen”, zegt de schrijver. De rabbi wilde weten wat voor verhalen. “Ware verhalen”, antwoordde de schrijver. “Over mensen die je kende?”, vroeg de rabbi. “Ja over mensen die ik gekend zou kunnen hebben.” “Over dingen die gebeurd zijn?”, vroeg de rabbi weer. “Ja over dingen die gebeurd zijn of zouden kunnen gebeuren.” “Zijn ze dan niet waar gebeurd?” “Nee, niet allemaal. Eigenlijk zijn sommige van begin tot eind verzonnen.” “Dat betekent dat je leugens schrijft”, zei de rabbi. “Zo eenvoudig liggen de zaken niet, rebbe. Want sommige dingen gebeuren, maar ze zijn niet waar en andere dingen zijn waar hoewel ze nooit gebeurd zijn.”