Gordel in bus verkleint kans op letsel

ROTTERDAM, 22 OKT. Het aantal slachtoffers van het ongeluk met een Nederlandse reisbus bij Thionville, zondag in het noordoosten van Frankrijk, was waarschijnlijk kleiner geweest als de passagiers een veiligheidsgordel hadden gedragen. Dat zegt J. Diever, marketing manager bij TNO-instelling Wegtransportmiddelen, die zich bezighoudt met onderzoek naar en preventie van ongevallen en letsel in het verkeer.

“Als een bus in een ravijn rijdt kun je weinig doen, maar deze bus is van de weg geraakt en in een greppel terecht gekomen en daarbij is het dragen van een gordel zeker geen onzin”, aldus Diever. “Een gordel vangt niet alleen de eerste klap op maar voorkomt vooral dat mensen uit hun stoel vliegen, tegen de zijkant slaan of zelfs door de ramen vliegen en onder de bus komen als die kantelt en daarbij ernstig letsel oplopen. Dat is hier gebeurd.”

Het nut van gordels is ook bij de Europese Unie in Brussel bekend. Vanaf oktober 1997 moeten nieuwe reisbussen standaard van (heup-)gordels zijn voorzien. Maar over het uitrusten van oude bussen met gordels bestaat binnen de unie nog geen overeenstemming, omdat daarmee veel kosten zijn gemoeid, althans vergeleken bij het relatief zeer geringe aantal dodelijke slachtoffers dat het gevolg is van ongelukken met reisbussen in Europa.

Overeenstemming is er evenmin nationaal noch Europees voor een verplichte kooiconstructie in bussen. Die maatregel zou volgens Diever eveneens een gunstig effect sorteren. “In vergelijking met een personenauto is een bus een grote, lichte constructie. Daar bestaan in Europees verband nog maar nauwelijks veiligheidseisen voor en als er nooit naar is gekeken, zal elke maatregel natuurlijk een verbetering zijn.”

De technische uitvoering en conditie van het voertuig is maar één factor bij een verkeersongeluk. TNO en andere instituten die onderzoek naar verkeersveiligheid doen, onderscheiden er gewoonlijk nog twee: ten eerste de algemene omstandigheden waaronder zich het ongeluk voordoet - zoals het weer en de toestand van de weg - en ten tweede de human factor. Onder het laatste begrip vallen bijvoorbeeld het gedrag van de bestuurder, dat bepaald kan zijn door alcoholgebruik, vermoeidheid of andere zintuigelijke handicaps en het gedrag van anderen op de weg.

Toch is het moeilijk de verschillende 'ongeluksfactoren' van elkaar te scheiden. Diever: “Bij onderzoek van kritische situaties blijkt vaak dat er een combinatie van effecten is, bijvoorbeeld een bestuurder die heeft gedronken en tijdens ongunstige weersomstandigheden botst waarbij letsel ontstaat. Het is moeilijk te zeggen wat belangrijker is om letsel te voorkomen: drinken verbieden of technische maatregelen in de preventieve sfeer aan weg en auto.”

Simon Smidt, bedrijfsleider van Meering Tourincars in Duivendrecht, is een voorstander van de kooiconstructie. “Ik kan er eigenlijk kort over zijn”, zegt Smidt één dag voor autobusproducerend en -gebruikend Nederland zich in Maastricht verzamelt voor de tweejaarlijkse Autobus-RAI. “Het zwakke punt blijft toch de zijkant. Een kooiconstructie kan die versterken. In veiligheid moet je investeren, maar de mensen zullen daar wel aan moeten meebetalen. Dus moeten ze niet meteen naar [consumenten-watchdog] Frits Bom rennen als hun reis vijf of tien procent duurder wordt. Je hebt bussen van drie ton en bussen van vijf ton en dat verschil zal wel ergens in zitten, niet?”

Smidts bedrijf beschikt over 35 bussen. Eén daarvan is met een kooiconstructie uitgerust. Die gebruikt Smidt vooral voor het vervoer van Amerikaanse toeristen, met het oog op de in de Verenigde Staten heersende praktijk van schadeclaims. Smidt: “Als er met die Amerikanen iets mis gaat, dn kun je je bedrijf wel opdoeken.”

Vooruitlopend op het invoeren van extra veiligheidseisen, die van overheidswege zullen worden opgelegd, heeft de tourincarbranche een veiligheidsvignet ingevoerd. Circa veertig procent van de Nederlandse tourincarondernemingen heeft dit stempel van de Stichting Keurmerk Busbedrijf in Den Haag.

Het groen-blauwe vignet heeft echter nog voornamelijk betrekking op de human factor: respecteert de betrokken onderneming de CAO, krijgt de bus zijn periodieke onderhoudsbeurten wel en houdt de bestuurder zich aan de voorgeschreven rust- en rijtijden.