FNV moet er wat steviger tegenaan

Tijdens het 90-jarig bestaan van de vakcentrale FNV vorige maand is het voorontwerp van de nieuwe grondslag van de FNV gepresenteerd. Dit voorontwerp is een goed startpunt voor een discussie binnen de vakbeweging. Op enkele hoofdpunten heb ik kritiek. De concept-grondslag straalt een te beperkte visie uit, die bovendien te defensief en te zakelijk is.

Het voorontwerp gaat terecht uit van de vier centrale idealen van de vakbeweging: gelijkwaardigheid, solidariteit, vrijheid en rechtvaardigheid. Dit zijn idealen die de vakbeweging van oudsher heeft. Bovendien heeft de vakbeweging steeds de wens gehad de maatschappij te hervormen. Deze wens komt voort uit onze centrale idealen in combinatie met een visie op de gewenste inrichting van de maatschappij (vergroting zeggenschap, spreiding van kennis, macht en inkomen, en een belangrijke taak van de overheid voor de bescherming van de kwaliteit van het bestaan).

De identiteit van de vakbeweging wordt niet alleen bepaald door belangenbehartiging, maar ook door idealen en een visie hoe de samenleving moet veranderen. Deze visie hoeft geen blauwdruk te zijn, maar de visie die nu uit de ontwerp-grondslag straalt, is te defensief en te zakelijk. Het begrip emancipatie komt nauwelijks voor, zeggenschap heet nu medezeggenschap, de brede vakbeweging wordt gedeeltelijk losgelaten en de FNV gaat zich ontwikkelen in de richting van zaakwaarnemer.

Ik pleit er voor om in de grondslag een duidelijker relatie te leggen met de traditie waaruit de vakbeweging voortkomt en dit op hedendaagse wijze te verbinden met de wens voor maatschappelijke hervormingen. Hervormingen die wellicht niet in de huidige neoliberale mode passen, maar desalniettemin nog steeds van groot belang zijn voor de verwezenlijking van onze centrale idealen. Overigens is die neoliberale mode ook al over zijn hoogtepunt heen.

In de grondslag wordt een pleidooi gehouden voor een minder brede vakbeweging. De FNV zal zich buiten de directe sfeer van de arbeidsverhoudingen selectiever opstellen en wil zich concentreren op 'kerntaken'.

Uiteraard zijn er werkgebieden die de primaire aandacht moeten hebben, maar een maatschappelijke emancipatiebeweging met onze idealen zal altijd een brede visie en een brede taakopvatting moeten hebben. Dit is ook van belang om de legitimiteit van standpunten over maatschappelijke vraagstukken te behouden.

Zo moet er een actieve bemoeienis blijven met het streven naar een milieuvriendelijke ontwikkeling, ontwikkelingssamenwerking, eerbiediging van mensenrechten en de strijd tegen discriminatie. Opvallend is in dit kader dat het thema 'vrede en ontwapening' in de ontwerp-grondslag ontbreekt. De FNV zou voorstander moeten zijn van preventieve maatregelen, wapenbeheersing en vreedzame conflictoplossingen als basis voor een duurzame wereldvrede.

In de ontwerp-grondslag wordt zeggenschap vertaald in medezeggenschap (in de zin dat de mening van werknemers “serieus genomen wordt”). Juist voor een vakbeweging die de rechten van werknemers wil uitbreiden, gaat het erom gebieden te benoemen (bijvoorbeeld investeringsbeleid, beleid inzake arbeidsomstandigheden, dagelijkse werkzaamheden), waar de vakbeweging ernaar moet streven dat de besluitvormingsmacht (dus zeggenschap) van werknemers wordt uitgebreid.

Verderop wordt gesteld: “De werknemers moeten de zeggenschap delen met kapitaalverschaffers”. Als dit een beoordeling is van hoe de arbeidsorganisatie momenteel in elkaar zit, lijkt mij dit niet juist. De kapitaalverschaffers (en topmanagement) nemen de essentiële beslissingen. Echte economische democratie betekent dat de greep van individuele werknemers, ondernemingsraden en vakbonden op belangrijke bedrijfsbeslissingen wordt vergroot.

Waar de concentratie van macht in de grondslag wel ter discussie wordt gesteld, gebeurt dit op een nogal defensieve wijze. Zo stelt het voorontwerp dat de FNV ervoor moet waken dat de macht van het geld doorslaggevend is en er ongecontroleerde machtsconcentraties ontstaan. Het gaat er natuurlijk om dat de FNV actief proberen deze onrechtvaardige machtsconcentraties af te breken.

De opmerkingen in het voorontwerp die betrekking hebben op een rechtvaardige inkomensverdeling zijn eveneens defensief. Zo wordt gepleit voor “redelijke inkomensverhoudingen”. Een dergelijk begrip is volstrekt apolitiek. Wie is er nu voor onredelijke inkomensverhoudingen?

Ook wordt gepleit voor het op peil houden van de bescherming van het minimuminkomen. Dit wordt al jaren geroepen en het peil komt steeds verder onder NAP. Armoede en sociale uitsluiting vormen een groot maatschappelijk probleem in Nederland. Een pleidooi voor de verhoging van de netto minimuminkomens zou eerder op zijn plaats zijn.

In de grondslag wordt gesproken over het voorkomen van een buitenproportionele groei van topsalarissen. Hier past toch op zijn minst een pleidooi voor de nullijn voor topinkomens. In tegenstelling tot de huidige grondslag mis ik trouwens ook een pleidooi om de zeer scheve verdeling van vermogens tegen te gaan.

De inkomensverdeling is de afgelopen jaren steeds schever geworden. Deze toenemende ongelijkheid is niet gebaseerd op reële gronden, zoals verschillen in onaantrekkelijkheid van het werk. De FNV moet duidelijk stelling nemen tegen deze groeiende ongelijkheid.

De vrije markt wordt kritisch benaderd, maar niet kritisch genoeg. Bijna iedereen zal erkennen dat de markt positieve functies kan vervullen. Het marktmechanisme zou echter ondergeschikt moeten zijn aan politieke doeleinden. Dit kan via een scala van beleidsinstrumenten: overreding, subsidies en kapitaalverschaffing, belasting- en prijspolitiek, voorschriften, technologiebeleid. Dit betekent dat de politiek (in samenwerking met sociale partners) aspiraties moet hebben en politieke doelstellingen dominant zijn. Wat we nodig hebben is een sturende overheid.

Opvallend is dat in de hele grondslag het begrip 'verzorgingsstaat' niet voorkomt. Het voorontwerp komt met betrekking tot de rol van de overheid niet veel verder dan onderwijs en gezondheidszorg.

Een brede verzorgingsstaat (inclusief sociale zekerheid, volkshuisvesting, welzijn, cultuur, werkgelegenheidsbeleid), die mede opgebouwd is door de vakbeweging, heeft een belangrijke functie in het organiseren van solidariteit en sociale bescherming. Uit recente onderzoeken van de OESO en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid blijkt dat verzorgingsstaten ook economisch niet slechter functioneren. Dit is ook logisch, want brede verzorgingsstaten bevorderen de cohesie, leiden tot noodzakelijke zekerheid en instituties en bevorderen een lange-termijnoriëntatie bij werknemers.

De nieuwe grondslag van de FNV moet op een aantal belangrijke punten in progressieve richting aangescherpt moeten worden. Een brede vakbeweging, met duidelijke idealen en een duidelijke visie op maatschappelijke hervormingen kan vol goede moed het volgende millennium in.