Filosofie

Als één van de 150 Nederlanders 'die hun hersens kraken over het belang van het land', wil ik graag reageren op het artikel 'Lectuur voor Kamerleden' van Nicolaas Matsier (9 oktober). In dit artikel wordt een beeld gegeven van Kamerleden en hun gebrek aan filosofische interesse dat niet onweersproken kan blijven.

Laat ik beginnen met te zeggen dat ik de vakken filosofie en geschiedenis van fundamenteel belang vind voor het middelbaar onderwijs. Filosofie is een onontbeerlijk onderdeel in elke wetenschappelijke opleiding. Ik heb dan ook (ik meen als enig Kamerlid), samen met vele hoogleraren en wetenschappers, een petitie ondertekend voor introductie van filosofie als regulier vak.

Maar nu mijn bezwaren tegen Matsiers artikel. Matsier voert een fictief Kamerlid op, dat de nieuwste filosofische biografieën aanschaft, bekend is met filosofische klassieken, kortom een Kamerlid 'dat een boek koopt'. Welnu, het is helemaal niet nodig om een fictief Kamerlid ten tonele te voeren. Laat ik me tot mijn eigen geval beperken. Ik heb regelmatig lezingen bijgewoond van Derrida, Deleuze en Bourdieu, en Goudsblom, de schrijver van 'Nihilisme en cultuur'. Ik heb jarenlang gewerkt in het huis op de Westermarkt in Amsterdam waar Descartes destijds gewoond heeft, en waar de sfeer van zijn denken nog steeds hangt. Ik kan bevestigen dat dit Kamerlid regelmatig een boekwinkel bezoekt, een boek koopt én leest, al geef ik de voorkeur aan een boek als 'Wat is filosofie?' van Gilles Deleuze boven 'De wereld van Sophie' van Jonstein Gaarder. Ik heb geen behoefte aan 'postpostmoderne argumentaties', maar ik betreur het dat de filosofie in Nederland nooit dezelfde plaats in het onderwijs heeft gekregen als het godsdienstonderwijs. Kennis van de genese van begrippen vind ik minstens zo belangrijk als kennis van onze religieuze erfenis. Nicolaas Matsier hoeft zich dus geen fictief Kamerlid met belangstelling voor filosofie te dromen. Dat Kamerlid bestaat al, en wel in levende lijve.