Discussie over Holland Festival blijkt voorbarig

DEN HAAG, 22 OKT. De uitspraken over de opheffing van het Holland Festival die het Amsterdamse D66-raadslid Robbers onlangs deed tijdens een vergadering van de raadscommissie over het Amsterdamse Kunstenplan, zijn voorbarig. Dit zei de Amsterdamse wethouder van cultuur, Ernst Bakker (D66), gisteren in Den Haag in antwoord op kritische vragen van Tweede-Kamerlid Jeltje van Nieuwenhoven (PvdA) tijdens de openbare hoorzitting over de Cultuurnota 1997-2000.

In de ruim acht uur durende hoorzitting van de Tweede Kamer vroegen 34 organisaties de vaste commissie voor onderwijs, cultuur en wetenschappen om aandacht voor hun financiële problemen. De behandeling in de Tweede Kamer van de Cultuurnota 1997-2000 is op 11 november.

Van Nieuwenhoven verbaasde zich erover dat de toekomst van het Holland Festival blijkbaar al in de Amsterdamse gemeenteraad is beslist. Daarop noemde Bakker het festival van groot belang. “Wel moeten we iets vernieuwends doen met het festival”, aldus Bakker. “De nieuwe directeur is daarvoor de aangewezen persoon.” De weggevallen tijdelijke subsidie van 750.000 gulden van Economische Zaken moet volgens Bakker nu van OCW komen.

Bakker was verder ontevreden dat Amsterdam, “spil van het theaterleven”, niet langer beschikt over een produktiehuis voor theater, terwijl een dergelijke voorzienig elders wel bestaat. Het belang van de Stichting Nieuwe Kerk, die 3,4 ton per jaar aan overheidssubsidie misloopt omdat de activiteiten ervan geen wezenlijke aanvulling zouden zijn op het bestaande aanbod, werd door Bakker verdedigd met de woorden dat de Nieuwe Kerk wel degelijk een landelijke uitstraling heeft: de koningin is er immers ingehuldigd. Ernst Veen, voorzitter van de Stichting Nieuwe Kerk, wees erop dat de activiteiten jaarlijks 400.000 bezoekers trekken.

Den Haag pleitte voor het afschaffen van de reisplicht van theatergroep De Appel. Behalve Amsterdam, Rotterdam en Den Haag werden ook de provinciale convenantpartners gehoord. Het zuiden, het oosten en het westen willen alleen meer betalen aan noodlijdende gezelschappen in de regio, zoals Opera Zuid, de Nationale Reisopera, en het jeugddanstheater Arena, als ook het rijk over de brug komt met extra geld. Van samenwerking tussen beide operagezelschappen, zoals bepleit in de Cultuurnota, kan volgens Zuid-Nederland alleen sprake zijn indien de artistieke zelfstandigheid van de groepen gewaarborgd is. Samenwerking op facilitair gebied kan volgens Opera Zuid wel.

De Directie Overleg Dansgezelschappen (DOD) is bezorgd over de bezuiniging in de danssector van zes ton. Zowel het Haagse Djazzex als het Groningse Reflex wordt met opheffing bedreigd. Het DOD en het Noord-Nederlandse gezelschap Reflex hadden geen antwoord op de vraag naar de oorzaak van de negatieve beslissingen aangaande de sector dans. Reflex verwees naar de Noord-Nederlandse convenantpartners, die zich eerder positief over het gezelschap uitlieten. De Noord-Nederlandse delegatie was echter niet komen opdagen. Zowel de provincie Groningen als Friesland zou geen uitnodiging voor de hoorzitting hebben ontvangen. De afwezigheid van Noord-Nederland werd door De Bond Onafhankelijke Makers (BOM) te baat genomen voor een kort protest tegen de positie van onafhankelijke theatermakers, die voortaan zijn aangewezen op incidentele subsidie van het Fonds voor de Podiumkunsten. Nadat er een pamflet was uitgedeeld werd de hoorzitting hervat.

De Federatie van Kunstenaarsverenigingen (FKV) klaagde dat kunstenaars nauwelijks nog deelnemen aan de vorming van het beleid: in de Raad voor Cultuur zijn kunstenaars op één hand te tellen, dat moet volgens de federatie minstens eenderde zijn. De Vereniging van Nederlandse Toneelgezelschappen en de Vereniging van jeugdtheatergezelschappen zeiden dat educatie en jeugd wel aandachtspunten zijn in de Cultuurnota, terwijl de financiering achterblijft.

Ook het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) in Rotterdam, dat een tekort op de begroting heeft van 2,5 miljoen, wees op onvoldoende subsidie, terwijl het takenpakket van het NAi aanzienlijk wordt verbreed. In de Architectuurnota wordt het NAi onder andere opgedragen bij te dragen aan de ontwikkeling van het wegennetwerk en aan de discussie over de inrichting van Nederland. Ook moet het instituut programma's ontwikkelen voor omgevingseducatie. “En dat,” zo zei Kristin Feireiss, directeur van het NAi, “terwijl bestaande doelen al nauwelijks te verwezenlijken zijn.”