Bioplastics winnen aan populariteit in Europa

Produkten uit agrarische grondstoffen zijn afbreekbaar en CO2-neutraal. En dus minder belastend voor het milieu dan produkten uit aardolie. Tot voor kort had de industrie er weinig belangstelling voor, maar nu is er een doorbraak. Eerste deel in een serie over produkten uit groene grondstoffen: afvalzakken uit bioplastics.

Agrificatie was jarenlang het toverwoord in de Nederlandse akkerbouw. De teelt van gewassen voor niet-voedingsdoeleinden zou de redding zijn van de boeren. Braakliggende landbouwgrond zou weer bebouwd kunnen worden, door diversificatie in gewassen zou het gebruik van chemicaliën kunnen verminderen, en het inkomen van de boeren zou beter worden. Onderzoeken naar de industriële toepassingen van gewassen boden een veelbelovend perspectief. Er zou een welhaast onbeperkt aantal produkten gemaakt kunnen worden uit plantaardige grondstoffen. Bouw- en isolatiemateriaal, bijvoorbeeld. En brandstof, smeermiddelen en hydraulische oliën. Maar ook vervangers voor oplosmiddelen in verven en lijmen. Papier en textiel, verpakkingsmateriaal en wegwerpprodukten als plastic borden en bestek, luiers, snackbakjes en folies. De akkerbouwers waren enthousiast over de vooruitzichten en werkten mee aan teeltexperimenten met gewassen als olifantsgras, crambe en cichorei. Maar bij die proeven bleef het. Eindprodukten kwamen er niet, want de industrie zag geen brood in de agrarische grondstoffen.

Dat veranderde pas toen agrofabrieken en onderzoeksinstituten met uitgewerkte produktvoorstellen kwamen. “Wij hadden grote onderzoeken gedaan, maar de industrie bleek daar niet goed raad mee te weten. Daarom hebben we zelf de route naar een aantal eindprodukten uitgestippeld”, aldus dr. Bert Tournois, hoofd van de afdeling procestechnologie non-food van het Instituut voor Agrotechnologisch Onderzoek (ATO-DLO) in Wageningen. ATO-DLO ontwikkelde de afgelopen jaren bioplastics, coatings voor voedsel- en niet-voedseltoepassingen, oplosmiddelvrije lijmen, afbreekbare verven en wasmiddelen waarin alle petrochemische bestanddelen vervangen zijn door natuurlijke grondstoffen. Al deze produkten zijn uit hernieuwbare grondstoffen gemaakt en biologisch afbreekbaar. Ze kunnen samen met het GFT-afval gecomposteerd worden. Bij compostering komt de kooldioxide (CO2) vrij, die in de groeiperiode door de plant is opgenomen. Van het afstaan van extra kooldioxide, zoals bij de afvalverwerking van fossiele grondstoffen, is bij plantaardige materialen geen sprake.

Tournois: “Met natuurlijke grondstoffen kun je de belangrijkste milieuproblemen oplossen. Bovendien zijn er voor het maken van een produkt uit natuurlijke grondstoffen minder stappen nodig dan met petrochemisch materiaal, dat eerst gekraakt moet worden. Er wordt dus energie bespaard.” Produkten uit natuurlijke grondstoffen hebben ook voordelen voor de consument. “Natuurlijke materialen hebben in veel gevallen een betere performance dan kunststoffen. Hout bijvoorbeeld heeft eigenschappen die door plastic niet benaderd kunnen worden.”

Over gebrek aan belangstelling van de kant van de industrie heeft ATO-DLO niet meer te klagen. Sinds duidelijk is dat modificatie van natuurlijke grondstoffen fantastische eigenschappen oplevert en milieuvoordelen heeft, is zelfs de chemische industrie overstag. Tournois: “De petrochemische industrie zag natuurlijke materialen eerst als bedreiging. Vervolgens dachten ze: het zal zo'n vaart wel niet lopen. Maar nu beseffen ze dat dit een ontwikkeling is die niet meer gestopt kan worden. Alle chemische bedrijven zijn er nu mee bezig. Ze hebben allemaal een potje op het vuur.”

Tournois denkt dat de helft van alle plastics vervangen zal kunnen worden door bioplastics, aangenomen dat de eigenschappen net zo goed zijn als die van de synthetica. Dat zou betekenen dat er alleen al in Europa 16 miljoen ton bioplastic geproduceerd kan worden, de helft van de 32 miljoen ton kunststof die jaarlijks verbruikt wordt.

Dit jaar wordt in Europa 10.000 ton bioplastic geproduceerd. Verhoudingsgewijs is dat een bescheiden hoeveelheid, maar toch dringt zich de vraag op wat er met afgedankte produkten van bioplastic en andere afbreekbare materialen gedaan moet worden. Kunnen ze bij het composteerbare afval in de GFT-bak of moeten ze bij het gewone, 'grijze' huisvuil? Een antwoord op die vraag is dringend gewenst nu de eerste produkten van bioplastic, afvalzakken voor in de GFT-bak, in de supermarkt liggen. De zakken houden de biobak schoon en beperken de geuroverlast. Er worden in Nederland twee merken verkocht: de Biobag van Velca Trading, een dochteronderneming van het verpakkingsconcern Van Leer, en de GFT-zak van Fardem, een bedrijf uit Beerse in België. Beide producenten gebruiken voor hun GFT-zakken een composietplastic van zetmeelpolymeren en polycaprolacton (PLC), een bioafbreekbaar polymeer uit petrochemische grondstof. De toevoeging van PLC is nodig om te voorkomen dat het zetmeelplastic voortijdig afbreekt. Bij de composiet verloopt dat proces trager.

De introductie van afbreekbare GFT-zakken stelt de Nederlandse afvalverwerkers voor een dilemma. Bij de afvalscheiding wordt in Nederland onderscheid gemaakt tussen natuurlijke materialen en man made produkten. Alleen het natuurlijke groente-, fruit- en tuinafval mag in de biobak. Al het andere afval moet in de grijze vuilniszak. Bioplastics en andere materialen uit natuurlijke grondstoffen worden als man made produkten beschouwd en horen dus bij het grijze afval.

In Vlaanderen is het anders geregeld. Er is daar een witte lijst, een zwarte lijst en een grijze lijst, waarop produkten van papier en bioplastic staan. Produkten van de grijze lijst die op hun composteerbaarheid getoetst zijn en daarvoor een keurmerk hebben gekregen, kunnen mee met het GFT-afval. Gemeenten bepalen zelf of ze GFT-afval in containers of in zakken met keurmerk aangeboden willen krijgen. Een groot aantal gemeenten verkoopt biozakken van Fardem met het officieel erkende OK compostlabel. De zakken kosten 15 frank per stuk (ca ƒ 0,80). Negen frank is voor de producent, zes voor de gemeenten ter dekking van de kosten van het ophalen. Vlamingen betalen een laag vast reinigingsrecht, verder geldt het principe dat de vervuiler betaalt. Wie meer afval heeft, moet meer zakken kopen.

In Duitsland wordt bij afval onderscheid gemaakt tussen geeignete en ungeeignete stoffen. Dit najaar komt er een keurmerk ter beschikking voor produkten die composteerbaar zijn. Daardoor wordt het ook in Duitsland mogelijk om gecertificeerde produkten mee te geven met het GFT-afval.

Voor fabrikanten van produkten uit bioplastic en andere afbreekbare materialen is het van belang dat Nederland dezelfde mogelijkheid creëert. Gebeurt dat niet, dan zal dat een nadelig effect hebben op de ontwikkeling van de markt voor afbreekbare produkten, zegt Bruno de Wilde, researchmanager van Organic Waste Systems (OWS) uit Gent. OWS is een ingenieursbedrijf dat voortgekomen is uit de universiteit van Gent. Het bedrijf doet al sinds het begin van de jaren '80 onderzoek naar de biologische verwerking van afval en heeft een vergistingssysteem ontwikkeld voor de omzetting van GFT-afval in biogas. Uit dat biogas wordt elektriciteit gemaakt. Er staan vergistingsinstallaties van OWS in België en Oostenrijk. Nieuwe installaties zijn in aanbouw in Duitsland en Zwitserland.

Organic Waste Systems heeft ook een methode ontwikkeld om produkten te testen op hun biodegradeerbaarheid en de definities vastgesteld voor het OK compostlabel. De Wilde: “Er wordt in Europees verband gewerkt aan normen voor een compostlabel, maar het duurt nog jaren voor die er zijn. Zolang kunnen we niet wachten nu er allerlei produkten van bioplastic op de markt gaan komen. De GFT-zakken zijn er al, maar er komen ook verpakkingsprodukten, luiers, incontinentiemateriaal, wegwerpbordjes en bestek uit bioplastic op de markt. En dat is nog maar het begin. De komende jaren kunnen we talloze nieuwe produkten van afbreekbaar materiaal verwachten. Ik denk aan bedovertrekken voor zieken en bejaarden, produkten voor in de badkamer, cadeau-artikelen, speelgoed en werkkleding voor eenmalig gebruik. Voor al deze produkten kan een certificaat de sleutel tot de GFT-bak zijn.”

In Nederland is van een certificaat voor composteerbare produkten nog geen sprake. Composterings- en vergistingsbedrijven houden vooralsnog vast aan gemaakte afspraken over afvalscheiding. De angst bestaat dat uitbreiding van het aantal produkten in de GFT-bak een negatief effect zal hebben op de compostkwaliteit. Want de ervaring heeft geleerd dat Nederlanders wel van goede wil zijn als het om afvalscheiding gaat, maar niet erg zorgvuldig. De honderden aardappelschilmesjes die wekelijks in het GFT-afval worden aangetroffen, zijn er het bewijs van.