Beurs zelf op strafbank in zaak 'Nusse'

AMSTERDAM, 22 OKT. De officier van justitie, mr. L. Plas, sprak gisteren in de wandelgangen van een “bizarre strafzaak”. Rechtbankpresident mr. M. Mastboom had zich daarvoor al laten ontvallen dat “veel dingen in deze zaak een beetje anders gaan dan gebruikelijk”.

De vierde zitting van de zaak tegen de voormalige beurshandelaren Robert Nusse en Eric Brink gaf voor deze opmerkingen voldoende gronden. Een getuige van het controlebureau van de beurs paste een eerdere verklaring aan. Van een controlerapport bleken twee versies te circuleren. Advocaten die een civiele procedure hebben aangespannen tegen de Amsterdamse effectenbeurs, souffleerden de raadslieden van de verdachten. De verdachten verhoorden op hun beurt de beurscontroleur, alsof deze niet op de getuigenstoel zat maar in de beklaagdenbank.

De opmerkelijke taferelen zijn het gevolg van de wending die de strafzaak-Nusse Brink heeft genomen. Nusse en Brink staan terecht op verdenking van verduistering en onttrekken van bezittingen aan de boedel van effectenkantoor Nusse Brink Commissionairs (NBC), dat in augustus 1993 failliet ging. De verdediging doet zijn uiterste best om aan te tonen, dat het controlebureau van de beurs zijn taak heeft verzuimd en medeverantwoordelijk is voor de misstanden bij NBC. De eindeloze getuigenverhoren hierover hebben ertoe geleid dat het toezicht van de Amsterdamse effectenbeurs zelf min of meer in de strafbank is terechtgekomen.

Getuige H. Sietses van het controlebureau bleek vorige week donderdag een brief te hebben gestuurd aan rechter Mastboom. Sommige stukken in zijn eerdere getuigenverklaring “moeten in een ander licht gezien worden”. Bovendien wekte de “originele weergave” van enkele passages ten onrechte de indruk dat hij deskundig was in het hele dossier-Nusse Brink, terwijl hij niet de reguliere maar alleen de specifieke controles had gedaan bij NBC. “U kunt u ook laten beëdigen als deskundige”, probeerde Mastboom. “Dan zou ik moeten speculeren over dingen waar ik niet bij ben geweest”, wierp Sietses tegen. Later liet Mastboom hem, zij het onder hevig protest, toch beëdigen als deskundige : “Deskundige? Dat bestrijd ik.”

De verkrampte houding van Sietses had een duidelijke oorzaak. Voor de hele zal was duidelijk dat zijn antwoorden waren gerepeteerd en onder geen beding het functioneren van de beurs zelf mochten onthullen. In zijn rug prikten niet alleen de ogen van de advocaat van de beurs, maar ook die van de advocaten mr. J. Hoff, mr. P. de Graauw en mr. W. Jongepier. Hoff heeft tegen de beurs een civiele procedure aangespannen namens F. van den Broek, wiens premiekantoor werd meegesleept in de val van NBC. De Graauw heeft al maanden een dagvaarding klaarliggen namens de effectenbank Van Meer James Capel (VMJC), die een miljoenenverlies heeft geleden. Jongepier heeft namen curator mr. R. Schimmelpenninck een schadeclaim ingediend tegen Nusse en Brink wegens wanbeleid en heeft een claim tegen de beurs niet uitgesloten zolang het faillissement niet is afgewikkeld.

De advocaten wogen de woorden van Sietses op een goudschaal, speurend naar materiaal waar zij nog wat aan hebben voor hun eigen zaak. Jongepier luisterde alleen, De Graauw maakte aantekeningen, maar Hoff manifesteerde zich nadrukkelijk. Terwijl de raadslieden van de verdachten, mr. J. Pen en mr. L. van Kleef getuige Sietses ondervroegen, wipte Hoff op zijn stoel, gaf blijk van instemming bij vragen die hem blijkbaar ook bezighielden en leefde mee als een toeschouwer bij een bokswedstrijd.

Hoff kwam helemaal tot leven toen van een cruciaal rapport twee versies bleken te bestaan. Het gaat om een rapport van 1 oktober 1991 van het controlebureau aan NBC, waarin sterk wordt aangedrongen op verbeteringen. Eén versie zit in het strafdossier, een andere is ingebracht in de procedure van Van den Broek tegen de beurs. “Ik heb het een minuut kunnen bekijken, maar ik zie zo dat de ene versie (in het strafdossier, red.) een stuk langer is dan de andere”, constateerde Mastboom. “In mijn computer zitten meerdere versies. Een rapport wordt becommentarieerd en aangepast”, verklaarde Sietses.

De muis krijgt nog wel een staart. “Ik wil wel eens weten, welke versie nu de echte is”, zei Hoff: “Een belangrijk punt in de civiele procedure is of destijds vertrouwelijke informatie over de positie van NBC terecht is gekomen bij de bank van de beurs, de Kas-Associatie. In het stuk dat de beurs in deze procedure heeft aangeleverd, staat daarover niets. In de versie in het strafdossier staat dat dit 'per abuis' wel is gebeurd.” Volgens Pen is “het voor 99,9 procent zeker” dat de beurs ook de versie voor het strafdossier heeft aangeleverd en “als dat niet de goede versie is, dan had de beurs dat maar moeten melden”.

Rechter Mastboom, die zich in eerder zittingen nog wat onwennig had getoond bij de behandeling van de ingewikkelde controleprocedures en transacties, bleek de materie aardig in de vingers te hebben gekregen. Bij de verhoren van C. Willemse van MeesPierson (over de overgang van NBC van de Kas Ass naar Pierson, Heldring & Pierson in 199) en van Sietses beet hij harder door dan de advocaten van de verdachten. Officier Plas hield zich grotendeels afzijdig omdat het merendeel zijns inziens weinig te maken had met de vermeende fraude van Nusse en Brink.

Minister Zalm van Financiën heeft inmiddels de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) opdracht heeft gegeven voor een onderzoek naar het toezicht bij de ondergang van NBC en Regio Effekt. Plas constateerde dan ook dat “veel van wat bij de getuigenverhoren is besproken uiteindelijk zal worden behandeld in de Tweede Kamer.”