Belastingtarieven

Dr. L.G.M. Stevens acht de rechtsgrond van de vermogensbelasting en handhaving van het toptarief van zestig procent discutabel als het mogelijk is lagere tarieven in te voeren (9 oktober).

Waarom zou een lager toptarief de rechtsgrond van een vermogensbelasting, in een groot aantal gevallen houdt deze trouwens ook een vorm van die onsympathieke dubbele heffing in, in discussie moeten brengen? De grondslag van eerstgenoemde belasting vormt overigens een kleine bijdrage in de noodzaak die van het arbeidsinkomen waar mogelijk te ontzien, waardoor er voorzichtig met afschaffing ervan moet worden omgesprongen, en zeker wanneer de dekking van de afschaffing gezocht zou worden in de arbeidsinkomentariefsfeer.

En waarom is het dan, volgens het artikel, onverstandig van Bolkenstein om een verlaging van het toptarief te willen invoeren? En iets verderop moet een afschaffing van de vermogensbelasting en een verlaging van het toptarief politiek weer wel bespreekbaar zijn.

Waarom staat 'tegenover' een verlichting van de dubbele heffing op dividenden volgens het wetsvoorstel een smoring in de kiem van de thans bestaande oneigenlijke gebruiksmogelijkheden? Hiermee wordt immers de indruk gewekt enerzijds met iets gunstigs te maken te hebben, hetgeen waar is, (namelijk de verlichting van de dubbele heffing) en anderzijds met iets nadeligs, te weten smoring in de kiem van 'de' thans bestaande oneigenlijke gebruiksmogelijkheden; hetgeen immers ook een oordeel mag worden geacht. Vreemde redenering dus.

Daarna schrijft Stevens: “Een voor iedereen gelijk belastingkortingsbedrag van bijvoorbeeld 37,5 procent in plaats van de huidige belastingvrije som (waarin de belastingwaarde afhankelijk is van de hoogte van het toptarief)...”. Deze formulering impliceert dat de grondslag van dit percentage een vast bedrag is. Waarom zou dit beter zijn dan direct een vast bedrag te nemen, zoals nu gebeurt?

In de benadering van de hypotheekaftrek door Van der Ploeg ligt volgens Stevens de fiscale bevoordeling niet primair in het bestaan van deze aftrekpost als wel in het relatief lage huurwaardeforfait. Hiermede wordt impliciet betoogd dat de bevoordeling bestreden moet worden met een hoger forfait. Ik wil opmerken dat zulks in het geheel niet strookt met het terechte beleid dat de staatssecretaris wil voeren om het fiscale systeem te vereenvoudigen. Dan beter meteen gefaseerd afschaffen, lijkt mij.