Advies aan staatssecretaris; Kleinere klas op basisschool noodzakelijk

DEN HAAG, 22 OKT. De klassen op de ruim achtduizend basisscholen moeten met ingang van komend schooljaar kleiner worden. De lagere klassen mogen niet groter zijn dan 25 leerlingen en voor de hogere klassen moet een maximum gelden van 34 leerlingen. Het plan levert ruim 11.500 banen op.

Tot deze aanbevelingen komt de commissie-Van Eijndhoven, die haar rapport 'Klassenverkleining' vandaag aan staatssecretaris T. Netelenbos (Onderwijs) heeft aangeboden. De verkleining van de klassen kost in 1997 750 miljoen gulden, een bedrag dat oploopt tot 1,1 miljard in 2001.

De voorstellen betekenen dat de scholen geld krijgen om één leraar op twintig leerlingen in de onderbouw (groep 1 tot en met 4) aan te nemen, respectievelijk één leraar op 28 leerlingen in de bovenbouw (groep 5 tot en met 8). Voor de noodzakelijke uitbreiding van de schoolgebouwen moet 235 miljoen worden uitgetrokken.

Volgens het rapport is het een “onontkoombare verantwoordelijkheid” van de overheid dat zij wetgeving voor de maximum-grootte van klassen opstelt. Het ministerie acht dit niet in strijd met het beleid om scholen een grotere zelfstandigheid te geven, omdat er een “ruime marge” is om de groepsgrootte te variëren.

Netelenbos heeft verheugd gereageerd op het rapport. “We hebben nu álles laten onderzoeken”, liet zij weten. “Dat is een mooi moment om beslissende stappen te zetten in de verbetering van het basisonderwijs.” Behalve naar de gewenste groepsgrootte laat de staatssecretaris ook onderzoek verrichten naar onder meer de bestrijding van onderwijsachterstanden en de lesmethoden van leerkrachten. Op basis hiervan zal Netelenbos een plan van aanpak opstellen dat zij in het voorjaar aan de Tweede Kamer wil sturen. Nadrukkelijk stelt de bewindsvrouw dat kleinere klassen gecombineerd moeten worden met een betere, modernere didactiek.

De aanbevelingen van de commissie onder leiding van S. van Eijndhoven, oud-topambtenaar van het ministerie van Onderwijs, sluiten aan bij een motie van de Tweede Kamer. Bij de algemene politieke beschouwingen over de begroting 1997, eind september, vroeg de Kamer door middel van een stappenplan de klassen te verkleinen. Netelenbos liet gisteren weten dat de eerste maatregelen zullen worden genomen in september 1997, zoals de commissie-Van Eijndhoven adviseert, en niet in 1998, waar de Kamer om gevraagd heeft. “Ik heb daar heel goede gesprekken over met minister Zalm (Financiën)”, aldus Netelenbos.

De commissie-Van Eijndhoven constateert dat “klassengrootte wel degelijk directe effecten heeft op de kwaliteit van het gegeven basisonderwijs”. Zo blijken kinderen van vier tot zeven jaar oud in een klas van meer dan 25 leerlingen een achterstand op te lopen in taal en rekenen vergeleken met kinderen in kleinere klassen. Oudere kinderen presteren relatief minder in klassen die groter zijn dan 35 leerlingen.

De gemiddelde groepsgrootte in het basisonderwijs lag in 1995 op 25,7 en een kwart van de klassen had toen meer dan dertig leerlingen.